Feeds:
Berichten
Reacties

Wat is er veel bereikt. Goed om te zien dat er toch zoveel initiatieven zijn. Er is dus duidelijk wel iets in beweging gekomen, de afgelopen jaren. Zelf neem ik al actief (vanaf 2002 OSOSS 1 en 2)deel aan dit veranderingsproces. Ga niet emotioneel doen, maar we gaan echt iets missen met het verdwijnen van het programma NOIV. Wat een actieve en gedreven enthousiatelingen. Stonden altijd met raad en daad bij en wisten mij in ieder geval te binden met andere voorlopers. Juist dit maakt het leuk. Niet zelf het wiel uitvinden, maar krachten en kennis bundelen. Voor mij zijn de laatste verdiende credits aan het adres van het team NOIV, die mij in verbinding brachten met de juiste mensen van KING. Mijn initiatief, de broodnodige “koningskoppeling”, had nooit gaan vliegen zonder de boost van NOIV en KING.

Vandaag stond ik samen met voorloper Bart Lindeboom hoofd I&A gemeente EDE en o.a. initiatiefnemer/geestelijke vader van Typo3gem. Samen deelden wij de vloer met onze passie voor mooie initiatieven m.b.t. Open Standaarden en Open Software. Juist nu worden er steeds meer toepassingen volwassen en kennen een echte stevige marketing en after sales.
Maar ja. “Open Standaarden”, vooral binnen koppelvlakspecificaties, blijven een aanhoudende zorg.

Neem nu de “koningskoppeling”. Deze koppeling, gebaseerd op de open standaarden Stuf 3.10 zaken en CMIS, wordt samen met vele grote en kleine leveranciers, gemeenten, samenwerkende organisaties als Dimpact etc. onder strakke regie van KING ontwikkeld tot een stevige “STANDAARD”. De koningskoppeling kreeg van mij de naam om reden dat de opleverdatum t.b.v. een pilot was gesteld op koninginendag. Dat gecombineerd met KING en de vorstelijke samenwerking tussen gemeenten en leveranciers, maakt deze koppeling speciaal.

De doelstelling van het initiatief is dat deze koppeling de twee werelden van de zaaksystemen binnen een midofficeproces en een Document Management Systeem, met elkaar gaan verbinden op basis van webservices, ongeacht welk product en van welke leverancier. KING pakt hierin de regie en bouwt parallel een toetsinstrument dat het mogelijk maakt om de werking van zowel zaaksystemen als DMS te testen op een juiste werking conform de gestelde specificaties. De pilot tot het bouwen op basis van specificaties is inmiddels gestart. In het eerste kwartaal 2012, hopen wij de eerste fase mbt het in gebruiknemen van de koppeling, af te ronden. Ook dit zou een mooie doorbraak kunnen zijn die qua aanpak vraagt “om meer”.
Gelukkig kan een hybride omgeving een plezierige “lock in” geven die iedereen doet bewegen naar een standaard. Een goede, vastgestelde standaard kan veel ergenis voorkomen en bakken van geld en tijd opleveren. Zeker in de steeds verder uitgroeiende wereld die vraagt om steeds meer koppelvlakken. Interoperabiliteits problemen kunnen door deze aanpak zeker worden voorkomen. Laten wij, overheid(klant) en leveranciers vooral gezamenlijk voorbeeld nemen aan dit mooie proces.

Een laatste verslag via het NOIV door:

Hans Harskamp
senior specialist/teammanager ICT
Gemeente Woerden

De twee Batavus Jakima Lohas electrics

Ruim een jaar geleden had ik het helemaal gehad met het gesjouw van mijn Sparta ION fietsen. Elk weekend tilde ik mij een breuk aan de twee ION’s om deze met accu’s en al achter op mijn fietsendrager te zetten. Dat moet en kan anders. Realiseer je bij het lezen van dit artikel wel, dat er weinig keuze was op het gebied van elektrische fietsen in de bestaande markt. Daar kwam bij dat de fietsen die er waren een vermogen kostte en dat de goedkopere exemplaren “ niet om aan te zien waren”  of  een actieradius van lik mijn vestje hadden.

De goedkopere fietsen waren dan ook vaak echt stadsfietsen met een actieradius die aansloot bij het boodschappen lijstje. Voor mijn wensen schoot dit dus zeker tekort en ik was op zoek naar een betaalbare vervanging van mijn bestaande Sparta ION’s waar ik in juni 2006  € 1950,-, inclusief extra range extender, per  stuk voor betaalde.

Na de nodige kilometers en ervaring met deze Sparta ION’s vonden zij een weg, via marktplaats,  naar twee nieuwe eigenaren. De fietsen brachten na drie jaar trouwe dienst € 900,- stuk op(inclusief range extender en dat was direct het startkapitaal voor mijn nieuwe project.

Maart 2009 kocht ik via marktplaats een Batavus Jakima dames en herenfiets met 21 versnellingen. De fietsen kosten mij samen € 950,- en verkeerden in prima staat.


Met deze twee fietsen als uitgangspunt was mijn nieuwe projectje een feit. Ik speurde eerst in Nederland alle mogelijke websites af op zoek naar ombouwpakketten. Mijn idee was om deze twee fietsen om te bouwen tot volwaardige elektrische fietsen, met als doelstelling om de “standaard” Batavus Jakima nauwelijks in gewicht toe te laten nemen en toch de mogelijkheid te creëren om volwaardig te kunnen fietsen met een duwtje in de rug.

Het ombouwpakket moest aan de volgende voorwaarden voldoen. De motor mocht GEEN weerstand hebben bij normaal fietsgebruik. De remmen moesten de hogere snelheid en het gewicht aankunnen. De accu’s moesten uitneembaar en verwisselbaar zijn met een hoge actieradius. Dat laatste werd als snel een lastige, omdat de ION accu’s in 2009 nog zeer beperkt waren in Amperage en  ook nog behoorlijk aan de prijs en gewicht waren.

In Nederland ging het hem niet worden. De ombouwsets op de markt waren op één hand te tellen en een accu kostte als snel ruim € 500,- stuk. De rekensom leerde al snel dat ik dan alleen al € 1000,- per fiets aan accu’s in moest kopen om te voldoen aan mijn gestelde actieradius van minimaal 80 kilometer bij volledige ondersteuning (standje 3).

De twee fietsen met schijfremmen en motoren

Als servende over het web kwam ik uit bij een grote elektrische fiets en scooter fabriek in China.  Na vele mailtjes over en weer (ik zat immers boordevol met vragen en had bepaald niet de ervaring met de producten vanuit China) viel de keuze op twee ombouwset bestaande uit twee 28” voorwielen met schijfremmen en 36V kleine motoren, twee fietscomputers, controllers bagagedragers, acculaders en 4x 36V/12Ah LIPO accu’s.  Dit geheel kocht en importeerde ik voor US 1350,- .   Omgerekend, twee ombouwsets, nieuwe extra onderdelen,  invoerrechten etc. was ik uiteindelijk € 2550,- kwijt voor twee fietsen.

In oktober 2009(een half jaar later na verkoop ION’s) kon mijn projectje pas echt van start gaan, omdat toen pas alles geleverd werd. De Chinezen hadden in die tijd te kampen met de bekende Tsunamy, waardoor het transport vertraging opliep.  Dat mocht de pret niet drukken, want alles kwam keurig volgens afspraak binnen. Allen bleken er toch een paar hobbels te nemen.

De 28” wielen pasten niet in de bestaande Batavus voorvorken. Deze miste de bevestiging voor de schijfremklauw. Ook was het voorwiel zwart, terwijl de originele wielen aluminium van kleur waren. Voor wat betreft de bekabeling moest ook hevig worden geëxperimenteerd.

De accu’s waren zo geconstrueerd, dat zij eigenlijk niet handig te verwisselen waren onderweg. De constructie was duidelijk bedoeld voor een “vaste” opstelling en de motorcontroller zat in de behuizing van de bagagedrager.  Ook de aansluitkabels waren daarop ingesteld.

Ik besloot twee nieuwe voorvorken en achterwielen te kopen. Ook de originele versnellingshandels moesten plaatsmaken voor de extra’s op het stuur. De af fabriek geleverde remhandels waren voorzien van veiligheidsschakelaars, die de elektromotor ontkoppelt bij plotselinge remacties. Om die reden werden andere versnellingshandels gemonteerd.

Nagenoeg alle gestripte onderdelen vonden hun weg naar nieuwe eigenaars via marktplaats.

Ik besloot de controller onder het frame te monteren in een bidon met houder. Dat was de beste plaats gezien de bevestiging van de extra trapondersteuning en was verre weg de mooiste manier om een vrijwel onzichtbare elektrische fiets te ontwerpen.


De ingesealde controller pas in Bidon


Voor wat betreft de uitwisselbaarheid van de accu’s maakte ik een constructie van hout, waarbij de stekker keurig in de accu paste bij een accuwissel. Nu ruim anderhalf jaar verder lijkt deze oplossing geslaagd en hebben er al vele wissels plaatsgevonden.

De aansluiting van de accu

Helaas lieten de twee controllers en één van de computers het afweten. Gelukkig was de service goed voor elkaar en voor US 160,- werden de spullen toegezonden. Uiteraard had ik garantie, maar dan moest ik net zoveel kosten maken om de oude spullen retour te zenden. Ik koos dus voor nieuw.

Uiteindelijk was alles dik voor elkaar en hebben wij al ruim 2000 km afgelegd met de omgebouwde fietsen. De ervaring leert dat wij probleemloos 45 kilometer fietsen met 1 hele acculading in standje 2. Met 1 moet het mogelijk zijn om zeker 80 kilometer te halen. Verdubbel dit en 160 km is dan het eindresultaat. Bij volledige ondersteuning(standje 3) en een snelheid van gemiddeld 27 kilometer per uur gaat een accu probleemloos 35 km mee. En met tegenwind en bergje op en af zit het meer dan goed.   Wij merken dat die Chinese input zoveel power biedt dat wij menig fiets voorbij spurten, op momenten dat de ondersteuning meer dan gewenst is.

En ja,  heb je ff geen zin in een ondersteunde fiets, dan laat je gewoon je accu van 5 kg thuis.

En met het tillen van die fietsen zit het meer dan goed. De Batavus Jakima wegen inclusief motor en toebehoren 23 kg per stuk.

De uiteindelijke ombouwkosten inclusief fiets kwamen uit op € 1300,- per stuk. Hierin zat natuurlijk ook de kostprijs van de extra accu verwerkt. Op dit moment is er veel meer keuze in ombouwsets en zijn deze nog betaalbaar ook. Je hoeft ze ook niet meer vanuit China te importeren, omdat deze al gewoon via internet, met garantie, leverbaar zijn via Europese bedrijven tegen betaalbare prijzen. Gelukkig is er ook een groot aanbod voor klant en klaar betaalbare fietsen. Het ombouwen was voor mij zeker in 2009 een goede keuze qua prijs/prestatieverhouding. Of ik het nu weer zou doen, met de keuze van betaalbare elektrische fietsen, blijft voor u de vraag en voor mij een weet. Het blijft een avontuur.

Update NOIV en KING

    Het Nut en noodzaak van programma’s als NOIV en KING

Ruim een jaar geleden verscheen het laatste artikel waarin de ontwikkelingen tot dusver en de toekomstige verwachte toepassingen van open source en open standaarden binnen de gemeentelijke architectuur werden beschreven. Nu, ruim een jaar later, na het invullen van de NOIV monitor, werden wij positief verrast door de uitslag die ons de eerste plaats toekende in de klasse 10.000-50.000 inwoners en ons bovenaan de rankinglijst plaatste als voorhoede gemeenten. Het is natuurlijk goed om een bevestiging te krijgen van de wijze waarop binnen onze gemeente wordt omgegaan met het toepassen van open source en open standaarden. Toch ervaren wij dit niet als een doel op zich, maar geeft het je simpelweg de vrijheid in keuzes bij de aanschaf van toepassingen. Wat vaak onderschat wordt is dat het je ook wel dwingt om voor bepaalde oplossingen te kiezen, simpelweg omdat er in het verleden keuzes zijn gemaakt, waar de gehele bedrijfsinformatiearchitectuur op is door ontwikkeld. Zo heeft Woerden in 1998 als een keuze gemaakt om de toepassing van open source producten een serieuze kans te geven. Mede ingegeven door het feit dat Microsoft met de Software Assurance problematiek kwam, gaf het ons de drive om verder te kijken. In 2002 werd pas echt afscheid genomen van de Active Directory(AD) van Microsoft en deed Open Ldap haar intrede. In combinatie met Samba werd flink door ontwikkeld in scripts en het gebruikersbeheer kreeg een totaal nieuwe aanpak. Vanaf dat moment werd ook onze toekomst min of meer bepaald, omdat de Microsoft ontwikkelingen, met producten als SharePoint, BizTalk en de daarmee samenhangende AD, ons behoorlijk stuurde bij het maken van keuzes bij de inzet van nieuwe toepassingen.

    Ontwikkelingen vanuit Den Haag


Onze gemeente heeft al eerder de monitoren in de top aangevoerd, daar waar het ging om het toepassen van slimme ICT en informatievoorziening binnen de gemeentelijke bedrijfsinformatiearchitectuur.
Toch moest ik laatst ook weer veel herkenning vinden in een boek dan verscheen van de auteur Michiel Lauweret ”Met publiek Elan” die op voor mij heel herkenbare wijze de gemeentelijke organisatie en “diens adviseurs” verwoorde. Vaak geldt bij gemeentelijke organisaties dat “vreemde ogen dwingen” . Een externe adviseur heeft standaard meer ervaring en invalshoeken dan de interne specialist. Toch kun je dat in de meeste gevallen niet zomaar klakkeloos overnemen, omdat er vaak meer kennis in huis is dan vaak wordt aangenomen.

Iedereen heeft hier wel mee te maken, omdat de vele informatisering vraagstukken ons vaak ver boven de pet uit groeien. Is dit te wijten aan kennis en kunde zou je zeggen. Ik denk van niet. Wij als ICT professionals, in de breedste zin van het woord, weten vaak als geen ander hoe de wieken binnen de eigen organisatie draaien. Daarnaast spreek ik uit ervaring dat de ICT in 1994 een iets andere positie inneemt binnen de bedrijfsvoering als in 2011.

Waarom vraag je als gemeente dan toch af dat alles nog lang niet gaat zoals je dat in de gemeentelijke visie hebt uitgestippeld.
Waarom toch steeds die herkenning bij collega gemeenten, of het nu gaat om de vette 100.000 plussers als juist die kleine gemeente, dat die loodzware vraagstukken vanuit Den Haag zich steeds moeilijker laten vertalen in een goede, op de locale visie, missie, organisatie en bedrijfsvoering afgestemde blauwdruk. Programma’’s als Egem, KING, NOIV met instrumenten als Egem-I adviseurs met op gemeentelijke situatie toegespitste NUP trajecten geven zeker sturing en enige steun in de bedrijfsvoering. Ook hier geven vaak die “vreemde ogen die dwingen” net even dat duwtje in de rug om de zaak op de agenda te krijgen.

Deze NUP handvatten helpen bij de bewustwording van noodzakelijke vernieuwingen en geven richting aan de locale politiek en colleges B&W. Als bijkomend voordeel hebben de beoogde projecten een label gekregen binnen de gemeentelijke begrotingen en helpt het, afhankelijk van de financiële situatie, om de beoogde doelstellingen te verwezenlijken.
Toch lijkt het erop dat op dit moment het NUP fundament begint te bezwijken onder de bezuinigingswoede. De keuze tussen “personeel op straat” of het snijden in budgetten die nog niet zijn verzilverd en waar het uiteindelijke resultaat moeilijk in te schatten valt, is vrij snel gemaakt. Komt tijd komt raad kan een van de gekozen richtingen zijn.
Juist dan zit ons vakgebied behoorlijk met de gebakken peren, omdat de ontwikkelingen nu eenmaal vaak wettelijk worden doorgevoerd en er geen keuze vrijheid bestaat. De invoering van BAG stopt nu eenmaal niet bij het op orde brengen van de informatie. Ook de “verplichte” koppelingen tussen de verschillende applicaties (lees bijv. GBA) moeten worden doorgevoerd. Een koppeling tussen twee applicaties kost als snel € 15.000,- initieel en levert ook structureel een blijvende last op ion de ICT begroting. Vakapplicaties houden hier vaak geen rekening mee in hun budgetbegroting dus ICT is dan vaak de sluitpost die er toch maar voor moet gaan zorgen dat het gaat werken.

    Open standaarden:


Ging het in 1994 (het moment dat ik mijn ICT loopbaan begon in het gemeentelijk domein als netwerk/-systeembeheerder) om vraagstukken zoals, hoek krijg ik WP 5.1 goed uitgerold op de 30 pc’s binnen de organisatie dan gaan het nu in 2011 om vraagstukken zoals: Hoe krijg ik alle ICT systemen en software aan elkaar geknoopt opdat deze voldoende beveiligd kunnen worden ingezet binnen de bedrijfsvoering en op een dusdanige wijze is ingericht dat d.m.v. virtualisatie en storage voldoende performance wordt gehaald om alle 450 werkplekken goed te bedienen. Daarnaast moet je natuurlijk ook de invulling kunnen geven aan het koppelen van systemen en applicaties aan mid- en frontoffice systemen, zonder dat daarbij de informatie op straat komt te liggen. En ja, vergeet ook even niet de “wettelijk verplichte” nummers als audits, aanbestedingen, koppelingen naar landelijke voorzieningen en ketenpartners niet en zorg voor goede ontsluiting naar de kanalen van het KCC. En ja, er moet natuurlijk ook nog even iemand in de organisatie zijn die het overzicht houd over de samenhang (architectuur hard-/en software) gegevensbeheer, privacy enz. enz.

