Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Uncategorized’ Category

Het is al weer even geleden dat ik een artikel plaatste op mijn wegsite. Het laatste artikel was het Woww!!! moment over mijn aangeschafte Lexus IS300h.  Wij hebben werkelijk genoten van deze Lexus, maar toch kwam er een moment dat ik viel voor een mooie, elektrische Ioniq. Na drie Lexussen t.w. de IS250(nieuw in 2007), (even een Prius…..2011) CT200h 2012 en daarna de IS300h 2014-2017 kwam de Ioniq EV bij toeval als jong gebruikt op mijn pad.

Ik ben dus inmiddels vanaf februari dit jaar de trotse en zeer tevreden bezitter van een Hyundai Ioniq Premium EV. Ik kocht deze toen hij 10 weken jong was en net 10.000 op de teller had staan.. De vorige eigenaar, waarschijnlijk een vertegenwoordiger, had zich kennelijk verkeken op het aantal keren dat hij aan de stekker moest staan

IMG_1194

Voldoet het “openbare stekker netwerk” wel aan de (toekomstige) vraag ?

De actieradius die ik in februari klokte was ongeveer 170 km. Het eerste wat ik in de eerste week, na aankoop al aanschafte, was een eigen laadstation van 4,7 kw. Ik wilde natuurlijk niet verrast worden door steeds onderweg zenuwachtig op mijn dashboard te kijken hoeveel kilometer ik nog kon rijden voordat ik aan de paal, of erger nog, lang de weg stil kwam te staan. Ook de gedachte dat je niet zomaar bij elk benzinestation ff terecht kan om een paar litertjes te tanken, was toch even wennen voor mij en mijn vrouw.  Uiteraard werd het een uitdaging om zoveel mogelijk aan de  eigen stekker te hangen. Maar al snel kwamen wij erachter dat er een enorm netwerk met palen beschikbaar is en dat Fastned ook een uitkomst is om deze angst weg te nemen.

IMG_1198Alleen vraag ik mij wel af of dit netwerk ons allemaal kan gaan bedienen in de toekomst als iedereen elektrisch gaat rijden. Helaas zagen wij nu al regelmatig “openbare stekker plekken” bezet gehouden worden door meestal PHEV’s.  Dat is niet lekker als je snel ergens wil zijn en sterker nog, ook weer weg wilt rijden.

IMG_4658

waarom afscheid van mijn  mooie, luxe en superfijn rijdende Lexus ?

Het antwoord was simpel. In eerste instantie gewoon een rekensom. Ons doel is om zoveel mogelijk de onkosten te drukken. Wij willen namelijk in 2018 vervroeg met pensioen. Ik stopte alle onkosten van de Lexus en de “verwachte” gebruikerskosten van de Ioniq EV in een Excelletje.

Wat schetste mijn verbazing !!!!

Het verschil tussen de Lexus en de Ioniq EV bleek een “besparing” van € 250,- = €3000,- per maand/jaar op te leveren.  Dat is niet niks.  Dit werd direct een lekker spaarpotje voor de aanschaf van een eventueel toekomstige nieuwere elektrische auto !!!

Gebruikskosten Ioniq na 8000 km.

Wij hebben de Ioniq slecht 5 keer aan een “vreemde” laadpaal gehad, gewoon omdat wij grotere ritten maakten.(meer dan 170 km). Voor de rest hing de Ioniq EV gewoon aan onze eigen stekker, met daarachter een verbruiksmeter.

Deze meter laat nu na ruim 8000 km € 210,- aan verbruikte energiekosten zien (tarief 0,18 cent p/kwh). Dat voelt dus zeker niet verkeerd.

Daarnaast de houderschapsbelasting(wegenbelasting). Deze is € 0,- 

Enja, dan natuurlijk de 15.000 km beurt. Dat was ook een onkostendrukker. De Ioniq heeft met zijn elektromotor natuurlijk nauwelijks vloeistoffen.