Dan reist al snel de vraag, waar vindt je zo’n duizendpoot, die met een helikopterview over de gehele organisatie zweeft, visie neerlegt voor toekomstige ontwikkelingen en op de juiste momenten adviezen schrijft die toekomst bestendig zijn en de financiële ontwikkelingen, vroegtijdig binnen de meerjaren begroting vastlegt om de financiële klappen op te vangen die de continue ICT ontwikkelingen met zich meebrengen. Deze duizendpoot moet dan ook het liefst van huis uit verstand hebben van de vakgebieden als politiek, inkopers en financieel consulenten. Om deze vakgebieden te kunnen doorgronden moet je eigenlijk letterlijk in de huid kunnen kruipen om duidelijk over te kunnen brengen dat je zonder geld en de juiste spullen alle wettelijke verplichtingen en gewenste(noodzakelijke) ontwikkelingen niet waar kunt maken. Ook deze “specialisten” hebben gelijk en vragen eigenlijk het onmogelijke om aan te geven wanneer je wat nodig hebt.

    Hypes

Maar goed. Als dit allemaal lukt heb je ook nog eens te maken met de politieke golfbeweging van nieuwe raad en colleges B&W, die ook steeds nieuwe ideeën inbrengen. Had je net je visie en projecten in gang gezet. Geïnvesteerd in een stabiel en robuuste ICT infrastructuur, wordt je geacht om het roer eens flink om te gooien en te kijken naar ICT architecturen als: software as a service (SaaS), platform as a service (PaaS), infrastructure as a service (IaaS) en wifi as a service (WaaS) in combinatie met het nieuwe werken, zaakgericht werken en digitaliseren van de oude, vertrouwde, papieren documenten/dossiers.

Deze hypes schieten als paddenstoelen uit de grond en gaan in veel gevallen ten koste van eerdere investeringen. Helaas weet je ook dat deze “nieuwe” ontwikkelingen eigenlijk “oude wijn in nieuwe zakken” is. Hadden wij al geen ERP systemen, SAP, SCC’s enz. Uiteraard wil ik de ontwikkelingen niet op voorhand veroordelen, maar er zijn gewoon meer wegen die naar Rome leiden en de klok tikt door. Er is dus geen tijd om te experimenteren, want gemeenten moeten gewoon leveren en zijn steeds vaker het eindstation van de overheid die rechtstreeks zaken doet met de burgers, instellingen en ketenpartners. Sta je niet stevig in je schoenen, heb je geen goed verhaal, vergeet het dan maar !!!
Toch ervaar ik de laatste jaren dat de winst op andere vlakken te halen is. Niet alleen winst in klinkende munt, maar ook wint in de bedrijfsprocessen en “niet frustraties”.
Nieuwe implementatie open source (gerelateerde) toepassingen 2010/2011:

    Zarafa:


De meest in het oog springende wijziging is de migratie van Lotus Domino naar Zarafa. Er is in eerste instantie gekozen om de webclient beschikbaar te stellen voor alle werkplekken. In de praktijk bleek echter al snel dat wij hier van terug moesten komen. Met name de secretariaat functies schoten tekort. Op die plaatsten werd dus gekozen voor best of bread, oftewel de inzet van de Outlook client bleek hier het beste op z’n plaats. Na twee maanden gebruik werd duidelijk dat er nog wel een aantal verbeteringen noodzakelijk waren om de Zarafa oplossing volledig naar tevredenheid binnen de organisatie te laten functioneren. Zarafa en de implementatiepartner gaven prima ondersteuning en alles wat snel opgelost kon worden werd dan ook gedaan.

    LPI certificering:


Naast de ondersteuning van de ontwikkelaars en implementatie partner bleek tevens de LPI certificering van onze Linux beheerders haar vruchten af te werpen. De LPI 3 certificering werd door 2 beheerders met succes afgerond met als bijkomend voordeel dat de opgedane kennis prima ingezet kon worden bij de reorganisatie van ons gehele ICT platform

Onze gemeente is per 1 januari 2011 gestart als geheel nieuwe, gekantelde, organisatie, waarbij 12 afdelingen bijna geheel werden ontrafeld en opnieuw werden samengesmolten tot 9 afdelingen, waarbij de kanteling naar het KCC (de klant) centraal stond. Zo werden twee nieuwe afdelingen Dienstverlening(KCC-vergunningverlening-Toezicht-Handhaving) en Informatievoorziening(Regiserende afdeling-basisregistraties-DIV-ICT-gegevens beheer) ingezet als partners in dienstverlening onze klant optimaal van dienst te kunnen zijn. Deze hele exercitie had nogal wat voeten in de aarde, maar liet in zeer korte tijd zien dat het toch mogelijk is om de verkokering van de organisatie te doorbreken en de OL2000 na ruim 12 jaar, eindelijk gestalte te geven. Door de kennis van scripting binnen het Linuxplatform werd het mogelijk om de gehele organisatie in zeer korte tijd vlekkeloos te migreren naar een totaal nieuwe organisatieopzet.

    OpenOffice vs MS Office 2000:

Eind 2010 begin 2011 werd door gemeente Woerden in nauwe samenwerking met Cor Nouws( eigenaar van “Nou&Off “) onderzoek gedaan naar de haalbaarheid van de gemeentebrede migratie van Microsoft Office 2000 naar OpenOffice.org. Tijdens het onderzoek rommelde het al iets in de markt m.b.t. de levensvatbaarheid van het “label” OpenOffice.org. Gelukkig werd al snel duidelijk dat de varianten, zoals LibreOffice en OpenOffice.org beiden gebruik maakten van dezelfde zes applicaties, die in beide gevallen Writer, Calc, Impress, Draw, Base en Math worden genoemd.
Binnen dit onderzoek werden alle, door gemeente Woerden gebruikte applicaties, geïnventariseerd en daar waar nodig getest op bruikbaarheid binnen de OpenOffice.org omgeving. Er werd tevens uitgebreid getest door middel van tooling, die het mogelijk maakte om binnen de bestaande documenten, spreadsheets etc. migratiehobbels te ontdekken.
Het eindresultaat leverde geen overkomelijke problemen en een migratie naar één van de “open” Office varianten stond niets in de weg. Wel werd het standpunt ingenomen dat bij problemen met bestaande toepassingen, zoals ingewikkelde Excel en Access bestanden, alsnog individueel uitgeweken kon worden naar een Microsoft Office variant.

    Migratie bestaande MSWord sjablonen naar Write:


Binnen het onderzoek werd tevens een pilot opgestart m.b.t. de migratie van de bestaande MS Word sjablonen naar de Write variant van OpenOffice.org. Er werd 3 maanden door twee applicatiebeheerders van GWS(sociale dienst) gewerkt aan het omzetten van bestaande Word sjablonen naar Write van OpenOffice.org. Ervaring leerde dat dit goed mogelijk was en de nieuwe MDU(Module DocumentUitvoer = vervanger van Doc4all) van Centric bleek het OpenOffice formaat te ondersteunen.

Naar verwachting zal in de 2e helft van 2011 worden overgestapt op één van de twee open Office varianten.

    xential documentcreatie:

Tijdens deze pilot werd tevens gekeken of het nieuwe, op basis van open source toepassingen ontwikkelde documentcreatiepakket “xential” ingezet kon worden als gemeentebreed documentcreatie voorziening. De nieuw ontwikkelde documentcreatie suite maakt het mogelijk om alle gebruikte e-sjablonen qua output, huisstijl en opslag, gecontroleerd en “centraal” te beheren en beheersen. Er werd opgeleid en de eerste “ bestaande Word sjablonen” zijn omgezet naar Write. Het voordeel van xential is dat het deze toepassing niet uitmaakt of je het einddocument naar Microsoft Office of Openoffice varianten wegschrijft. Het product is volledig “OPEN” en kan dus naar hartelust worden aangepast voor eigen organisatie.

    Implementatie Emaxx suite i.c.m. xential en Corsa:


Het aanpassen van software en de ICT infrastructuur als middels kan meehelpen aan het verwezelijken van de KCC gedachte. Gemeente Woerden liet eind 2009 haar keuze vallen op de totale Emaxx suite van Exxellence. Binnen deze suite zitten alle klantprocessen opgesloten en het “open karakter” maakt het mogelijk om met iedere andere, daarvoor openstaande, applicatie te koppellen. De interoperabiliteit gedachte is dus optimaal aanwezig zou je zeggen, dus wat staat ons verder nog in de weg naar het succes.

Helaas, niets is minder waar. Ook al willen de leveranciers. Individueel, het beste voor hun betalende klant, toch blijkt het in de praktijk in samenwerking niet te lukken. Het “bij elkaar in de keuken kijken” wordt tot op zekere hoogte toegestaan, maar een optimale samenwerking heeft nog wel wat voeten in de aarde. Ervaring leert dat leveranciers zich al snel verschuilen achter het feit dat zij immers gebruik maken van de “ open standaarden” zoals die van de Stuff familie. En juist hier zit hem de crux. De Stuff familie bestaat uit vele varianten en kan door iedere leverancier zelf worden ingevuld. Neem bijvoorbeeld Stuff 3.10 Zaken. Deze kent ruim 300 ingrediënten. Binnen de “eigen” software suite van de leverancier levert dit natuurlijk helemaal geen problemen op. De koppelvlak definities sluiten naadloos op elkaar aan en anders worden zij wel sluitend gemaakt. Bij het “ op elkaar” aansluiten van toepassingen van diverse leveranciers wordt het echter een stuk ingewikkelder. Op dat moment komt het aan op het uitwisselen van receptuur, dus komen de ingrediënten duidelijk op tafel.

    Open source en openstandaarden:


Juist hier blijkt in de praktijk veel minder moeite te bestaan tot samenwerking tussen “open” dan bij leveranciers met gesloten toepassingen. Het woordje “vendor lockin” heeft dan ineens betekenis en je bent geneigd om hier onbewust “veilige” keuzes te maken.
Helaas lukt dit nog niet in alle gevallen.

Zaakgericht werken Woerden = “standaard koppelvlak” tussen Zaaksysteem X DMS Y:
Na de implementatie van de Emaxx suite leek alles aardig op rolletjes te lopen.
De visie binnen de Woerdense bedrijfsinformatiearchitectuur was dat de GEMMA ZaakTypeCatalogus(ZTC 2.0) model stond voor het totale klantproces vanaf de intake via één van de kanalen tot aan het Documentmanagementsysteem toe(en vise versa). Naast de ZTC 2.0 werden tevens het DocumentStructuurPlan(DSP) en de Producten en Diensten Catalogus(PDC) geïntegreerd. Dit ideaalbeeld moest garant staan voor een optimale bedrijfsvoering, waarbij de éénmalige invoer en meervoudig gebruik gedachte centraal stond.
Toch bleek de uitvoering anders in elkaar te steken. Er was nog geen sprake van een “ standaard” koppelvlak, die het mogelijk maakte om een optimale uitwisseling van gegevens mogelijk te maken tussen onze Emaxx suite en ons DocumentManagementSysteem Corsa.
Zonder dit koppelvlak bleek het “zaakgericht werken” niet echt te gaan functioneren. Al informerend in het land werd al snel duidelijk dat erg veel gemeenten en leveranciers zaten te wachten op dit standaard koppelvlak.

    Een ritje naar Den Haag deed wonderen.


Het KwaliteitsInstituutNederlandseGemeente(KING) in persoon van Peter Klaver, gaf uitkomst.
KING had al het initiatief opgepakt om de benodigde specificaties verder uit te werken. Tijdens de bestuurstafel van het NOIV (met staatssecretaris van Heemskerk) was al duidelijk geworden dat dit gestandaardiseerde koppelvlak er moest komen. De doelstelling was om dit koppelvlak op inhoudelijke specificaties conform Stuff Zaken 3.10 uit te werken en parallel hieraan software te ontwikkelen die het mogelijk maakte om een juiste werking te kunnen testen. Er was al een expertgroep opgestart, maar vooralsnog was er geen concrete case.

    Doorbraak koppelvlak zaakgericht werken (standaard koppelvlak zaaksysteem-DMS)


De wens van gemeente Woerden, om te komen tot een conform “open standaarden” (liefst gecertificeerd) koppelvlak te komen om het zaakgericht werken optimaal te kunnen ondersteunen sloot naadloos aan bij het al gestarte initiatief van KING. Peter Klaver en Jan Brinkkemper boden hun expertise aan om gezamenlijk te komen tot een “werkende oplossing”. In november 2010 werden de participanten, t.w. leveranciers, gemeenten en andere instellingen, uitgenodigd voor de gezamenlijke “kick-off” in Woerden, om het initiatief handjes en voetjes te geven. Na een geslaagde opkomst werden nog twee vervolgsessies georganiseerd met als doel om medio juli 2011 de eerste blauwdruk van de “koningskoppeling” vast te stellen, zodat met de daadwerkelijke ontwikkeling van een werkende koppeling gestart kon worden. De doelstelling was om gezamenlijk te komen tot twee varianten, die zowel toepasbaar zijn voor kleine als grotere organisaties. Zowel gemeenten als leveranciers brachten expertise in om te komen tot een werkende totaaloplossing die voor elke leverancier, van zowel DMS als zaaksystemen gebouwd zal kunnen worden. De parallel hieraan gebouwde testsoftware moet het mogelijk gaan maken om de gebouwde koppeling tussen het Zaaksysteem van leverancier X en het DocumentManagementSysteem van leverancier Y op juiste werking en functionaliteiten te kunnen testen. Een certificering van een werkend koppelvlak zou het “kroontje” kunnen zijn van deze doorbraak , waarbij KING samen met de gemeenten en de leveranciers tot standaard afspraken komen.

    Lessons learned tot nu toe:

Ervaring leert dat het pas echt aan komt op standaardisatie en interoperabiliteit. Juist hier loopt het spaak. Neem het eenvoudige voorbeeld van de verplichting tot het gebruik van de BAG gegevens binnen de gemeentelijke systemen, zoals bijv. het GBA. Het meest ideale plaatste binnen je gemeentelijke bedrijfsinformatiearchitectuur zou een totale softwaresuite zijn, waar 1 leverancier verantwoordelijk is voor de interoperabiliteit van de TOTALE bedrijfsinformatiearchitectuur. Helaas moet hier de eerste leverancier nog opstaan die dit binnen het gemeentelijk domein GEHEEL voor rekening kan nemen. En ja…. Dan hebben wij natuurlijk als gemeenten ook te maken met de erfenis van de oude ICT hard- en software infrastructuur, waar vaak voor heel veel geld in is geïnvesteerd. Dan even niet te vergeten dat gebruiker ook vaak nog heel erg verknocht zijn aan hun specifieke applicatie, die toevallig niet past binnen het gewenste aan elkaar gekoppelde applicatielandschap, dan nog maar niet te spreken over de benodigde investeringen om die te vervangen. Rest dus roeien met de riemen die je hebt en KOPPELEN. Het afgelopen half jaar heb ik vele collega gemeenten, leveranciers en adviseurs mogen ontvangen, die belangstelling toonden voor onze aanpak. Het mooie van deze bijeenkomsten is dat je enorm veel “gerichte” informatie uitwisselt. Qua organisatiewijziging bleek dit bijna in alle gevallen een van de moeilijkste hobbels die genomen zouden moeten worden. Er zijn altijd wel managers, of niet goed georganiseerde taakgebieden, die de gewenste en noodzakelijke ontwikkeling in de weg staan. Daarnaast is de veel gehoorde bottleneck de interoperabiliteit. Juist vraagstukken m.b.t. standaardisatie van koppelvlakken tussen de verschillende applicaties van verschillende leveranciers leveren enorme frustraties op in geld, tijd en bij de beide partrijen (klant en leverancier). Met name de interpretatie van de standaarden blijkt een groot misverstand en veroorzaakt enorme frustraties. Daarbij komt dat leveranciers vaak vele, eenduidige, problemen tegenkomen en voor de uitdaging staan om “vreemde” applicaties van concollega’s te koppelen, waarbij beide partijen niet echt scheutig zijn in samenwerking en verstrekken van de benodigde informatie. Helaas is de afhankelijke klant, de gemeente, de pineut en loopt enorme vertragingen, frustraties en financiële stroppen op. Juist deze financiële, vaak niet ingecalculeerde budgettaire tegenslagen, zijn slecht uit te leggen aan de betreffende vakafdelingen en financiële consulenten. Dit heeft dan vaak direct tot gevolg dat de afdeling ICT moet bemiddelen en het maar op moet lossen. Dan nog het feit als twee leveranciers aangeven dat zij de Stuf standaarden volgen en hun koppelvlak conform deze standaard hebben gebouwd.

De opdrachtgever, de gemeente, nodigt beide leveranciers uit om elkaars applicaties te koppelen, conform de afspraak. En wat nu als dit misgaat. Nu, dit gaat gewoon mis. Zo zegt leverancier A dan zijn applicatie Stuff 3.xx compliënt is en zegt leverancier B dat deze de applicatie conform Stuff 2.xx kan koppelen. Na de koppeling blijkt het toch niet te werken en geven beiden aan dat zij juist handelen. Leverancier B weet dan wel, uiteraard tegen flinke betaling, een andere koppeling te realiseren, waardoor de gemeente voldoet aan de wettelijk gestelde eis. Wie heeft nu gelijk ??

>Zaakgericht werken:
Het is even wennen, maar is slechts een kwestie van woordkeuze: zaaksgewijs of zaakgericht. Het vertalen van deze woorden en manier van werken in de praktijk is echter een geheel ander verhaal. Zaakgericht werken vergt discipline over de gehele organisatie en het goed inregelen van de werkprocessen en daarop aansluitend de ICT-infrastructuur en bedrijfsinformatie architectuur. Continue schakelen en aanpassen van de wijze waarop de zaak door de hele organisatie gaat en zorgen dat de deze snel en kwalitatief wordt behandeld en geregistreerd. Naast het behandelen en registreren is het evenzo belangrijk dat er voortdurend wordt teruggekoppeld naar de klant.

Statusinformatie:
Statusinformatie is daarbij een adequaat middel Op die manier blijft de klant gedurende de hele afhandeling geïnformeerd. Dit geeft transparantie en bevorderd onrust in de communicatie. De grote uitdaging waar wij als gemeenten voor staan is om deze terugkoppeling van statusinformatie te genereren, zonder dat het steeds noodzakelijk is om daar bij na te denken. Dit lijkt een bijna onmogelijke opdracht, omdat gemeenten over een grote diversiteit aan applicaties beschikt, die eigenlijk niet of nauwelijks met elkaar gegevens uitwisselen. Ook al wil een gemeente gaan voor een geïntegreerde totaaloplossing blijkt het niet of nauwelijks mogelijk om dit automatisch te regelen. De crux zit hem met name is de “open standaarden”. Voor het automatisch uitwisselen is het noodzakelijk om koppelingen te leggen tussen de verschillende vakapplicaties. Denk daarbij aan de strategische applicaties, zoals die van de Sociale dienst, Omgevingsloket, Burgerzaken, Belastingen en vooral niet de vergeten het documentaire informatiesysteem.

Leverancier en klanten zien noodzaak tot samenwerking:
Op dit moment staat het gesternte gelukkig beter dan in het verleden en waait de wind vanuit de goede richting. Daar waar in het verleden leveranciers hun best deze om zich te onderscheiden van anderen en driftig aan het bouwen gingen van een “eigen” en “closed” applicatielandschap wordt het steeds duidelijker dat zij op die manier de plank volledig mis gaan slaan. Dit “buiten spel” gevoel en die “afhankelijkheid” gaat steeds meer wringen en leid ook op showstoppers bij aanbestedingen. De tij is dus wat dat betreft gekeerd en eigenlijk is iedereen er het wel over eens dat de applicaties “open” met elkaar moeten communiceren volgens Standaard Uitwisselings Formaten(STUF). Opzichzelf niets mis mee, maar Stuf bleek “stoffig” te zijn en iedereen kon er een eigen interpretatie aangeven. Daar waar de ene leverancier zich keurig aan de “volledige” Stuf beschrijving/inhoud van het aangeboden koppelvlak hield, gaf de andere leverancier er een andere inhoud aan. Het is immers lastig om al de aangeboden informatie binnen zo’n koppelvlak te onderhouden. Nu het blijkt dat leveranciers daar ZELF ook veel last van ondervinden is de tijd eindelijk rijp om deze Stuf koppelvlakken eindelijk een te certificeren.


compabiliteitslijst Stuf koppelvlakken:

Wat zou het toch mooi zijn als je als klant gewoon kunt zien welke leveranciers gecertificeerde koppelvlakken hebben, die naadloos op elkaar aansluiten. Maar anderzijds. Wat zou het toch mooi zijn als leveranciers hetzelfde kunnen zien. In de praktijk blijkt dat het één groot drama is om een eenvoudig koppelvlak werkend te krijgen, omdat leveranciers “hun” koppelvlak gewoon op een eigen manier invullen en “onderhouden”. Op het moment dat de leverancier het nodig vind om het geboden koppelvlak aan te passen voor het eigen applicatie landschap vallen de aangesloten applicaties van “derden” vaak gewoon om en is er weer veel spanning en druk op de ketel om alsnog de informatiestroom weer op gang te krijgen.
Dit kan gewoon niet langer meer en mag niet worden getollereerd. Ons klantproces en het gemeenschapsgeld wordt op deze manier onnodig verspilt Het kost dan ook vaak bakken met geld (moet immers snel worden opgelost dus extra vaak onvoorziene kosten) en ergenis van klanten en gemeenten, om de zaak weer in de lucht te krijgen.

KING (KwaliteitsInstituut Nederlandse Gemeenten)
Gelukkig keert het tij en heeft KING deze koppel problematiek opgepakt. Dit onafhankelijke instituut is gestart om samen met gemeenten en leveranciers in de praktijk te werken aan deze koppelvlakken, met als doel om te komen tot een gecertificeerde reeks aan koppelingen voor binnen de gemeentelijke bedrijfsinformatiearchitectuur gebruikte en benodigde koppelingen. Door samen met diverse gemeenten, die deels dezelfde, maar ook vaak verschillende applicaties gebruiken voor hun bedrijfsproces en in nauwe samenwerking met de verschillende leveranciers, wordt gewerkt aan “open standaard” koppelvlakken. Tijdens deze praktijktest wordt parallel “testsoftware” ontwikkeld, die het mogelijk maakt om de koppelvlakken in de praktijk te testen, opdat deze ook volledig conform de specificatie wordt gebouwd en opgeleverd. Pas wanneer het door de leverancier aangeboden koppelvlak aan de STUF certificering voldoet kan deze zijn naam toevoegen aan de compabiliteitslijst.

Koppelvlakken tussen de midoffice en documentmanagement systemen:
De grootste bottleneck blijkt op dit moment te zitten tussen de aansluiting van de diverse Midoffice toepassingen en de Document Management Systemen. Juist dit koppelvlak is crusiaal voor het klantproces. Wat zijn immers gegevens zonder de daarbij behorende documenten .

Gelukkig zien vrijwel alle leveranciers in dat zij elkaar nodig hebben in deze. Het bouwen van een compleet archivering, postregistratie en document management systeem is nu eenmaal een specialisme apart, wat vaak bij leveranciers als enige procesapplicatie wordt doorontwikkeld. Op dat vlak hebben alle leveranciers elkaar hard nodig en zijn “standaard koppelvlakken” een must.

WABO en OLO
Helaas worden wij als gemeenten en leveranciers ongelukkig van de ontwikkelingen die vanuit de “rijksoverheid” goedbedoeld worden opgelegd. Met de ingebruikname van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo) was het loffelijke streven om de vergunningverlening o.a. bij gemeenten drastisch te verbeteren door dit centraal op te pakken. Wij als gemeenten juichten dit natuurlijk toe, omdat het vrijwel onmogelijk was voor “alle” gemeenten om dit op een dusdanige manier te structureren dat onze klanten daar gelukkig van werden. Helaas blijkt de visie en het project dat door de rijksoverheid werd opgeschreven tijdens het voorbereidingsproces naar de “life”invoering steeds minder uitvoerbaar. Tijdens het bouwen van de OLO kwam steeds meer vast te staan dat er teruggekomen moet worden op de ideaal beelden die waren ontstaan op te tekentafel van de bedenkers van de OLO. Erger nog. De uitvoerbaarheid blijkt totaal niet te stroken met de onderliggende wetgeving. Er werd een OLO en samengevoegd vergunningspakket gebouwd, waarbij totaal voorbij werd gegaan aan de Archiefwet, die verschillende vernietigingstermijnen voorschrijft voor de verschillende vergunningprocessen. Wat nog veel erger is dat het OLO totaal NIET aansluit bij de interne bedrijfsinformatiearchitectuur. Daar waar wij net onze bedrijfsprocessen intern op orde krijgen, blijkt dat wij dubbel moeten gaan boekhouden. Op het OLO onstaat het vergunningsproces naar onze klant en deze wordt vervolgens qua workflow en documentaire informatievoorziening binnen de gemeentelijke informatiearchitectuur weer ingeracht. Immers…. Ons KCC moet in staat zijn om via alle kanalen de juiste informatie te verstrekken. Zo is de praktijk bij gemeente Woerden dat het vergunningsproces opstart via het OLO, dat er handmatig binnen onze bedrijfsapplicaties BWT4all, het zakenmagazijn van Emaxx en ons Document Managementsysteem Corsa een zaak wordt aangemaakt.

Onwerkbare situaties door meerdere zaaknummers voor één zaak door onsamenhangende applicaties:
Door deze werkwijze is het vrijwel onmogelijk om deze vier systemen aan elkaar gekoppeld te krijgen. Onze klant krijgt immers een zaaknummer vanuit het OLO, intern wordt de workflow opgestart binnen het BWT4all proces, met daarbij een zaaknummer, uiteraard moet ook het DMS Corsa parallel meelopen(hier wordt immers uiteindelijk dossier van het totale vergunningverleningsproces gearchiveerd), dus OOK een zaaknummer en ja, onze klant heeft nog steeds de vrijheid tot kanaalkeuze en gaat zeker een keer informatie inwinnen via één van onze KCC kanalen, dus ook hier moet de “zaak” geregistreerd staan, met de daarbij behorende informatie, zoals “statussen” en “behandelaar”. VIER zaaknummers dus (OLO,BWT4ALL,Emaxxzakenmagazijn en Corsa DMS) die op één of andere manier moeten worden gecommuniceerd met “onze klant”. Voor de uitvoering bijna een onmogelijke zaak en veel frustraties m.b.t. de extra “kloppel werkzaamheden” (handmatig muteren in de verschillende systemen).
Frustraties bij de OLO implementatie:
Daar waar wij denken eindelijk de zaak op orde te krijgen wordt het ons vrijwel onmogelijk gemaakt om ons klantproces goed in te vullen. Het OmgevingsLoketOnline(OLO), dat door de overheid is ingericht sluit totaal niet aan bij de interne gemeentelijke processen, waardoor heel veel kostbare tijd verloren gaat door het afstemmen van de externe en interne processen hetgeen veel frustraties geeft. Deze manier van werken is totaal niet efficiënt en ondoordacht. 1 oktober 2010 ging jet OLO “life” en drie dagen voordat de OLO in bedrijf werd genomen werd nog even snel een nieuwe toepassing geïnstalleerd.
Het is toch niet te begrijpen dat er speciale voorlichtingssessies werden gegeven, waarbij gemeentelijke behandelaar meerdere scenario’s kregen voorgelegd hoe zij het vergunningverleningsproces af moesten handelen binnen hun eigen gemeente. “De keuze is aan U” was het advies met een mapje met scenario’s en peptalk en toytoy’s .

|Jammer die negatieve ophef m.b.t. mislukte OS projecten als Heerenveen en Open Amsterdam

    Wat mij steekt is de hoeveelheid aan negativiteit die er, qua communicatie in de media, vanuit gaat op het moment als een “open standaard” , “open source” project mislukt.
    Wat ik nog minder vind is dat juist NOIV “onzorgvuldig” omgaat met een tegen publicatie en daarbij close source leveranciers met naam en toenaam noemt als één van de oorzaken van het mislukken van een implementatie project, zonder echt “alle” feiten af te zetten tegen de doorlooptijd van het gehele project.
    Ja, er gaat helaas nog best wel eens wat verkeerd, maar moet dit dan afgemeten worden op de afloop aan het einde van het project, terugkijkend op een implementatie periode van 2 jaar.
    De afgelopen 2 jaar is er veel doorontwikkeld en wordt zowel “open” als “closed” software steeds meer verbeterd. Beide omgevingen groeien enorm naar elkaar toe.

    Juist hier zou NOIV een onafhankelijke en cruciale rol kunnen spelen om te helpen bij het voortraject( risico analyse, financieel en bestuurlijk), maar ook m.b.t. de juiste communicatie naar buiten. Het gebruik van “open source” toepassingen ligt enorm onder een vergrootglas. De geslaagde “best practices” zijn nog met een kaarsje te vinden en een transparante, vooral TIJDIGE communicatie naar buiten is dan ook essentieel.

    Zo weet ik uit ervaring van twee jaar geleden de toepassingen “Open Office.org” en “Zarafa” nog lang niet waren op het punt waar zij nu zijn. Durf vooral naar buiten te brengen waar deze producten nog te kort in schieten en schuif de schuld van het falen van een implementatie niet af op het niet meewerken van “closed source” leveranciers. De case “Heerenveen” waarbij “Open Office.org” niet goed communiceerde met de Doc4all toepassing van Centric, is een slechte raadgever voor iedere partij. Ook een “closed source” leverancier moet kunnen beschikken over juiste specificaties, waaraan een koppelvlak of andere toepassing moet voldoen. Juist transparantie is hierbij essentieel. Een negatieve publiciteit in de pers levert dan al snel niet het beoogde resultaat. Zowel de gemeente in kwestie als de leverancier komen daar geen steek mee verder

    Woerden als early adapter(2002):

    Woerden is als early adapter al actief bij het promoten van “open standaarden” en het gebruik van “open source” software binnen de gemeentelijke ICT infrastructuur. In 2002 werden de eerste servers al met succes over gezet en in 2004 hadden wij 80% van de werkplekken gemigreerd naar server based computing. Daar waar anderen volop Citrix implementeerden plaatsten wij in 2003, in samenwerking met Wyse, ruim 250 thin clients, die uitgerust met een Open BSD variant OS via RDP communiceerde met de terminal servers van Microsoft. Achter deze Microsoft server 2000 omving stopte echter de invloed van Bill Gates en werd de Security Account Manager van Microsoft volledig vervangen door OpenLDAP i.c.m. Samba. Doormiddel van scripting tools en menu’s werd het vanaf dat moment mogelijk om op eenvoudige wijze gebruikers en rechten toe te wijzen. Deze opzet wordt tot de dag van vandaag met succes gebruikt en ingezet t.b.v. het beheer van 600 gebruikers verdeeld over twee gemeentelijke organisaties. OpenLDAP maakte het tevens de interoperabilteit mogelijk tussen vele randsystemen opdat eenmalige invoer en meervoudig gebruik als standaard eenvoudig binnen handbereik kwam, zonder extra kosten of ingewikkelde implementaties.

    Ja, in die tijd al (2002-2004) moesten al vele hobbels en kuilen worden gladgestreken met onze strategische “close source” software leveranciers. Dat ging vaak niet zonder horten en stoten, maar een juiste communicatie en doorzettingsvermogen leverde meestal toch het beoogde resultaat. Het was erg lastig om deze mee te krijgen in ons denk- en migratie traject. Wij voelden ons roependen in de woestijn en hadden weinig bijval van ander collega gemeenten, die het risico niet wilden(durfden) te nemen.

    Samen met Bart Knubben werd jaren terug al het eerste artikel op de website van OSOSS geplaatst en knokten wij met vele andere enthousiaste collega’s om het gebruik van open standaarden en opens source software te stimuleren. Daar waar anderen afhaakten gingen wij door, ondanks tegenslagen. Met Jan van de Straat mocht ik deelgenoot zijn van het Haarlemse project op het gebied van implementatie van Open office binnen de gemeentelijke kantoorautomatisering. Helaas wilde dat nog niet echt slagen o.a. vanwege de nog niet voldoende doorontwikkelde Open Office software en de complexheid van gebruikte toepassingen en macro’s op de werkvloer. Dit omvangrijke project mocht dan wel niet slagen, maar kwam niet met veel tamtam negatief in de media.

    Woerden ontwikkelde in de back-office stevig door en slaagde er in alle stilte in om de ingezette koers te handhaven. (zie de hybride aanpak omschreven op jullie site). In die tussen tijd werd onze aanpak regelmatig tegen het licht gehouden en mocht ik presentaties geven tijdens bijeenkomsten en congressen, zoals het VID congres(open source toepasbaar?), waar ik zij aan zij met Microsoft(Raul Pech), SUN etc. mocht sparren in een “open discussie” om te onderzoeken of de toepassing van Open source haalbaar was binnen Defensie.

    Later werd ik als gastspreker uitgenodigd door Stephan Wildeboer, waarbij ik de Woerdense aanpak mocht presenteren. Helaas is ook dit project geheel anders gelopen. Ik sprak toen al mijn twijfels uit m.b.t. de wijze waarop de greenfield methode werd uitgerold, maar dat terzijde.

    Jammer, de ophef m.b.t. de ontstane situatie van Heerenveen. Het is jammer om dan te zien dat deze netelige situatie zo uit het verband getrokken in de media komt waarbij het NOIV stelt dat “Centric” mede verantwoordelijk was voor het falen van het project, omdat deze alleen een ouder Open Office versie zou ondersteunen. Uiteraard lopen wij vaker als gemeenten tegen dit soort problemen aan. Leveranciers als Centric hebben net hun software aangepast op het werken met bijv. Oracle versie 10 en Oracle komt al weer uit met 11. Ook hier kennen wij als gemeenten een “lock-in” tussen closed vendors. Alleen in het geval Heerenveen had naar mijn mening ook gekozen kunnen worden voor het in stand houden van een Microsoft licentie op de Doc4all documenten server, zonder dat dit direct de noodzaak tot beieindiging implementatie Open Office.org had teweeg gebracht. Soms moet je ook kunnen uitwijken naar een “tussenoplossing”, waarbij een hybride oplossing tussen closed en open naast elkaar kunnen functioneren. Op dit moment wordt de Doc4all versie 4 uitgebracht. Deze zal de huidige versie OpenOffice 3.2 gewoon ondersteunen.

    Ik deel dan ook totaal deze aanpak qua communicatie niet en mag dit met voldoende onderbouwing en ervaringen uitspreken. Mijn ervaring leert dat je best kunt sparren met een leverancier als Centric. Dit is de afgelopen 8 jaar al meerdere malen voorgekomen. Het gaat niet vanzelf, maar met een goede onderbouwing kom je al heel ver.
    Juist anno 2010 merk ik dat de tijd er rijp voor is om als gemeente samen door te bouwen aan de ICT bedrijfsinformatie architectuur waarbij closed en open source leveranciers samen werken conform uitwisseling op basis van “open standaarden”. Op die manier kunnen leveranciers elkaar goed vinden, of het nu gaat om software ontwikkeld binnen close source dan wel op basis van open source toepassingen.