Mijn eerste beurt was dan ook maar € 72,64. Dit was dan ook direct mijn voordeligste beurt ook !!!!

verbruik en actieradius

Ja, dat zijn nu volgens mij twee van de meest besproken discussiepunten. Mijn eigen ervaringen begonnen op 13 februari 2017 met nog sneeuw op de weg.  Bij een volle accu gaf mijn display 169km actieradius weer.  Het fijne van deze accurate aanduiding is dat dit dan ook in de praktijk gewoon klopt. Ik haalde meestal omgerekend 15/20 km meer door de regeneratie (standje 3). Naarmate het warmer werd(boven de 10 graden) klokte ik steeds meer actieradius na een lading. Nu…september… 17-20 C staat er regelmatig 215 km op de klok. Het meest zuinig ervaar ik de Ioniq bij korte ritjes in de stad. Elke korte afstand klokt met gemak 8km/1kwh. langere ritten gemiddeld 7.6 km/1kwh. Gemiddeld kom ik dus uit op € 0.02 per gereden km !!!!!

Comfort, luxe en uitrusting. 

Mijn review van de Lexus IS300h begon met Woww!!! V.w.b. de Ioniq Premium EV kan ik alleen maar zeggen, dat ik zeer aangenaam verrast was. Ik kwam uit de stilte en luxe van een special edition Lexus IS300h en had mij al ingesteld op het gegeven dat ik iets moest in gaan leveren op alles waar Lexus voor staat.

Maarrrr….Niets van dat en gewoon chapot. Alles zit er op en er aan. Nu heb ik natuurlijk wel een Premium uitvoering, want de standaard EV, waar ik eerst proef in had gereden, stelde mij teleur. Maar deze Ioniq EV is niets mis mee. Sterker nog. Wij waren beiden verwent, maar moeten na acht maanden Ioniq bekennen dat wij gewoon helemaal in onze nopjes zijn. De Ioniq is stil, pittig, mooi vormgegeven(na een aantal upgrades, zoals de extra optie “Blackpack voor en achter”  en nog een aantal extra’s.

Dan de slimme hulpjes, zoals adaptive cruise controle, active lane assist(stuurt zelf mee)  met prima radar t.b.v. afstand controle, rondom sensoren, die je steeds alert houden in je dode hoeken etc, prima DAB systeem, achteruitrijd camera, fijne navigatie, elektrisch schuifdag, verwarmde stoelen voor en achter, bestuurderstoet volledig elektrische met twee geheugen functies, draadloos laden van mijn telefoons(kleine aanpassing iPhones)  enz. enz.  Het enige irritante snufje is de VESS optie. Dit systeem waarschuwt voetgangers bij stapvoets rijden. Wat een “fake” oplossing is dit. Gelukkig kun je hem uitzetten met een knop op het dashboard(niet permanent).  Kortom, een diepe buiging voor de prestaties van Hyundai binnen dit segment en prijsklasse.

klein, maar niet onbelangrijk minpuntje.

Er is nog steeds geen trekhaak tbc een fietsendrager voor de Ioniq EV. Dit ervaar ik echt als een groot gemis. Tot op heden hadden alle hybride auto’s een voorziening. Bij de Hyundai Ioniq Hybrid wordt gewoon een Stella fiets aangeboden en kan gewoon een Brink trekhaak gemonteerd worden.

Trekhaakbouwers…..Kom met een oplossing. !!!!

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Read Full Post »

Het artikel volgt

Read Full Post »

De twee Batavus Jakima Lohas electrics

Ruim een jaar geleden had ik het helemaal gehad met het gesjouw van mijn Sparta ION fietsen. Elk weekend tilde ik mij een breuk aan de twee ION’s om deze met accu’s en al achter op mijn fietsendrager te zetten. Dat moet en kan anders. Realiseer je bij het lezen van dit artikel wel, dat er weinig keuze was op het gebied van elektrische fietsen in de bestaande markt. Daar kwam bij dat de fietsen die er waren een vermogen kostte en dat de goedkopere exemplaren “ niet om aan te zien waren”  of  een actieradius van lik mijn vestje hadden.

De goedkopere fietsen waren dan ook vaak echt stadsfietsen met een actieradius die aansloot bij het boodschappen lijstje. Voor mijn wensen schoot dit dus zeker tekort en ik was op zoek naar een betaalbare vervanging van mijn bestaande Sparta ION’s waar ik in juni 2006  € 1950,-, inclusief extra range extender, per  stuk voor betaalde.

Na de nodige kilometers en ervaring met deze Sparta ION’s vonden zij een weg, via marktplaats,  naar twee nieuwe eigenaren. De fietsen brachten na drie jaar trouwe dienst € 900,- stuk op(inclusief range extender en dat was direct het startkapitaal voor mijn nieuwe project.

Maart 2009 kocht ik via marktplaats een Batavus Jakima dames en herenfiets met 21 versnellingen. De fietsen kosten mij samen € 950,- en verkeerden in prima staat.