    Juist het “netwerken” met collega gemeenten en leveranciers levert wederzijds enorm veel belangrijke informatie op. Dit voorkomt frustraties achteraf en juist in deze tijd waarin de ontwikkelingen m.b.t. de ICT bedrijfsinformatiearchitectuur(KCC’s met front-mid en back-office) erg snel gaan, is het van essentieel belang om ervaringsinformatie snel te delen.
    Iedereen is erbij gebaat om mee te dansen in deze ICT keten, die juist bij gratie van samenwerking tussen verschillende leveranciers en toepassingen, tot een succes kan uitgroeien. Daar waar de GOVunited’s, Velda’s ANDESsen en DIMpacts hard knokken om deze samenhang te creëren en bewaken, draait onze dagelijkse toko gewoon door. Ervaring leert helaas dat het wachten op het succes vaak veel te laat komt en veel geld kost.

    Ik het afgelopen anderhalf jaar een aardig netwerk opgebouwd met collega’s en leveranciers waarbij wij steeds in goede communicatie en samenwerking proberen te komen tot die moeilijke opgave om het woordje “interoperabiliteit” echt in de praktijk te laten werken. Mijn ervaring leert, dat leveranciers die gebruik maken van “open source” ontwikkel omgevingen elkaar snel begrijpen en het licht in elkaars ogen gunnen. Gelukkig merk ik nu ook dat “closed source” leveranciers steeds meer laten zien dat zij willen samen werken met leveranciers die “open source” producten vermarkten. Zo zal het toch gewoon moeten zijn. Alleen zal het erg moeilijk zijn voor die leveranciers om gezamenlijk het initiatief te nemen tot het schrijven van “open standaard” koppelvlakken. Deze taal ligt wat mij betreft besloten bij de overheid en kan naar mijn mening heel goed worden ingevuld door instituten als KING, VNG etc.

    Snelheid van ontwikkelen binnen Open Source:
    Wat mij nog meer gerust stelt is de snelheid waarmee “open source” leveranciers woord bij daad voegen. In het afgelopen half jaar mocht ik deelgenoot zijn van het ontwikkelen van het geheel nieuwe, webbased(o.a. Glowfish) documentcreatie product: Xential van Interaction|Next en de doorontwikkeling van de eMAXX suite van Exxellence naar zaakgericht werken. Beide producten werden in een zeer korte doorlooptijd productierijp ontwikkeld, conform “open standaarden” en kunnen met elk platform integreren.

    Het deed mij dan ook goed dat ook BCT automatisering open stond om haar toepassing door te ontwikkelen naar een berichtenbox conform “open standaarden”, opdat deze “closed source” toepassing aangesloten kon worden op het eMAXX zakenmagazijn van Exxellence.
    (Deze oplossing wordt op dit moment verder uitgewerkt)

    Als alle leveranciers zich daadwerkelijk zouden conformeren aan deze manier van samenwerken binnen open standaarden, dan gaat de wereld van interoperabiliteit er stukken beter uit zien.

    Certificeren “standaard koppelvlakken”:
    Een certificering van deze aangeboden koppelvlakken vanuit bureau standaardisatie zou het dan vele malen transparanter maken bij de keuze van toepassingen en leveranciers. http://www.open-standaarden.nl/organisatie/bureau-forum-standaardisatie/

    Ervaring leert dat het op dit moment nog slecht gesteld is met deze standaardisatie. Gelukkig kan ik uit ervaring spreken dat ik zelf getuige was dat het anders kan.

    De afgelopen 4 jaar heb ik deelgenomen in de productgroep ICT van de gebruikersvereniging Oranjewoud m.b.t. het doorontwikkelen van hun productlijn GBI t.b.v. het beheer van de openbare ruimte. Juist hier heb ik aan de lijve ondervonden dat het vaak niet alleen aan de leverancier ligt om de ontwikkeling door te zetten naar de nieuwe open standaarden. Juist wij, als gemeenten, houden vast aan de traditionele software. Het zijn juist de vakspecialisten die vaak niet verder kijken dan de mogelijkheden binnen hun eigen vakafdeling. Zij hebben moeite met het loslaten van een vertrouwde manier van werken en stellen de functionaliteiten binnen hun vertrouwde pakket boven de interoperabiliteit. Het zijn dus niet de systeem- en informatie architecten die tijdens gebruikersdagen hun “roadmap tot integratie” inbrengen maar de eindgebruikers. Zij bepalen hoe de ontwikkel muntjes rollen en vervolgens wegvloeien in het in standhouden van de traditionele “gesloten” softwarelijnen. De vaak verouderde producten, waarbij de user interfaces, business intelligence en databases volledig zijn geïntegreerd in één geschreven toepassing, zijn erg gesloten en laten zich moeilijk inpassen in de moderne ICT infrastructuur. De inbreng van de productgroep ICT, leverde een essentiële bijdrage aan bij de ontwikkeling van een nieuwe toepassing van Oranjewoud, die volledig is gebaseerd op open standaarden. Op die manier wordt integratie binnen de huidige gemeentelijke hybride ICT architectuur een stuk eenvoudiger wat goed is voor zowel de software leverancier als de gemeente als klant, die een vrijheid in keuze van aangeboden producten van derden heeft.

    Standaardisatie koppelvlakken DocumentManagementSystemen:
    Juist in de nieuwe manier van werken, waarbij de rijksoverheid gemeenten dwingt om de burger, bedrijven en instellingen de mogelijkheid moet bieden om via vrije kanaalkeuze contact te leggen met de gemeente is het belangrijk om een volledige integratie van systemen en informatiebronnen mogelijk te maken. Uitdagingen zijn met name de samenwerking tussen ICT infrastructuur, softwaretoepassingen en leveranciers en de beveiliging van deze informatie en ICT infrastructuur.
    Daar waar wij het jaren geleden hadden over het “stoomlijnen van de basisgegevens” blijkt nu des te meer dat deze gegevens niet alleen bestaan uit “platte data”. Juist het zaakgericht werken, dat ook als “mode woord” binnen gemeenteland is geïntroduceerd, zet ons direct voor het gedwongen feit dat documenten en dossiers naast deze data beschikbaar moeten komen. Deze documenten, dossiers, afbeeldingen etc. zit vaak veilig opgeborgen in onze DocumentManagementSystemen, zoals de veel voorkomende toepassingen als Corsa, Docman, Decos en vele andere toepassingen. Daarnaast is een verschuiving naar open source toepassingen, zoals bijv. Alfresco (http://www.alfresco.com/ )zeker niet meer uniek te noemen.

    Wat zou het toch een verademing zijn als hier ook een DMS STUF standaard wordt vastgesteld, opdat de verschillende leveranciers van DocumentManagementSystemen en Midoffice toepassingen op transparante wijze kunnen koppelen.
    Juist hier is de nood hoog en kunnen torenhoge kosten worden voorkomen aan individuele investeringen om de zaak aan elkaar gekoppeld te krijgen.

    Gesprekken met de Woerdense software leveranciers Exxellence(eMAXX zakenmagazijn) en BCT automatisering (Corsa DMS) leerde dat zij zich graag willen conformeren aan een standaard met certificering. Maar ook Centric, bij monde van Lidwien Meijers en Noor Ferket betreuren het feit dat die open standaard maar niet van de grond wil komen. Juist hier zit misschien ook wel de kern van de frustraties die een project als Heerenveen doet mislukken. Het gebrek aan informatie op het gebied van uitwisseling van gegevens tussen de closed en open source toepassingen frustreert enorm. Nog wranger is als de communicatie tussen de leverancier en de gemeente als klant en opdrachtgever hapert, waardoor vaak onnodige frustratie ontstaat. Naar mijn mening moet er meer duidelijkheid komen van wat WEL en wat NIET tot de benodigde standaard hoort, opdat alle leveranciers kunnen doorontwikkelen naar een “gecertificeerde” open standaard koppelvlak.

    Uiteraard zullen er gemeente specifieke wensen blijven bestaan. Dit is dan een feestje tussen de betrokken leverancier en de gemeente als opdrachtgever. Ook zal het naar mijn mening een stuk eenvoudiger worden om tot een juiste prijsindicatie te komen bij het leveren van deze koppelvlakken, immers:”de specificaties zijn bekend”.

    Informatiebeveiliging:
    Dan nog niet te vergeten het informatiebeveiligings issue. Ook dit moet niet onderschat worden in deze. Het standaard koppelvlak zal ook hierin moeten voorzien.

    Kortom. Er ligt volgens mij een grote uitdaging voor het NOIV, daar waar het gaat om het juist inschatten van de toepasbaarheid van Best Practices binnen overheidsland. Nabellen leert al snel dat iedereen bezig is in de overweging, afweging tot de aanschaf en implementatie van “open source”. Een goede implementatie van open source toepassingen zal alleen maar kunnen slagen als zowel gemeenten, maar ook andere “profit” en “non profit” instanties hun ervaringen delen.

    Helaas is de spoeling van de “open source” leveranciers die als “ervaren implementators” aan de slag kunnen gaan nog dun. Wel doet mij goed dat deze leveranciers elkaar het licht in de ogen gunnen, om schouder aan schouder te werken naar een geslaagde implementatie van “open source” toepassingen. Een lastige bijkomstigheid is het opdrachtgeverschap van gemeenten in deze moeilijke aanbestedingsprocessen. Goed opdrachtgeverschap, waarbij alle risico’s van te voren worden onderkent, is nauwelijks te volbrengen. De vele facetten zijn zo nieuwe dat een duidelijke afbakening van zo’n complex totaalproject een nagenoeg onhaalbare zaak is. Je moet als gemeente in staat zijn om een gedegen Programma Van Eisen(PVE) neer te leggen, waarin de gewenste eindsituatie duidelijke uitgeschreven is goed onderbouwde financiële paragraaf. Met één leverancier als implementatiepartner valt dat vaak nog wel te realiseren, maar met een veelvoud aan gespecialiseerde spelers, waarbij iedereen een expertise heeft op het gebied van: “vooronderzoek” , inhoudelijke kennis op het gebied van een toepassing(denk daarbij aan bijv. Zarafa, Open Office.org, Alfresco etc),“technische implementatie en nazorg” en opleiding, blijft een hel of a job.

    Naar mijn mening(gedeeld door andere OSS sympathisanten) kan het NOIV in de toekomst beter helpen bij het oplossen van implementatie problemen van OS toepassingen en actief meehelpen tot het oplossen van de problemen. Op die manier is elke vorm van negatieve publiciteit en gezichtsverlies al bij voorbaat in de kiem gesmoord.

    Rol VNG:
    Het is jammer dat wij in deze zo weinig horen van het VNG. Ook zij zouden met een “kundig” iemand op de proppen moeten komen. Juist in deze tijd van bezuiniging ligt er een uitdaging op het gebied van het vaststellen van open standaarden en het gebruiken van “open source” toepassingen. Door dit te stimuleren kunnen gemeenten geld besparen, wat direct weer ten gunste komt van het besteedbaar inkomen van burger en bedrijf. Juist “kennis” bij het VNG kan weer substantieel bijdragen bij de verdere doorontwikkeling van een hybride ICT infrastructuur binnen de gemeentemarkt. Dit heeft dan direct zijn weerslag op de “kennis” bij de specialisten die wij nodig hebben m.b.t. een goed implementatie project binnen deze omgeving. Laten wij eerlijk zijn. Het is toch niet interessant om een bedrijf op te richten met “open source” toepassingen als hiervoor geen afzetmarkt is.

Wie in ons land een gemeente zoekt waar open source stevig in het ICT-bouwwerk is verankerd, moet midden in het Groene Hart zijn. De gemeente Woerden (circa 50.000 inwoners) neemt als open source gemeente een vooraanstaande plaats in. Al in 2004 leverde dat een nominatie op als ‘meest open overheidsorganisatie’. Woerden heeft een lange historie op het gebied van open standaarden en open source software. We beschrijven hier de huidige stand van zaken, een ontwikkeling die in 2002 werd ingezet.

Woerden hanteert het zogenaamde ‘best of breed-principe’. Dat houdt in dat binnen de gemeente voortdurend wordt afgewogen wat de meest efficiënte, effectieve en kosten vriendelijke oplossing is. De afweging valt vaak uit in het voordeel van open source software. Als coördinator ICT van de gemeente Woerden, hanteer ik het principe met veel succes. “We hebben geen uitgesproken open source doelstelling. Wel het uitgangspunt dat bedrijfszekerheid en kwaliteit voorop staan. We formuleren onze eisen, kijken wat er al in huis is, en wat nog bruikbaar is. Zoeken dan naar een product dat daar het beste bij aansluit. Als daar een ‘gesloten’ product uit voortkomt, hebben we daar geen enkel probleem mee. Maar het is in ieder geval wel steeds een duidelijke keuze aan de hand van een transparante afweging”.

    Open source op hoog niveau

De gemeente Woerden omvat de kernen Harmelen, Woerden, Kamerik en Zegveld en telt circa 50.000 inwoners. In de gemeentelijke organisatie zijn ongeveer 450 mensen werkzaam. Woerden heeft een samenwerkrelatie met de naburige gemeente Lopik (100 medewerkers). Op basis van die samenwerking levert Woerden ICT-diensten voor zo’n 125 werkstations van Lopik. De Woerdense afdeling systeembeheer heeft in totaal de verantwoordelijkheid voor het beheer van circa 600 werkplekken.

Het ICT-bouwwerk is ontstaan na acht jaar stap-voor-stap ontwikkelen op basis van het ‘best of breed-principe’. Vandaag de dag zijn, met uitzondering van de terminal servers, vrijwel alle besturingssystemen omgezet naar Debian en Ubuntu. De totale architectuur omvat systemen met de open source producten: SUSE Linux, Samba, Apache, MySQL, PostgreSQL, Bacula, PHP, OpenLDAP, Open SSL, Clam AV (Proxy antiVirus) en diverse open source Windows-toepassingen. Zoals PDF Creator en 7zip.

Hans Harskamp is een van de motoren achter deze ontwikkeling en hij heeft er geen spijt van. Verre van dat zelfs. Hij ervaart dat Woerden veel meer mogelijkheden heeft gekregen om te sturen op kwaliteit en kosten en niet meer afhankelijk is van het aanbod van enkele leveranciers. Andere belangrijke winstpunten zijn voor hem de grotere betrouwbaarheid van de systemen en de gunstige kostenontwikkeling. Ook professioneel zijn er duidelijke voordelen. Open source software stelt andere, hogere eisen aan de systeembeheerder. In ieder geval wordt er meer verwacht van de Woerdense ICT’er dan alleen maar het inkopen van ‘gesloten’ softwarepakketten. De afdeling Informatievoorziening van Woerden heeft in de afgelopen jaren de kennis van open source software dan ook op hoog niveau gebracht.

Harskamp: “De kennis in eigen huis hebben, is een voordeel om optimaal van hybride systemen gebruik te maken en deze goed te beheren. Werken met open broncodes biedt veel meer mogelijkheden tot een beter beheer van je systemen. Bij problemen kunnen we zelf oplossingen vinden en zorgen dat de zaak weer snel draait. Uiteraard kunnen de instellingen van de software door de strikte beveiligingswaarborgen niet zomaar worden gewijzigd. Om tot nauwkeurige instellingen te komen, maken we gebruik van grafische interfaces, tekstcommando’s en scripts. Daarbij kunnen we ons gelukkig baseren op voldoende documentatie en naslagwerken. Dat deze beschikbaar zijn, geeft al aan dat het om volwassen, doordachte producten gaat”.

Positieve businesscase
Voor veel organisaties zijn lagere kosten een belangrijke overweging om op open source software over te stappen. Na acht jaar moet in Woerden ook op dat punt voldoende ervaring zijn opgedaan. In ieder geval is in Woerden duidelijk geworden dat een keus voor open source software financieel meer keuzevrijheid geeft. Voor Hans Harskamp vertaalde zich dat als een uitdaging om zo efficiënt mogelijk met het geld van de burger om te gaan: “Hoeveel wij uiteindelijk hebben bezuinigd in de afgelopen jaren valt moeilijk te becijferen. Het gaat om ‘uitgespaard’ geld dat teruggekomen is in het ICT-budget. Dat geld hebben we weer gebruikt voor verdere doorontwikkeling. Voor de noodzakelijke ontwikkelingen op het gebied van bedrijfsinformatie zijn steeds meer toepassingen nodig”. Harskamp wijst daarbij op de opeenstapeling van nieuwe wetgeving en ontwikkelingen in het kader van de e-overheid, zoals het Nationaal Uitvoeringsprogramma betere dienstverlening en e-overheid (NUP). Ook het KlantContactCentrum is zo’n ontwikkeling waarvoor flinke investeringen in ICT nodig zijn.

De toepassing van geïntegreerde systemen waarmee de vereiste front-, mid- en backoffice combinaties mogelijk zijn, vragen om maatwerk. “Dat los je niet op door wat closed source software van de plank te trekken”, aldus Harskamp. “Zoek je het wel in een ‘gesloten’ oplossing, dan moet je investeren in aanvullende, incidentele softwarelicenties en dan zit je meteen structureel vast aan beheercontracten. Met een keuze voor ‘open’ bespaar je in ieder geval op de basissoftware. Je hebt dan bij voorbaat al een bezuiniging doorgevoerd. Let wel: open source software is niet gratis, maar kan zeker een significante besparing opleveren binnen het besteedbare ICT-budget”, aldus Harskamp.

Volgens Harskamp zijn er best wel rekensommen te maken om te becijferen welke bezuinigingen zijn gerealiseerd. “In ieder geval is duidelijk dat we een aantal structurele kosten van ‘closed source’ niet hebben. Een voorbeeld zijn de licentiekosten waar je tegenaan loopt, zoals ons in 2009 overkwam. We kregen destijds een navordering van 100.000 euro in verband met het gebruik maken van thuis-pc’s door 150 telewerkers. We moesten voor die mensen aanvullende licenties voor MS Office 2000 afrekenen, terwijl ze via de terminal servers gebruik maakten van een door de gemeente Woerden betaalde MS-Office licentie. Met deze afstraffing en gevoelsmatige onjuistheid wordt je toch extra geprikkeld om naar andere opties te kijken.”

    De Woerdense aanpak

In Woerden wordt veel zorg besteed aan softwarekeuzes. Uitgangspunt is dat nieuwe systemen integreren met bestaande systemen en oplossingen. Dat betekent veel behoefte aan interoperabiliteit en dat is juist een sterk punt voor open standaarden en open source. De keuzes moeten passen in een strategische visie voor de komende jaren. In Woerden worden de ontwikkelingen inzichtelijk gemaakt in architectuur-schema’s. Volgens Hans Harskamp een goed gebruik: “Mijn ervaring is dat deze architectuurplaten een welkome ondersteuning zijn in aanbestedingstrajecten. Je maakt via deze schematische voorstellingen de leveranciers duidelijk wat je wilt en dat voorkomt veel onbegrip en gedoe achteraf.”

In principe werkt de gemeente Woerden volgens het volgende stappenplan:

* 1. Ontwikkel eerst een visie op de gewenste ontwikkelingen voor de komende twee tot drie jaar. Werk deze visie uit in een schematische voorstelling van een bedrijfsinformatiearchitectuur. Met zo’n overzicht, met bijvoorbeeld een duidelijk beeld van het gemeentelijk applicatielandschap en de leveranciers die daarbij horen, wordt het mogelijk om uitdagingen en knelpunten op eenvoudige wijze in beeld te brengen. Ook ontstaat met een dergelijk overzicht de mogelijkheid om koppelingen met nieuwe ICT-ontwikkelingen goed te visualiseren. Een goed ingevulde bedrijfsinformatiearchitectuur maakt in één oogopslag duidelijk waar je als organisatie met je bedrijfsvoering staat.
* 2. Ontwikkel op basis van kleine stapjes: eerst ervaring opdoen op weinig risicovolle plaatsen.
* 3. Goed ‘netwerken’. Kijk eerst om je heen of elders oplossingen zijn die je goed kan gebruiken. Zoek bijvoorbeeld op internet naar ervaringen en oplossingen binnen soortgelijke organisaties. Voorkom dat je steeds zelf wielen uitvindt die elders al draaien.
* 4. Steeds afwegingen maken op basis van kwalitatieve en budgettaire argumenten (‘best of breed-principe’). Uitgaan van hybride ontwikkeling: maak sterke combinaties tussen open en gesloten systemen.

Een dergelijke aanpak levert Woerden de volgende voordelen op:

* – Betere en heldere onderhandelingspositie met leveranciers;
* – Stabiele en betrouwbare systemen;
* – Betere interne informatiebeveiliging (heldere rechtenstructuur/toekenning autorisaties);
* – Duidelijke kostenbesparingen bij aanschaf open source software;
* – Reducering jaarlijkse kosten ICT vanwege structureel onderhoud.

Ontwikkeling front- en midoffice
De gemeente Woerden werkt dit jaar (2010) aan de vervolmaking van een integrale front- en midoffice. Met het oog op de ontwikkeling van een KlantContactCentrum (KCC) is lang gezocht naar een goed werkend concept. Daarbij is als criterium gehanteerd dat de nieuwe oplossing volledig integreert binnen de bestaande ICT- architectuur en/of beschikt over een goede interoperabiliteit. Dat laatste punt maakte de keuze voor open standaarden en open source software bijna vanzelfsprekend. Een van de eisen was integratie met de diverse, bestaande backoffice componenten, zoals het Corsa DMS van BCT. Ook zou vanuit het gegevensmagazijn (ODS) van Vicrea gegevensuitwisseling moeten plaatsvinden via webservices (open standaard koppelvlakken). In september 2009 viel de keuze op de eMAXX suite van Exxellence, waarbinnen het KlantContactSysteem (KCS) volledig is geïntegreerd met de componenten en workflow van de eMAXX midoffice. Ook hier is weer het ‘best of breed-principe’ gehanteerd.

De implementatie van de eMaxx suite was het sluitstuk in de legpuzzel. Het Telefonisch Informatie Punt (TIP) zal per 1 mei 2010 als eerste kanaal worden aangesloten op de eMAXX suite. Met ingang van 1 januari 2011 zal, naar verwachting, de gehele eMAXX suite zijn aangesloten op diverse back- en midoffice applicaties en volledig in bedrijf worden genomen. De software van eMAXX werkt op basis van open standaarden en bevat veel open source software. Er wordt onder meer gebruikgemaakt van Active BPEL van Active Endpoints, Struts van de Apache Software Foundation MySQL en PostgreSQL. Het eMAXX ManagementPortal en beheerPortaal worden ter ondersteuning ingezet om het afhandelingsproces optimaal te kunnen volgen en, waar nodig, bij te kunnen sturen.

Zaakgericht werken
Binnen de eMAXX suite van Exxellence wordt ook ‘zaakgericht’ werken doorontwikkeld. Doel is een situatie te creëren waarin een complete integratie conform het zaakgericht werken mogelijk is. Samen met Daadkracht, de CMS leverancier van de gemeente Woerden, werden de vraag en antwoord combinaties (VAC) conform het Antwoord © project ontwikkeld en geïmplementeerd binnen het intranet. Deze zullen later voor alle klanten beschikbaar komen via het internetkanaal. Uiteindelijk zal de VAC-module volledig geïntegreerd zijn binnen het KlantContactSysteem van eMAXX. Daardoor worden gezochte vraag/antwoord combinaties automatisch vastgelegd binnen het KlantContactSysteem, en dus binnen het totale achterliggende proces (zakenmagazijn, Corsa et cetera).

Binnen de eMAXX-suite zijn inmiddels de GEMMA ZaakTypeCatalogus, in combinatie met de meldingen ‘openbare ruimte’, geïntegreerd. In de toekomst zal dit uitgebreid worden met een nieuw ontwikkelde module (‘Grofvuil’). Met deze integratie hoopt Woerden 80 procent van de gestelde vragen binnen de eerste lijn af te kunnen handelen. Hiermee wordt voldaan aan het principe van ‘eenmalige invoer en meervoudig gebruik’. Het open internet-portaal sluit hier als klantportaal goed bij aan. Dat genoemde leveranciers bereid zijn om samen te investeren in verdere ontwikkeling, heeft meegespeeld bij de uiteindelijke keuze voor dit systeem.

Naast het KlantContactSysteem is tevens een OpenLDAP-koppeling ontwikkeld met de Avaya telefooncentrale. Dit betekent dat in de organisatie gegevens automatisch beschikbaar zijn voor het Telefonisch Informatie Punt. De hele EMAXX-suite (KlantContactSysteem en Midoffice, inclusief zaken en gegevensmagazijn) is beschikbaar voor 1 euro per inwoner. De suite is ontwikkeld met open source componenten, zoals Jboss, Active endpoints, Struts en Apache, voldoet volledig aan open standaarden en opgebouwd uit de volgende componenten:

* KlantContactSysteem: hierin worden alle klantcontacten vastgelegd en activiteiten opgestart;
* Kennissysteem: vraag en antwoord combinaties (VAC), conform de ‘open standaard’ Project Antwoord©. Deze is beschikbaar op het intranet en wordt momenteel getoetst aan de praktijk en daar waar nodig aangevuld;
* Gegevensmakelaar (broker): deze is geïntegreerd in de eMAXX suite. Gegevens- en zakenmagazijn conform een combinatie van Zaaktype Catalogus + van GEMMA en de productencatalogus.

Overgang naar OpenOffice.org en open e-mail
Begin 2010 zijn de eerste serieuze stappen gezet om de mogelijkheden te onderzoeken het bestaande MS Office 2000 en IBM Lotus Domino te vervangen voor Open OpenOffice.org, in combinatie met Zarafa. Woerden was samen met de gemeente Nijmegen en het ministerie van Defensie te gast bij het Octrooicentrum Nederland te Rijswijk om zich te laten informeren over het implementatieproject Open Office. Org, in combinatie met Zarafa. Woerden wil samen met de gemeente Lopik onderzoeken of medio 2010 een overstap op OpenOffice.org (plus Support) en Zarafa kan worden gemaakt.

Woerden is al eerder van e-mailsysteem veranderd: van MS Exchange naar Oracle Collaboration Suite. Toentertijd bleek, na twee jaar gebruik, het Oracle-product niet te voldoen aan de gestelde verwachtingen vanwege het ontbreken van te veel functionaliteiten. Vervolgens is gekozen voor Lotus Domino van IBM. Daar kon men echter niet goed aan wennen. Inmiddels blijkt Microsoft Office 2000 niet meer te voldoen binnen de gewenste ontwikkelingen van de kantoorautomatisering en het zaakgericht werken. Uit een gebruikersonderzoek kwam daarna naar voren dat IBM Lotus Domino laag scoorde op het punt van gebruiksvriendelijkheid en het MS Office 2000 pakket als sterk verouderd werd gekwalificeerd. Het onderzoek naar vervangende producten kwam uit bij Zarafa, in combinatie met OpenOffice.org. Bijkomend voordeel is dat deze producten prijstechnisch veel gunstiger uitvallen.

Webbased documenten genereren
Met de op handen zijnde vervanging van de bestaande MS office 2000 en Lotus Domino bleek het noodzakelijk om de binnen MS Office gebruikte sjablonen te vervangen. In samenwerking met het bedrijf Interaction|next wordt gewerkt aan in Glassfish ontwikkeld webgebaseerde ‘Open’ document generator (Xential) toepassing in een midoffice-omgeving. Het streven is om dit product via internet binnen de huisstijl van de gemeente Woerden in te zetten ten behoeve van het creëren van documenten binnen de gehele organisatie met als doel om vanuit de midoffice zaakgerelateerde documenten op te bouwen en automatisch te archiveren in het document management systeem. Xential maakt het proces onafhankelijk van de tekstverwerker. De (e-)documentgenerator is inclusief het sjabloonbeheer compatibel met Writer van OpenOffice.org en andere documentformaten, en is ontwikkeld conform open standaarden.

Het uitgangspunt is om de huidige MS Word sjablonen te vervangen door Xential. Er wordt momenteel met dit product in een testomgeving proef gedraaid. Bij een geslaagde pilot zal Xential als centrale webgebaseerde document generator worden geïmplementeerd binnen de kantoorautomatisering. Om deze documentgenerator goed in te kunnen zetten zal nog een koppeling tot stand moeten komen tussen Xential en Corsa van BCT. Dan zal moeten blijken of de producten van beide leveranciers naadloos met elkaar integreren.

Het belang van proces en draagvlak
In de afgelopen acht jaar heeft de gemeente Woerden op ICT-gebied een duurzame, dynamische ontwikkeling neergezet. Uiteraard is een enthousiast ICT-team essentieel voor de ontwikkeling naar een meer ‘open’ ICT-huishouding. Voor een succesvolle ontwikkellijn, die na zo veel jaar nog steeds doorgaat, is echter meer nodig. Het kan niet zonder een goede verankering op cruciale plaatsen in de organisatie. De ontwikkeling vraagt steeds weer voldoende steun om van de ene ontwikkelstap naar de volgende te kunnen gaan. Daarbij is het proces eigenlijk belangrijker dan de techniek. Ontwikkelprocessen hebben succes als er voldoende draagvlak bestaat. Bij bestuur en strategisch management, maar ook op tactisch niveau bij de uitvoerders. Een ontwikkeling waar alleen een wethouder, en misschien de gemeentesecretaris enthousiast over zijn, heeft op de lange duur geen toekomst als het operationele niveau er niets in ziet. Andersom lukt het ook niet als alleen enkele medewerkers enthousiast zijn en dat enthousiasme niet door iemand op een hoger management niveau wordt gedeeld.

De positie van Hans Harskamp als coördinator ICT is voor de ontwikkeling binnen de gemeente Woerden een belangrijke factor. Aan de ene kant een positie waarin hij een centrale rol speelt in het te ontwikkelen ICT-beleid. Aan de andere kant een leidinggevende positie ten opzichte van de uitvoering. Alle kans om in deze rol te zorgen voor voldoende draagvlak en enthousiasme voor het ontwikkelde ICT-beleid en de uitvoering daarvan.

Harskamp beaamt dat voor de ontwikkeling in Woerden de opstelling van de directie en het College van B&W belangrijk is geweest. Hij kreeg de ruimte om de ICT door te ontwikkelen, zolang de bedrijfsvoering maar optimaal zou blijven functioneren. “Ik kreeg als voorwaarde mee dat alles moest leiden tot een efficiëntere bedrijfsvoering. Daarmee is destijds mandaat gegeven om op ICT-gebied ook andere dan de gebruikelijke gesloten oplossingen voorkeur te geven”, benadrukt Harskamp, die van die ruimte ook dankbaar gebruik heeft gemaakt.

Open source ontwikkelingen Woerden

2002
Eerst vervanging van proxy-server van Microsoft. Reden: de server was erg instabiel geworden. Vervangen door open source alternatief: Squid op een Linux-server. Bleek een uiterst betrouwbare combinatie te zijn. Daarmee eerste stap gezet in open source ontwikkeling. Veranderingen in licentieprogrammering van Microsoft leidde tot aanzienlijke kostenverhoging voor de gemeente. Ook onvrede over updatebeleid waardoor ongewenste migratie en updates plaatsvonden. Besluit Woerden om niet meer in nieuwe Microsoft-producten te investeren.

2003
Front-end ontwikkeling: vervanging 350 werkstations door thin clients: Wyse met een op OpenBSD gebaseerd besturingssysteem. Niet alleen veel goedkoper, maar maakte ook plaatsonafhankelijk werken mogelijk. Medewerkers hebben van deze overgang nauwelijks iets gemerkt: kregen het vertrouwde Windows 2000 desktop. Woerden een van de eerste gemeente die aldus de medewerkers ook kon voorzien van een thuiswerkplek. Tokens ten behoeve van telewerken, gebaseerd op open source software, geïntroduceerd. Windows 2000 server in combinatie met Microsoft Office 2000 blijft in gebruik.

2004
Vervanging fileservers waarop de bestanden centraal worden opgeslagen.

2005
Geautomatiseerde migratie van de Microsoft Active Directory naar de open source server Samba/Linux-server. Vervanging Microsoft Active Directory door een Open – LDAP/Linux server + domain controlling. Heldere rechtenstructuur Samba/Linux biedt. Toekennen rechten is minder flexibel. Daardoor moet er meer worden nagedacht over toekenning autorisaties. Ook werd er voor de groupware Oracle Collaboration Suite (OCS) gekozen voor Linux als onderliggende besturingssysteem. Oracle volledig support op Linux. Voordeel is dat de kwaliteit van de informatiebeveiliging sterk is toegenomen.

Nagenoeg de gehele back-end ICT-infrastructuur werd naar open source software gemigreerd. Ook website vervangen door een open source alternatief: Apache/Linux. Overgang naar Content Management Systeem gebaseerd op open standaarden en een open source database (PostgresSQL).

2007
Vervanging aantal Redhat servers door Linux en bestaande Oracle databaseservers gemigreerd naar open source software van SUSE Linux. Gebruik thin clients maakte het mogelijk om voor Lopik de 125 werkplekken in beheer te nemen. Daartoe in Woerden een Shared Service Center (SSC) ontstaan. In totaal 600 werkstations in beheer en dat levert geen zware beheerlast op. Via OpenLDAP goede instrumenten (onder meer Topdesk) inzetbaar om op een methodische manier ICT-beheer uit te voeren. Oracle Colaboration Suite werd vervangen door Lotus Domino.

2009
Intranetserver ingericht met open source Apache op Linux. 80 Procent van de Linux servers zijn overgezet van SUSE en Red Hat naar Debian en Ubuntu. Twee systeembeheerders studeren af voor de LPI 2 certificering.

2010
Van Open Source tools ‘TAR’, ‘Dump&Restore’ naar de Open Source Enterprise back-up oplossing Bacula. Na de overgang van de decentrale opslag, op onze samba fileserver, naar een centrale opslag, op de nieuwe Netapp FAS 2050 apparatuur en van tapestreamer naar een Virtual tape library deduplicatie apparaat, werden we geconfronteerd met de beperkingen van onze back-up strategie.

In de oude situatie konden we met de open source tools tar, dump en restore de volledige back-up zonder dure third party software op een veilige manier opslaan en archiveren op tapes. De extreme data groei en de vraag naar hogere beschikbaarheid van de systemen heeft ons er toe bewogen om naar een centrale opslag oplossing te gaan. Dit heeft er helaas voor gezorgd dat de back-up strategie niet meer voldeed.

Binnen het ‘open source’ assortiment werd gekozen voor Bacula. Het pakket Bacula kent twee versies te weten: Bacula 5 (community versie) en Bacula 2.6 (Enterprise editie). Woerden koos voor Bacula 5 (community versie) omdat zij zelf over voldoende kennis beschikt om de oplossing te kunnen beheren. Bacula 2.6 Enterprise biedt, tegen betaling, ondersteuning. Op dit moment back-uppen we ruim 1 TB (1024 GB) aan data. Bacula heeft daarvoor een MySQL database met catalogus, waardoor snel de juiste bestanden te vinden zijn en van virtuele tape terug te halen. De retentie van de back-ups is ook sterk verbeterd. Voorheen bewaarden we drie dagen op de disk van de back-upserver voor snelle restore.

Nu wij Bacula in combinatie met een virtual tape library hebben geïmplementeerd, streven wij naar ‘maand back-ups’ en een volledige maand aan ‘dag back-ups’. Conclusie : een ‘open source’ Enterprise level back-up oplossing tegen minimale investering, verhoogde beschikbaarheid van de back-ups en tijdwinst voor beheerders.

1ste kwartaal 2010
Implementatie van de voornamelijk Overgang naar nieuw open source systeem voor mid- en frontoffice. Er zijn 4 Ubuntu servers ingericht voor de EMAXX suite.

3de en 4de kwartaal 2010
Woerden wil eind 2010, samen met Lopik, de overstap maken naar OpenOffice.org (plus Support) en Zarafa.

1 Algemeen

Terugkijkend op mijn ervaringen van de afgelopen 6 jaar kwam ik tot de conclusie dat er maar weinig systemen en software in de markt bestaand die de wensen van de fietsende (en wandelende) hobbyisten volledig invullen. Uiteraard zijn er perfecte navigatiesystemen te koop van fabrikanten als Garmin etc. Dit zijn dan ook specifiek voor het “open veld” ontwikkelde systemen die zondermeer in staat zijn om op een voortreffelijke wijze je al navigerend door het landschap te loodsen. Zelf begon ik in 2002 met zo’n echte Garmin E-map. Ik wilde echter meer. Mijn wens was een “universeel apparaat” die zowel in het dagelijks leven, in de auto als recreatief in het weekend te gebruiken is. En dat alles ok nog eens tegen een betaalbare prijs, zodat deze oplossing binnen “ieders” portemonnee past. Hier zit hem nu net de kneep. Je koopt dan GEEN “standalone” apparaat, maar komt al snel uit op een universele keuze als: een PDA, smartfone of mobiele telefoon. Deze drie werelden gaan steeds meer in elkaar over. Kleur, toutchscreen en besturingssystemen zijn (nagenoeg) open standaard en iedere softwarebouwer kan naar hartelust ontwikkelen. Nog leuker is als zij dit doen voor een betaalbare prijs en volgen een “super gebruikersvriendelijk” protocol. Om die reden schreef ik mijn ervaringen eens op in een soort programma van eisen, in de hoop dat de software ontwikkelaars van deze wereld er oren naar hebben en ook een voor fietsend en wandelend Nederland gaan ontwikkelen. Op dit moment vinden wij de TomToms’s, Navigon’s en Igo’s, Mio’s etc. van deze wereld al heel normaal. Ook bedrijven als VDO Dayton buigen hun markt om vanut de auto naar mobiele systemen. Helaas is het kaartmteriaal en de begeleiding nog steeds veel te veel afgestemd op de automobilist en “vallen” de B.wegen en de fietspaden door de vrije natuur nog steeds van de kaart.

Er bestaat dus een sterke vraag naar navigatiesystemen die ook werken buiten de wegen. Er is op dit moment een groeiende markt van navigatiesystemen die als uitgangspunt een passieve gebruiker van navigatie voorziet. De gebruiker hoeft alleen het vertrek en bestemmingspunt in te voeren en de navigatiesoftware berekent de route. Voorafgaande aan die routeberekening wordt de gebruiker nog in de gelegenheid gesteld om extra randvoorwaarden toe te voegen aan het reisplan zoals:

  • snelste en kortste route;
  • voetganger, fiets, auto;
  • Points Of Interest (POI’s)
  • tussenstops(via)
  • vastleggen van nieuwe- en inlezen van bestaande routes;

De software berekent hierna volledig automatisch de route, zonder dat de gebruiker hier verder nog invloed op heeft. Standaard gaat de genoemde software uit van gemotoriseerd verkeer, waardoor bij voorkeur gebruik wordt gemaakt van auto(snel)wegen. Onverharde wegen worden hierdoor bij voorbaat uitgesloten als mogelijkheden tenzij je de software dusdanig voorinstalleert dat de snelheden tot minimale waarden worden teruggebracht. Zo “denkt”de software dat het om een “niet” gemotoriseerde gebruiker gaat, waardoor deze automatisch de auto(snel)wegen vermijdt bij de berekening van het te volgen reisplan.

Tot op heden blijken al deze navigatie systemen, zoals de Tomtom’s, Navigon’s, Medion’s etc. niet is staat om de meer eisende gebruiker van dienst te zijn als deze buiten de autowegen wil navigeren. Deze recreatieve gebruikers moeten naast hun autonavigatiesysteem uitwijken naar een extra GPS navigatiesysteem van producenten als: Magellan en Garmin. Daar komt nog bij dat de bestaande “auto georiënteerde” navigatiesystemen vaak niet geschikt zijn om in combinatie met een fiets te gebruiken. De apparatuur kan gewoon niet blootgesteld worden aan bizarre weersomstandigheden en is vaak niet bestand tegen schokken.

Wat de recreatieve GPS navigatiegebruiker zoekt is eigenlijk een klein en handzaam navigatiesysteem dat op eenvoudige manier te (de)monteren is op de fiets en eventueel in de auto. Deze recreant wil GPS tochten in kunnen lezen of zelf vast kunnen leggen,

midden in de natuur, ver weg van de bewoonde wereld zonder dat hij/zij bordjes hoeft te volgen die de weg wijzen.

2 Doelgroep

Met de wetenschap van bovenstaande uitkomst kan worden gesteld dat er een grote groep van potentiële navigerende recreanten bestaat die nog niet kunnen beschikken over de juiste navigatie apparatuur en software. Op dit moment kan worden gesteld dat er wel navigatie systemen beschikbar zijn voor “outdoor recreëren” maar dat de gebruiker dan vaak uit moet wijken naar “speciale navigatieapparatuur” waarbij een gezonde dosis van kennis vereist is. Ook lokt de prijsstelling vaak deze doelgroep niet tot aanschaf, omdat deze navigatie apparatuur vaak prijzig is. De tijd is dus rijp om op zoek te gaan naar een eenvoudig alternatief waarbij de wereld die GPS navigatie heet opengaat voor iedereen. Jong en oud moet zich kunnen vinden in een simpel apparaat met weinig toetsers en bellen, waarbij het uitwisselen van informatie, zoals gereden bijv. via internet beschikbaar gestelde fiets en wandel routes op simpele wijze ingelezen kan worden. Na het aanzetten van het GPS recreatie navigatiesysteem, moet de gebruiker op eenvoudige wijze een keuze kunnen maken uit de beschikbare routes. Vervolgens moet het GPS recreatie navigatie systeem de gebruiker, vanuit welke plaats dan ook, automatisch naar het dichts bijzijnde startpunt loodsen. Op de plaats aangekomen hoeft de gebruiker alleen nog maar de aanwijzingen, gesproken of via het display, te volgen om de route uit te rijden.

3 Software

De software zal in eerste instantie uit moeten gaan van een passief gebruik van navigatiemogelijkheden en de eenvoud van bediening moet daarbij “centraal” staan.

Passief wil in deze zeggen dat de gebruiker bepaald welke route hij of zij gaat volgen en niet de software. Uitgangspunt moet zijn dat de gebruiker zelf kan bepalen welk weggetje deze uitstippelt over de heide, zonder dat de navigatie software probeert een “bekende” weg te zoeken. Deze “automatische, magnetische” mogelijkheid moet aan en uit gezet kunnen worden opdat de gebruiker in geval van nood wel terug gebracht kan worden naar “bekende locaties”.

Zo is de “kortste weg” terug naar het startpunt een absolute must om af te kunnen wijken van de vooringestelde route. Zo kan de gebruiker in geval van een noodsituatie binnen “no time” terug keren naar bijv. de auto zonder dat deze verdwaald.

3.1 Waar zal de software aan moeten voldoen:

  • eenvoudige menustructuur;
  • eenvoudig instellen van plaats auto (vertrekpunt);
  • aanduiding met behulp van pijlen en kaartweergave met realistische beelden van knooppunten of
  • navigatie via pijlen en/of gesproken tekst;
  • eenvoudige mogelijkheid tot invoeren achteraf van route wijziging dmv bijv. sneltoetsen en woordaanvulling.
  • veel mogelijkheden voor het instellen van persoonlijke voorkeur (bijv. 3-D weergave, snelheidsweergave, kompas, hoogte enz.).
  • routeplanning met mogelijkheid voor onbeperkt aantal tussenstops.
  • mogelijkheid tot zelf samenstellen van toeristische routes;
  • routes op kunnen slaan her(haald )gebruik.
  • exacte positiebepaling om bij afwijken van uitgestippelde route automatisch weer terug te keren op de oorspronkelijke route;
  • tussentijdse afstand/tijd berekening geschatte aankomst.
  • mogelijkheid tot weergave POI (Points Of Interest)
  • opslag en inlezen van Open standaard formaten zoals: XML, ASCI, WGS-84, Grauβ-Krűger.
  • directe ondersteuning voor het downloaden van waypoints en events voor de meest gangbare GPS-ontvangers
  • simulatiescherm voor het geven van het beeld dat zichtbaar zal zijn na het uploaden van de waypoints en de events
  • het markeren van speciale plaatsen op de kaart en deze vervolgens voorzien van commentaar.
  • het aanmaken van eigen tracks en deze vervolgens uploaden naar de ontvanger
  • beschikbaar voor zowel PDA, smartphone als laptop;
  • nederlands gesproken routebegeleiding;

4 Hardware

De behuizing van het GPS recreatie navigatiesysteem zal zo klein mogelijk moeten zijn, opdat deze op eenvoudige manier op een stuur van een (brom)fiets kan worden gemonteerd of in de hand kan worden meegenomen tijdens een wandeling.

4.1 De volgende criteria zijn van belang:

  • (spat)water dicht;
  • goed bereikbare knoppen die eenvoudige bediening toelaat;
  • stevige behuizing;
  • goed zichtbaar display (ook bij sterk zonlicht);
  • mogelijkheid tot achtergrondverlichting;
  • SD slot of andere opslag mogelijkheid;
  • externe communicatie poort t.b.v. uitwisseling met computer;
  • snelsluiting t.b.v. op en afnemen van de behuizing vanaf een fietsstuur;
  • instelbaar volume voor luidspreker;
  • verwisselbare, duurzame oplaadbare accu c.q. batterij;
  • standaard diverse bevestigingsaccessoires voor zowel motor-, brom-, snor-, race-, tour- c.q standaard fiets en uiteraard voor in de auto.

Het is al weer een tijdje geleden dat ik de column schreef m.b.t. het verslag van de EGEM masterclass in combinatie met de paarse krokodil. In die tijd is er ontzettend veel gebeurd op het gebied van Elektronische dienstverlening.

Ballenbak en routeplanner:

Door EGEM werd de ballenbak in combinatie met de Egem routeplanner geïntroduceerd. Een handig stukje gereedschap, waarmee je, ook voor de digibeet, overzichtelijk weer kunt geven wat er allemaal op ons als gemeente afkomt. Een handige toevoeging op de routeplanner was de optie waar je als gemeente zelf je eigen projecten in beeld kon brengen, naast de overheidsprojecten. Deze combinatie maakte het kleurenpalet compleet. Voor onze gemeente vertaalde zich dat tot 80 grote en kleinere projecten, die wij in een tijdbestek van 3 jaar zouden moeten verwerken. Uit deze projecten vertaalden wij 35 naar E-dienstverlening, met als speerpunt een zeer korte doorlooptijd. Met een kleine groep mensen pakten wij deze lijst aan en probeerden snel het “laag hangende fruit” te oogsten. Deze projecten hadden veel impact op de elektronische dienstverlening en dit vertaalde zich rechtstreeks naar een nieuw in te richten internetsite(  www.woerden.nl ). Vol overtuiging gingen wij aan de slag en nu ruim een jaar later plukken wij er onze vruchten van. De jaarlijkse continue monitor van http://www.advies.overheid.nl/continu/gemeente/ vertaalde onze inspanning de afgelopen drie jaar naar  een 1e plaats in haar categorie gemeente tot 50.000 inwoners en plaatste ons 3 jaar op rij in de top 3  op het landelijke podium. Nu deze plaats nog vast zien te houden, want achter de schermen draait de informatiemachine op volle toeren.

Centrifugale krachten binnen het gemeentelijk ICT:

Tijdens het schrijven van dit artikel speelde ik met de gedachte dat de werking van een wasmachine en haar centrifugale krachten als metafoor zich vlekkeloos liet vertalen naar de situatie waarin wij als gemeenten verkeren.

Zo is een wasmachine opgebouwd uit techniek en programmering.

Het apparaat wordt gebouwd, onderhouden en bediend door mensen.

  • Lees: Ontwikkelaar, softwareleverancier, gemeente en burgers/instellingen.

Hoe wij de machine bedienen bepalen wij als klant en eigenaar van het apparaat zelf.
Wij kunnen zelf kiezen hoe wij onze was het liefst draaien.

  • Lees: Eigen invulling aan benodigde investeringen, inzet personeel, nut en noodzaak

Zo kunnen wij zaken als: vulgewicht, samenstelling wasgoed, programmering en gebruik van waspoeders en –verzachter zelf invullen.

  • Lees: Toepassing van hardware, software, inzet externe diensten.

Wij eisen echter één gezamenlijk eindproduct t.w. schone was die binnen de korte tijd op zo energiezuinig mogelijke manier de machine uitkomt.

Juist hier zit hem de kneep vertaald naar onze gemeentelijke informatiehuishouding. .

De mens:
De informatievoorziening moet zo eenvoudig zijn dat iedere klant er gebruik van kan maken meerdere kanalen. Het bedieningsgemak van deze informatiemachine moet dus van een “zeer” hoog niveau zijn en moet het liefst 24*7 beschikbaar zijn. Gezien de diversiteit van systemen en toepassingen wordt er veel gevraagd van degene die deze producten moeten maken c.q onderhouden. Helaas beschikken de meeste gemeenten niet over een informatiearchitect, die de combinatie van informatiemanagement en beschikbare  ICT toepassingen op goed kan doorgronden, met elkaar in verband kan brengen en vervolgens naadloos aan kan sluiten op de gewenste informatievraag.

Consultancy

Ook hier worden wij gemeenten natuurlijk op onze wenken bediend. Wij laten ons adviseren door de consultancy bureaus van deze wereld en proberen die kennis in onze plaatselijke architecturen in te passen. Als het een beetje mee zit mogen wij ons bij laten staan door de inhuur van een “betaalbare” specialist, die ons plaatje vertaalt naar een Programma Van Eisen. Dit PVE wordt vervolgens weer ingevuld door een toepassing van onze gemeentelijke software leveranciers “et voila”, de cirkel is rond. Met een beetje geluk hebben wij “het systeem” dat ons een stapje dichter bij het gewenste resultaat brengt.

Samenwerkingsverbanden:

Dan zijn er nog de samenwerkingsverbanden als: DIMpact, GOVunited en ANDESsen. Zij hebben echt het beste met ons voor, maar hebben onvoldoende oog voor het feit dat wij als gemeenten de bomen door het bos niet meer zien. Daarnaast is, voor een doorsnee gemeente, nauwelijks een inschatting te maken wat de consequenties zijn voor de toekomst. Ook de hoogte van de inleggelden en onduidelijke toekomstige financieringen is een moeilijk te nemen hobbel. Het merendeel van de gemeenten zien dit soort gemeenschappelijke aanbestedingen als “ver van hun bed show”, omdat er vaak investeringen voor in de toekomst mee gepaard gaan die lastig inpasbaar zijn in de gemeentebegrotingen. Helaas worstelt een groot deel van de gemeenten nog om hun eigen bestaansrecht en zijn de financiën hard nodig om het eigen hoofd boven water te houden.

Zo blijven vaak vragen onbeantwoord zoals: “Hoe houd ik deze informatie systemen in de Lucht ?. Hoe kom ik aan gekwalificeerd personeel dat bij onze budgetten past ?.

De techniek:
Afhankelijk van de inhoud van onze portemonnee kunnen wij als gemeenten, computersystemen en software in huis halen die ons ondersteunen bij onze dankbare taak. Grotere gemeenten hebben vaak een groter besteedbaar budget en kunnen zich veroorloven om een “A” merk te kopen. Zij kunnen vaak over voldoende budget beschikken om “externen” de zaak goed te laten implementeren. Ook hebben deze grotere gemeenten vaak hun werkprocessen goed in kaart gebracht, waardoor de techniek efficiënter ingeregeld kan worden. Kleinere gemeenten daarin tegen hebben een kleine beurs en zullen het met veel minder moeten doen. Dit heeft helaas vaak tot gevolg dat de kwaliteit ook eerder achterblijft en er vaak zaken dubbel worden ingericht.

De programmering:
Zoals bij de aankoop van een wasmachine geld, vaak is bewezen, dat de duurdere “A” merken langer hun werk doen. De te gebruiken programma’s en onderdelen zijn zorgvuldig uitgekozen en door de beste ontwikkelaars tot een goed eind product in elkaar gestoken. Alle programma’s werken goed samen en zijn zo doorontwikkeld dat zij het beste eindresultaat leveren.

Dit vertaald zich naar de gemeentelijke informatievoorziening.

Adviesbureau’s

Advies bureau’s groeien als paddestoelen uit de grond en de consultant’s staan met hun adviezen klaar om ons te helpen met onze rol als informatiemakelaars.
Ook hier geld vaak de gouden regel: “hoe meer beschikbare middelen, des te hoger gekwalificeerdere kennis en ondersteuning”.Jammer dat wij te weinig profiteren van de kennis die er binnen onze gemeente aanwezig is. Helaas levert een extern bureau vaak in een korte tijd een rapportage op die vaak erg algemeen is en al meerdere malen bij vele gemeenten is verkocht. De achterblijvende vakspecialisten moeten daar dan chocolade van maken, hetgeen dan vaak toch niet toe te passen valt in de praktijk.

Ondersteuning vanuit ICTU etc.

Gelukkig snelt de overheid ons nu ook te hulp om deze moeilijke klus te klaren. Er is geen uniform recept en centrale regie is ver te zoeken. Politiek Den Haag kan nauwelijks zelf de touwtjes op tijd aan elkaar knopen.

Eerst Egem, nu omgedoopt in KING komt ons te hulp met het klaren van de vele moeilijke klussen zoals het stroomlijnen van onze basisgegevens.

Helaas blijkt in de praktijk dat de “informatiemachine” nooit stabiel lijkt te centrifugeren. De trommel wordt vaak te vol geladen. Tijdens de werking van het programma wordt en vaak weer wat bij gepropt, waardoor de trommel in onbalans raakt.

BurgerServiceNummer:

Neem nu de invoering van het BurgerServiceNummer(BSN).  Eerst stond dit fenomeen op de “hotlist” maar de programmering bleef achter. Nadat de kans van slagen van het BSN was opgegeven gaf de eerste kamer op 10 juli 2007 alsnog groen licht voor de invoering hiervan. Vanaf dat moment restte er nog maar drie maanden tijd om de vele programma’s opnieuw te inventariseren en uit te rusten met dit nieuwe nummer. Het is natuurlijk een belangrijke stap en bittere noodzaak om personen in onze informatiehuishouding eenvoudig te kunnen identificeren met een “wettelijk verplicht” nummer. Door toepassing van dit nummer, als persoonlijke “sleutel” tot informatie, wordt er weer een mijlpaal gezet bij het stroomlijnen van de basisgegevens.

Waar het allemaal begon:  OverheidsLoket 2000
Dit “stroomlijnen” lag al vanaf het programma OL2000, welke tussen 1996 en 2002 hard werkte aan dit ideale beeld om alle overheidsloketten samen te laten werken en om de overheid vraaggerichter haar diensten te laten aanbieden. In die periode leefde de één-loketgedachte al en waren er vier belangrijke speerpunten waaronder programma OL 2000 haar doelstellingen probeerde te halen, t.w.: vraagoriëntatie, samenwerking in publieke dienstverlening, Integrale dienstverlening en betere inzet van ICT.

Autonome softwareleveranciers:

Helaas kan ik uit ervaring spreken dat er in die tijd aan een groot aantal randvoorwaarde niet kon worden voldaan. Zo werkte het “hulpmiddel ICT” totaal nog niet en waren koppelingen van bestanden vrijwel onmogelijk. Ook was “de markt” er in het geheel nog niet klaar voor. Bedrijven als Centric en Pink Roccade waren zelf nog aan het pionieren, laat staan dat wij als gemeenten dit mooie doel konden verwezenlijken. Het was absoluut geen onwil, maar kennis en ervaring ontbrak. Alleen enkele 100.000+ gemeenten sorteerden voor op deze ontwikkeling en ontwikkelde een eigen I-visie.

Cursus I-visie

In 2001, op het moment dat de hele wereld wankelde “911” volgde ik een I-visie cursus bij de Informatiewerkplaats van de gemeente Den Haag  Hier werd al serieus over de toekomstige ontwikkelingen gesproken, zoals het gebruik van “digitale kluisjes”, persoonlijke chipcards met medische informatie etc.

Eerste Informatiebeleidsplan voor Woerden MET I-visie:

Vol goede moed probeerde ik de opgedane kennis in de praktijk te vertalen naar een nieuw informatiebeleidsplan voor de gemeente Woerden. Zo sprak ik over het investeren in “kennismanagement” , het schrijven van werkprocessen en vertaalde mijn visie naar een stappenplan. Toen dit plan in de woerdense gemeenteraad gepresenteerd zou gaan worden bleek dit echter nog niet aan te sluiten bij het gedachte patroon van onze gemeente in 2002. Het plan werd als niet realistisch van de hand gedaan en belandde in de ijskast.

De visie van 2002 bleek te kloppen met de praktijk van 2006:

Toen ik dit plan in 2006 nog eens onder het stof vandaan haalde constateerde ik met enige genoegdoening dat er veel van mijn visie naar de werkelijkheid was vertaald.

Dan het gemeentelijke Internet en intranet. Iedereen begon driftig te bouwen aan “iets” wat deze vraag in moet vullen. De landelijke overheid verwachtte van gemeenten dat zij minimaal 64% van de papieren informatie elektronisch beschikbaar stelde aan de burgers via internet. Dit resulteerde vaak in statische, gescande, niet doorzoekbare elektronische documenten dat al snel het imago van :” de omgevallen boekenkast “kreeg i.p.v. een eenvoudig doorzoekbare gemeentelijke encyclopedie. November 2004 lanceerde de Tweede Kamer het Actieprogramma Andere Overheid, waarin een 64-tal projecten werden benoemd.

Rol EGEM:

Egem heeft deze projecten als hulpmiddel voor gemeenten vertaald naar een z.g. routeplanner, waarin de samenhang en volgtijdelijkheid op eenvoudige wijze in kaart wordt gebracht.

Programma Andere Overheid
Tijdens het schrijven van deze column in december 2007 moeten wij, als gemeenten, nog steeds onze “eigen programmering” aanpassen aan die van de landelijke overheid. Gelukkig is de vrijblijvendheid van het stroomlijnen van de basisgegevens er behoorlijk af en wordt de invoer hiervan onderbouwd door wetgeving. De “verplichte ingangsdata” zetten de nodige druk op de ketel en bespoedigd de invoering van o.a., Modernisering GBA (MGba), Basis Adressen en Gebouwen (BAG), Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO),Wet Kenbaarheid Publiekrechtelijke Beperkingen (WKPB), BurgerServiceNummer (BSN), etc.

I-tsunami aan projecten:

De impact van de vele projecten(I-tsunami) is vooral te horen bij kleine gemeenten. Vaak wordt de ICT “toko” hier gerund door slecht enkele mensen en kunnen zij met moeite tijd vrijmaken voor extra vernieuwingen. Ook het verzamelen van de benodigde kennis blijft vaak achter i.v.m. het draaiend houden van de gemeentelijke “winkel”  Zij zien wel degelijk het “nut en noodzaak” in van het stroomlijning van de basisgegevens.

Kantelen van bestaande ICT bedrijfsinformatiearcitectuur

Daarnaast worden zij ook voortdurend geconfronteerd door o.a. de leveranciers om voorzichtig te denken aan ontwikkelingen als een Service Oriented Architecture (SOA) met een heuse Front- Mid- en Backoffice. Zo komen er terminologie als gegevensmakelaar (broker), gegevens- en zakenmagazijn, document management systemen en soms zelfs een KlantContactCentrum voor, waardoor de bomen door het bos niet meer worden gezien.

De overheid ziet onze gemeenten graag doorontwikkelen naar het portaal van de overheid, volgens het “No wrong door” principe. Dit gaat dus nooit lukken zonder een goede informatiearchitectuur, waarbij alle benodigde informatie op een eenvoudige manier beschikbaar komt voor onze klanten. Daar zijn dan ook direct mensen voor nodig die niet als “techneut” maar als informatie architect in de schoenen van de klant kunnen staan. Helaas zijn er maar weinig gemeenten die zo’n specialist “vrij” kunnen maken voor deze klus en wordt het er vaak bijgedaan door een Coördinator I&A. Deze heeft zijn handen vol aan het doorvoeren van de “verplichte nummers” die de politiek en de organisatie hen heeft opgedragen. Zo hebben wij als gemeente de verplichting om onze informatie architectuur, processen en systemen zodanig aan te passen dat wij onze authentieke basisregistraties zo verwerken dat zij eenmalig verwerkt worden en beschikbaar komen voor meervoudig gebruik. Dat vergt veel extra inspanning van veel mensen binnen de gehele gemeentelijke organisatie en er is kennis, inspanning en geld voor nodig om deze klus te klaren .

Ondersteuning Egem-I:

Gelukkig heeft Den Haag geld vrijgemaakt om ons als gemeenten te ondersteunen bij deze klus. Via Egem is het mogelijk om het specialisme van een Egem-I adviseur te gebruiken bij het klaren van de klus.
Nadat onze gemeente zich voor deze ondersteuning had aangemeld bij EGEM werd vrij snel daarna een z.g. ICT quickscan uitgevoerd. Aan de hand van deze uitslag werd een passende propositie opgesteld. Met deze propositie konden wij als gemeente keuze maken uit een lijst met Egem-I adviseurs. Nadat de keuze was bepaald werden al snel de eerste stappen gezet die voor onze gemeente noodzakelijk waren om een goede invulling te geven aan onze wettelijke verplichtingen.

Ketensimulatie:
Het werken in een informatieketen kwam ook uitgebreid aanbod. Door zowel leden van de directie, het management als collega’s in onze informatie keten werd deelgenomen aan een z.g. keten simulatie Basisregistraties. In dit “rollenspel” wordt gebruik gemaakt van simulatiesoftware, waarbij iedere deelnemer ingedeeld wordt bij een van de keten partners (Burgerzaken. Sociale Zaken, Woningbouw, Brandweer, Politie etc.) Iedere deelnemer kan op die manier precies volgen hoe sterk of hoe zwak een schakel in het werken binnen een keten verband kan zijn. Voor velen werd deze simulatie als een “eye opener” ervaren.

We zijn gelukkig op de goede weg, maar moeten uitkijken dat de dirigent niet te ver voor zijn orkest uitloopt.

Kennissessies:
Gelukkig kunnen wij ons als gemeenten ook laten informeren via kennis sessies, waarbij wij ons gesteund kunnen voelen bij de zoektocht naar oplossingen voor onze kernproblemen. Zo zoeken wij allemaal naar oplossingen om de enorme digitaliseringsdrang in het gareel te houden. Nadat wij de oude tekstverwerkers over boord hadden gezet en gebruik gingen van toepassingen zoals Word, Excel etc. werd het mogelijk om in zeer korte tijd, op eenvoudig wijze, een enorme berg digitale documenten te produceren, Toen ook E-mail binnen onze kantoorautomatisering beschikbaar kwam was de “digitale puinhoop” compleet. Nu geeft het ons “kopzorgen”, omdat wij allemaal in staat zijn om ongecontroleerd mondiaal zaken kunnen doen, zonder dat DIV hier weet van heeft. De tijd dat elk briefje via een enveloppe het gemeentehuis verliet is al jaren achter ons. Aan de ene kant natuurlijk een briljante ontwikkeling, maar tegelijkertijd een nog grotere chaotische puinhoop van zwervende elektronische documenten en digitale post = e-mails(75% ). Over de samenhang nog maar niet te spreken. De ontwikkelingen gaan zo snel dat de vakmensen van postregistratie en archivering, c.q. Documentaire Informatie Voorziening, het nog nauwelijks kunnen volgen. Vaak bestaat de afdeling DIV binnen een gemeente uit vakkundig opgeleide mensen die hun vak verstaan op het gebied van archivering en registratie. Helaas bezorgt deze snelle ontwikkeling een extra zware druk op de schouders van deze mensen en vergt het een enorm aanpassingsvermogen van deze vakgroep. Zo moeten de DIV’ers zich plotseling in vier werelden verplaatsen t.w. hun vertrouwde Record Management Wereld, waarin volgens strakke wetgeving en regels wordt aangegeven “hoe te handelen met documenten en dossiers” en de zeer actuele zaken als:”document-, zaken- en kennismanagement. Ook moeten zij het “oude denkpatroon” loslaten om een document pas dan de status ‘digitaal beschikbaar’ te geven als alle handtekeningen, parafen en stempels zijn geplaatst. Immers, volgens deze denkwijze zal een DIV’er het document dan pas gaan scannen, aan het einde van het proces, als hij/zij het in analoge vorm op zou bergen in een papieren dossier. Pas dan ontstaat het complete digitale dossier en wordt het beschikbaar gesteld aan de organisatie.
Deze manier van denken en werken wordt ook wel getypeerd met de uitdrukking: “Generatie Einstein” denken. Wij moeten als gemeente juist meegroeien met de realiteit en inzien dat de huidige generatie gebruik maakt van communicatiekanalen en informatie uitwisseling die meestal geheel digitaal verloopt. Wij zullen ons als gemeente dus snel aan moeten passen aan deze ontwikkelingen willen wij in staat zijn om het “erfgoed” op een juiste wijze te kunnen bewaren. Uiteraard moeten wij de “Einstein Generatie” niet uit het oog verliezen en daar waar nodig de helpende hand bieden.
Gelukkig worden wij gesteund door specialisten op dit gebied die ons helpen bij het maken van onze keuzes. Zo ook met de invulling van onze rol bij het verwerken van digitale documenten en de daarbij behorende processen.

 

Van koude naar warme dossiers
De dag na het vertrek van de Spaanse “goed heiligman”, trakteerde prof. dr.ir. Wouter J.Keller zijn 160 deelnemers, (100 gemeentelijke vertegenwoordigers) op de resultaten van het vergelijkend onderzoek naar gemeentelijk document management en workflow oplossingen. Vanuit het auditorium van de Vrije Universiteit in Amsterdam, begon Keller zijn seminar met een openingsspeech waarin hij direct aangaf dat hij de geplande tijd hard nodig had om het bomvolle programma door te werken.

Onderzoek gemeentelijke document management en workflow oplossingen:
In het testlab van Keller werden door 8 leveranciers complete DMS oplossingen ingericht c.q. ter beschikking gesteld. Deze werden uitgebreid getest en beoordeeld door een ter zake kundige specialisten, die hun bevindingen vertaalden naar z.g. dambord rapportages. De bevindingen werden vervolgens door een stuurgroep(EGEM, Breda, Den Haag, Maastricht en Utrecht) getoetst.
Keller wist de onderzoeksresultaten op een boeiende wijze over te brengen op zijn publiek. Hij wisselde zijn kennis blokken af met twee ingelaste reclameboodschappen van de acht deelnemende leveranciers. Deze kregen elk 15 minuten spreektijd om hun producten in een vogelvlucht te presenteren.

De kennis sessies gaven inzicht over o.a. de volgende aspecten: scannen, registratie, eforms/email, warm archief: workflow, versies, zaken magazijn, koud archief: classificatie, bewaren, vernietigen, output: navigeren, zoeken, print/reports, extra’s: web CMS, portal, RIS/BIS, beveiliging: authenticatie, rechten/rollen, audits en zaken als functioneel/technische architectuur, gebruikers interviews, vergelijkend onderzoek leveranciers en kosten (incl. implementatie).

Iedere deelnemer kreeg een praktisch boekwerk waarin de bevindingen werden samengevat. De onderzoeksresultaten kunnen gebruikt worden bij de keuze van een toekomstige implementatie of aanpassing aan de huidige informatie architectuur. Keller gaf als visie boodschap mee dat wij “dik” moesten gaan denken, daar waar het gaat in het doorontwikkelen van een Mid Office. Hij gaf daarbij specifiek aan dat wij niet moesten denken aan technische hype’s als NORA’s en ESB’s maar vooral moesten doorontwikkelen naar “simpele” generieke applicaties-, gegevens- en proces architecturen, waarbij hij de slogan bezigde: “keep it simple ! Grote visie, kleine stapjes”.

Mark van de Broek van Egem vulde Keller enkele malen aan en gaf aan dat wij vooral niet op regie vanuit Den Haag moesten wachten, maar vooral zelf aan de slag moesten gaan.

Aan het einde van de dag had ik het gevoel dat de informatie nuttig was en ik voelde mij gesteund in door mij eerder gedane conclusies. Helaas realiseer ik mij maar al te goed dat mijn I-visie als Coördinator ICT van onze gemeente niet altijd wordt gedeeld door de visie vakafdelingen. Vaak denken zij nog verkokerd en in sommige gevallen zelf met zonder dat zij zelf erg hebben in hun “Einstein denken”. Zij zien hun werkvoorraad en verplichtingen en gunnen zich vaak niet de ruimte“ om eens bij de buren te kijken.
Ik huldig het standpunt dat wij, als gemeente, alle klantvragen op een uniforme manier pas kunnen afhandelen op het moment dat wij onze werkprocessen volledig aanpassen vanaf de Frontoffice(klant) via de midoffice naar de backoffice.

Het Nationaal Uitvoerings Programma (NUP):

Commissie Wallage zette de zaak eens keurig netjes op een rij voor de route die uiteindelijk zou moeten leiden naar een goed functioneren (e) dienstverlening. Het Nationaal Urgentie Programma, de titel die de eerste versie meekreeg klonk kennelijk te heftig en werd omgedoopt in het Nationaal Uitvoerings Programma (NUP). Dit programma maakte het duidelijk dat het noodzakelijk was om prioritering aan te brengen in de vele projecten die als ballen uit de lucht kwamen vallen binnen gemeenteland.

Het was inmiddels duidelijk geworden dat de beleidsmakers ICT, coördinatoren en politicie niet in staat waren om al jonglerend de juiste ballen op te vangen en in prioriteit weg te spelen. De Egem-I teams zorgde voor structuur en de gemeenten die zich bij lieten staan door een e-adviseur van Egem konden gestructureerd realisatieplan, waarin een groot aantal projecten volg ordelijk in de tijd werden gezet en gelabeld werden met een financieel prijskaartje. Deze aanpak maakte het mogelijk om appelen met appelen en peren met peren te vergelijken.
De uitkomst van de vele realisatieplannen gaf inzicht in de (on)mogelijkheden van de vele projecten en de daarbij al dan niet begrootte financiën en tijdslijn. Het uiteindelijke meesterwerk gaf inzicht aan het bestuur en zorgde voor handvatten om de noodzakelijke tijd en middelen inzichtelijk te maken voor het bestuur. In 2009 werd voor de laatste keer ondersteuning gegeven door Egem. Een addendum op het vastgestelde realisatieplan, completeerde de projectenbundel met de laatst actuele projecten conform de formule, tijd, geld en inzet van recources.

Bedrijfsinformatiearchitectuur, bittere noodzaak:


 

Een ding werd duidelijk. Een goede coördinatie, het inrichten van een bij de gemeentelijke organisatie passende bedrijfsinformatiearchitectuur was onontbeerlijk. Alleen het inzichtelijk maken en afstemmen van het bestaande ICT landschap maakt het mogelijk om aan de klantvraag te voldoen. Gemeenten zijn van oudsher vakinhoudelijk georganiseerd, maar over de afdelingen heen is de uitwisseling van juiste en tijdige informatie nog steeds een “mission impossible”.
Eigenlijk kampen alle gemeenten met hetzelfde probleem. Hoe krijgen wij de organisatie afgestemd op de klantvraag en kunnen wij de informatiestromen dusdanig behe(e)r(s)en dat wij op eenduidige wijze communiceren en uitwisselen via alle, door de klant gewenste kanalen. (fysiek loket,telefoon,internet,intranet,brief,e-mail enz.)

Een goed ingerichte Bedrijfsinformatiearchitectuur, waarbij alle benodigde gereedschappen op juiste wijze worden ingezet maakt het mogelijk om dit nobele doel te bereiken.
Handvatten zijn o.a.: Nederlandse Overheids Referentie Architectuur(NORA), Gemma, Best practices etc. Een juiste mix gebaseerd op open standaarden, met gebruikmaking van best of breed open- en closed source toepassingen is het mogelijk om heel ver te komen.
Daarnaast blijft de ontkokering van de traditionele organisatie nog steeds de grootste uitdaging. Zowel de processen als de rollen kunnen vaak op eenvoudige wijze worden ingepast in de Bedrijfsinformatiearchitectuur. De uidaging zit hem echter in het reorganiseren van de bestaande organisatie, waarbij deze bedrijfsinformatiearchitectuur met de daarbij behorende bedrijfsprocessen naadloos aan zullen moeten sluiten op de organisatie.
Pas wanneer de organisatie beseft, vaak gedreven door een extra duwtje in de rug, dat de klant (die zij zelf intern ook zijn) er alleen beter van wordt, als de mens naar het proces kantelt, dan is er kans op een succesvolle (e)dienstverlening.

Naast de navigatie op mijn fiets heb ik er ook een sport van gemaakt om in mijn nieuw aangeschafte Lexus IS 250 op zoek te gaan naar een “Lexus exotische” Navigatieoplossing. Lexus Nederland leverde voor mij nieuwe aanwinst alleen een optie pakket. Een optie pakket is opzichzelf niet verkeerd, maar wel als je diep in je buidel moet tasten. Bij Lexus moest je helaas ruim € 5000,- meer neertellen om in je auto te kunnen navigeren.
Helaas kon bruin dat niet trekken.
Een TomTom op de voorruit was geen optie voor mij en gaten boren in het nieuwe dashboard nog minder. Dus was er weer een creatieve uitdaging.

De zoektocht bracht mij bij de VDO oplossing. Een professioneel navigatiesysteem, dat standaard vaak alleen te vinden is in Duitse automerken.
Ik besloot marktplaats af te speuren en vond eerst een PC5500. Na enige ervaring ZONDER TMS besloot ik verder te zoeken en vond de VDO PC 5700 PRO. Grafisch niet de Tomtom, Navigon of Igo, maar verder OK!.


File informatie, Flitsinfo en POI’s werken als de beste en mijn hele gezin kan met dit hoogstandje van bedieningsgemak omgaan.

Nu nog het boor en voorruit “plak” probleem oplossen. Ik ging op zoek op internet en vond vele oplossingen via een externe spiegelmonitor. Had echter wel een VDO monitor interface nodig om mijn externe monitor te verwezelijken.

Via marktplaats en de VDO navigatie site “www.navigatiehelpsite.nl” vond ik de oplossing. De Conexx IF-5500 (www.conexx.de) vulde mijn missende schakel passend in. Deze interface vervulde de rol als intermediair tussen de VDO PC5700PRO en een externe spiegel monitor met standaard composite (cinch) ingang perfect en maakte het plaatje compleet.

Via Ebay slaagde ik er in om probleemloos aan diverse samples te komen. In mijn nieuwe Lexus heb ik een mooie spiegel gemonteerd met een 5,2″ TFT die tevens is voorzien van een tweede AV kanaal t.b.v. mijn achteruitrij camera. In de spiegel is tevens een superkwaliteit BT handsfree voorziening aanwezig, die probleemloos connect met verschillende telefoons. Het belangrijkste is natuurlijk het beeld. De beeldkwaliteit is gewoon top en super rustig. In mijn dashboardkastje heb ik de PC5700PRO gebouwd. De rest is kinderspel 1 enkele kabel gaat naar de composite uitgang van de Connexx IF5500 met een superstrak beeld als gevolg. Niks mis mee en tegen een super betaalbare prijs nl: De spiegel kost niet meer dan een kale parrot handsfree set.
Nog geen 100 euro. Helaas wel eigen import, dus niet te koop in de winkel om de hoek. 3 knoppen op de spiegel verzorgen de totale telefoonbediening. Netjes bovenop de spiegel is de bediening t.b.v. aan en uit, kanaalselectie, volume, contrast, Tint en kleur. De spiegel heeft een geheugen en komt altijd terug in de laatste stand. Dus ik hoef alleen maar even OK in te drukken via de AB op mijn stuur om netjes de VDO op te starten. De spiegel, spiegelt verder zoals het hoort en heeft antiverblinden glas. Het display is mooi groot. Iedereen die in mij auto stapt gaat er standaard vanuit dat het navigatiesysteem af fabriek is geleverd. De afmetingen zijn net zo groot als mijn standaard Lexus spiegel en wordt er gewoon overheen geklikt. Al met al een prima vervanger voor de dure MM2100, die een prijskaartje van € 420,- kent en slechts een schermpje van 4,2″ levert.

1: Eerst importeerde ik een 5,3″ dashboard spiegel. Geen schroeven, maar toch geen succes. Beeldkwaliteit was top.
2: Hierna een 4,2″ Pyle. Deze had inderdaad een trillend schermpje en zag er niet uit. Ik stuurde deze terug naar USA en vernam dat de leverancier failliet was gegaan.
3: Vervolgens een 7″ BT spiegel. Perfect beel, maar bleek na twee maanden gebruik toch wel aan de grote kant. Ontnam teveel zicht.
4: Als laatste de bovengenoemde 5,3″. Deze is top, Mooi beeld, goede instelmogelijkheden en een mooie uitstraling.

5: Ik heb nu nog een 4,2″ spiegel in de pipeline. Heb hoge verwachtingen, omdat deze ook een BT installatie aan board heeft met nummerweergave en twee AV kanalen. Het mooiste is dat deze de standaard spiegel geheel vervangt en universeel in vele auto’s pas.

Als er prijs op wordt gesteld kom ik op deze ervaringen terug.

Uiteraard heb ik de foto’s bijgevoegd.

image004.jpgOtterbox Amerika heeft, sinds mijn laatste review, behoorlijk haar nek uitgestoken om de opgedane ideeën uit te werken in een nieuw “kant en klaar” product.

Zonder handigheid met boor en vijl en bereikbaar voor iedereen.

De nieuwe creatie van Otterbox, de Armor 3600.

De mail tussen mij en Otterbox stond niet stil. Wat mij opviel is dat die Amerikanen als een soort familie samenwerken. De mailtjes tussen Curt, Doug, Stephen en mij m.b.t. het uitwisselen van ideeën en ervaringen vanuit de praktijk,gingen over en weer en vonden hun weerga in de nieuwe:. . . . . . . .

36004luik.jpg

Ik vond het direct een juweeltje. Het was net of dat ik een ontwikkelaar, vanuit mijn uit de hand gelopen hobby, aan kon sturen en dat mijn ideeën werkelijkheid werden. Bijna alle ervaringen kwamen terug in dit nieuwe product. Het leukste van dit alles was dat ik als eerste, al rijdend door ons landje mocht ervaren, hoe dit nieuwe product in de praktijk functioneert.

Mijn project bestaat echter niet alleen uit het doorontwikkelen van een oplossing van een weerbestendige behuizing op het stuur van mijn fiets. Ook is de gebruikte hardware en navigatie software een belangrijk onderdeel van mijn experiment.

Ik ben immers op zoek naar een naadloze aansluiting met mijn hobby, als pocket pc gebruiker, in combinatie met mogelijkheid om gebruik te maken van de moderne technieken zoals GPS navigatie, in combinatie met recreatieve toepassing op de fiets in de natuur.

Het lijkt mij dan ook erg leuk om die drie eenheid: pocket pc , navigatie en fiets te delen met soortgenoten. Wat is er leuker om jou vastgelegde route te delen met andere fiets fanaten. (wandelaars, mountainbikers of ander bikers)

Na de afgelopen twee reviews ben ik op zoek gegaan naar andere hardware.

Mijn Ipaq 3870 met Haicom GPS en Accu sleave liet mij toch te vaak in de steek. Niet dat de producten individueel onjuist functioneerden, maar vanwege de totale indrukken.

Vooral op die momenten dat ik mijn pocket PC’tje met navigatie het hardste nodig had, namelijk aan het einde van de dag. Op de moment dat de tijd of the “human resources” ons in de steek lieten, was de vraag om de “korste route” naar de auto een must !!!!

Mijn vrouw riep dan vaak: “Hans, geef LAURA (de vrouwelijke stem van TOMTOM Navigator) de kortste route naar de auto maar op ????

Dat zijn nu juist de leukste momenten om je pocket-pc met navigatie in te zetten. En juist op die momenten ging het vaak fout. BATTERIE LOW gaf direct discussie.

Daar is gelukkig verandering in gekomen. Mijn oude navigatieset verruilde ik in voor een

image008.png

Fujitsu Siemens LOOX 600 in combinatie met TomTom Navigator2 en de Compact Flash Rikaline 6020. Deze Low Power GPS van Rikaline voorspelde een energieverbruik van < 29mA. De ervaringen met de Haicom CF302 leerde mij, dat deze ontvanger prima functioneert in combinatie met “external power”, maar het toch wel snel af laat weten bij het gebruik van mijn kostbare (mobiele) accu.

Helaas bood mijn oude Armor 2600 behuizing van Otterbox niet langer meer geschikt voor de nieuw aangeschafte LOOX 600 in combinatie met de Rikaline 6020 GPS.

loox.jpgHet was wederom tijd de gereedschappen uit de kast te halen voor het maken van de nodige modificaties. Het uiteindelijke resultaat was een mooi setje, maar nog steeds niet perfect om te gebruiken in ons toch wel natte klimaatje. De eerste indrukken met de nieuwe LOOX met CF Rikaline 6020 waren indrukwekkend. Ik haalde met een volle “standaard” accu, met continue GPS gebruik gewoon ruim 4 uur probleemloos fietsen. Dit was ongeveer de tijd die ik haalde met mijn oude IPAQ met extra accu en Haicom GPS. Toch kon ik niet leven met die ruim vier uur fietsen. Dat was nu eenmaal niet genoeg voor een beetje fietstocht. Ruim acht uur was mijn streven. De keuze was dus simpel. Uitbreiden met een extra accu was gewoon de oplossing.

De zoekmachine op internet bracht mij tot een extra accu als toegevoegde accessoire. Over de grens kocht ik mooi afgewerkte extra accu, met een capaciteit van 1400 mAh, met snelsluiting. Met beide accu’s vol geladen kon de test beginnen.

Het resultaat was verbluffend. !!!! De beide accu’s hielden het langer vol dan onze inspiratie om verder te fietsen. Een dag van acht uur was dus geen probleem.

Navigerend op de fiets door Rotterdam werd ik overvallen door noodweer. Op de Erasmusbrug (De Zwaan) vormden grote druppels regenwater zich tot een heuse plas op de plastic folie van de Armor 2600. Dit dunne vliesje had tot taak om mijn kostbare Ipaq te beschermen tegen de boze buitenwereld die vocht heet.

Gelukkig bleef mij het noodlot bespaard en mijn “fiets navigatie setje” bleef ongedeerd.

Na deze ervaring besloot ik weer achter mijn toetsenbord te duiken. Een klop op de deur van Otterbox in Amerika blies weer nieuw leven in mijn project.

Curt liet mij weten dat het nieuwe prototype klaar was om het daglicht te zien.

De nieuwe Armor 3600 was geboren. Per ommegaand ontving ik de 3600 met een aantal accessoires. Deze jongeste telg van de Otterbox familie zag het daglicht in Nederland en oversteeg mijn stoutste verwachtingen. Ontwikkelaar Doug had het klaargespeeld om alle ideeën uit te werken in die nieuwe box. Een ware multimedia toepassing die het mogelijk maakt om je Pocket-PC op vele wijze “beschermd”op te bergen.

De nieuwe Armor 3600

Aan alles was gedacht. De nieuwe Armor 3600 was voorzien van:

    4luik3600.jpg

    • Een beugeltje met klittenband voor fixatie bij gebruik in de hand.
    • 4 schroefpunten waarmee de box beter bestand is tegen diefstal.Een bevestiging voor op het stuur met de code naam “Cateye mounting systeem”

    • Aan de onderzijde een waterdichte doorvoer voor kabeltjes t.b.v. bijv. externe voeding of GPS muis.

    • Aan de bovenzijde een verwijderbare doorvoer voor externe kaarten of het gebruik van een doorzichtige behuizing met codenaam “POD”
    image022.png

    Het totale accessoires pakket.

    Ook een nekkoord ontbreekt niet aan de uitmonstering. Ideaal voor de wandelaar of op momenten dat je even je handen vrij wilt hebben.

De praktijktest.
De Armor 3600 bleek zo algemeen te zijn ontwikkeld, dat de Fujitsu Siemens Loox 600 met Rikaline 6020 GPS ontvanger probleemloos in de standaard behuizing van de Armor 3600 past.3600-9.jpg

Ook was nagedacht over de wijze waarop de behuizing is opgebouwd.
De 3600 lijkt net op een mossel. Hij bestaat uit twee schelpen die naadloos in elkaar passen.
Vier stevige klemmen zorgen ervoor dat de behuizing waterdicht sluit.
Ook was er oog voor kleine details.
De jongste telg is voor- zien van een eenvoudig opgang systeem van klittenband, dat het mogelijk maakt om vrijwel elk type Pocket PC te fixeren achter het venster in de behuizing. Ook is er ruimte genoeg voor een CF GPS.

De Armor 3600 is voorzien van een rubber O-ring met een flexibel transparante folie die de Pocket PC beschermt tegen de invloeden van de boze buitenwereld.

9.jpgEen nieuwtje is de opklapbare, transparante klep. Ideaal !

Deze klep maakt het mogelijk om het scherm tijdens het fietsen goed af te schermen. Door het openen van de transparante klep kun je probleemloos toegang krijgen tot het scherm. De toepassing van deze transparante klep deed mij direct denken aan het opvullen van het gemis van mijn regenachtige ervaring op de Erasmusbrug te Rotterdam. De nieuwe klep geeft zonder problemen “spatwater” bescherming voor je pocket pc.

Conclusie:
De jongste telg van Otterbox, de Armor 3600, is een stap in de goede richting van recreërend Nederland. Met deze oplossing is het mogelijk om al navigerend met pocket pc en GPS de wereld te verkennen. De Armor 3600 heeft een brug geslagen tussen professioneel en recreatief gebruik. De vele accessoires maken het mogelijk om je pocket pc op vele manieren in te zetten en biedt de juiste bescherming op elke plaats. Het deed mij in ieder geval goed, dat het bedrijf Otterbox open stond voor mijn ideeën.

Naar mijn bescheiden mening leverde deze “joint venture” een mooie oplossing voor de pocket pc in combinatie met een GPS etc. op het stuur, in de hand of om de nek of in de lucht.

In ieder geval biedt de box bewegingsvrijheid en de nodige bescherming van de kostbare pocket pc.

Navigatiesoftware voor recreatieve doeleinden:
Voor wat betreft de Navigatie op de fiets rest nog de juiste oplossing.
TomTom en Navman stelden zich al positief op met betrekking tot input van ervaringen en eventuele wensen.
Mogelijk dat navigatie softwareontwikkelaars ook oog gaan krijgen voor de recreërende en navigerende pocket pc gebruiker. Mijn wens is nog steeds om “de standaard navigatie software oplossing te vinden” waarvan iedereen op eenvoudige wijze gebruik kan maken.
Navman kondigde in ieder geval navigatie software aan voor recreatieve doeleinden. Ik hoop deze software nog eens te testen in de praktijk.

Oterbox is er in ieder geval in geslaagd om een “standaard”oplossing te bieden voor fiets, moutainbike en motorfiets. De eerste indrukken zijn goed.
Met enkele kleine modificaties mag de Armor 3600 zich waar gaan maken in de praktijk.
De box biedt voldoende bescherming tegen weersinvloeden. Het “Cateye Mounting system” biedt een behoorlijke schokvrije bevestiging op het stuur van een fiets, mountain bike of motorfiets.

De Armor 3600 is op solide wijze bevestigd op het stuur en laat zich in een handomdraai verwijderen.

Oudere Berichten »

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.