Met deze twee fietsen als uitgangspunt was mijn nieuwe projectje een feit. Ik speurde eerst in Nederland alle mogelijke websites af op zoek naar ombouwpakketten. Mijn idee was om deze twee fietsen om te bouwen tot volwaardige elektrische fietsen, met als doelstelling om de “standaard” Batavus Jakima nauwelijks in gewicht toe te laten nemen en toch de mogelijkheid te creëren om volwaardig te kunnen fietsen met een duwtje in de rug.

Het ombouwpakket moest aan de volgende voorwaarden voldoen. De motor mocht GEEN weerstand hebben bij normaal fietsgebruik. De remmen moesten de hogere snelheid en het gewicht aankunnen. De accu’s moesten uitneembaar en verwisselbaar zijn met een hoge actieradius. Dat laatste werd als snel een lastige, omdat de ION accu’s in 2009 nog zeer beperkt waren in Amperage en  ook nog behoorlijk aan de prijs en gewicht waren.

In Nederland ging het hem niet worden. De ombouwsets op de markt waren op één hand te tellen en een accu kostte als snel ruim € 500,- stuk. De rekensom leerde al snel dat ik dan alleen al € 1000,- per fiets aan accu’s in moest kopen om te voldoen aan mijn gestelde actieradius van minimaal 80 kilometer bij volledige ondersteuning (standje 3).

De twee fietsen met schijfremmen en motoren

Als servende over het web kwam ik uit bij een grote elektrische fiets en scooter fabriek in China.  Na vele mailtjes over en weer (ik zat immers boordevol met vragen en had bepaald niet de ervaring met de producten vanuit China) viel de keuze op twee ombouwset bestaande uit twee 28” voorwielen met schijfremmen en 36V kleine motoren, twee fietscomputers, controllers bagagedragers, acculaders en 4x 36V/12Ah LIPO accu’s.  Dit geheel kocht en importeerde ik voor US 1350,- .   Omgerekend, twee ombouwsets, nieuwe extra onderdelen,  invoerrechten etc. was ik uiteindelijk € 2550,- kwijt voor twee fietsen.

In oktober 2009(een half jaar later na verkoop ION’s) kon mijn projectje pas echt van start gaan, omdat toen pas alles geleverd werd. De Chinezen hadden in die tijd te kampen met de bekende Tsunamy, waardoor het transport vertraging opliep.  Dat mocht de pret niet drukken, want alles kwam keurig volgens afspraak binnen. Allen bleken er toch een paar hobbels te nemen.

De 28” wielen pasten niet in de bestaande Batavus voorvorken. Deze miste de bevestiging voor de schijfremklauw. Ook was het voorwiel zwart, terwijl de originele wielen aluminium van kleur waren. Voor wat betreft de bekabeling moest ook hevig worden geëxperimenteerd.

De accu’s waren zo geconstrueerd, dat zij eigenlijk niet handig te verwisselen waren onderweg. De constructie was duidelijk bedoeld voor een “vaste” opstelling en de motorcontroller zat in de behuizing van de bagagedrager.  Ook de aansluitkabels waren daarop ingesteld.

Ik besloot twee nieuwe voorvorken en achterwielen te kopen. Ook de originele versnellingshandels moesten plaatsmaken voor de extra’s op het stuur. De af fabriek geleverde remhandels waren voorzien van veiligheidsschakelaars, die de elektromotor ontkoppelt bij plotselinge remacties. Om die reden werden andere versnellingshandels gemonteerd.

Nagenoeg alle gestripte onderdelen vonden hun weg naar nieuwe eigenaars via marktplaats.

Ik besloot de controller onder het frame te monteren in een bidon met houder. Dat was de beste plaats gezien de bevestiging van de extra trapondersteuning en was verre weg de mooiste manier om een vrijwel onzichtbare elektrische fiets te ontwerpen.


De ingesealde controller pas in Bidon


Voor wat betreft de uitwisselbaarheid van de accu’s maakte ik een constructie van hout, waarbij de stekker keurig in de accu paste bij een accuwissel. Nu ruim anderhalf jaar verder lijkt deze oplossing geslaagd en hebben er al vele wissels plaatsgevonden.

De aansluiting van de accu

Helaas lieten de twee controllers en één van de computers het afweten. Gelukkig was de service goed voor elkaar en voor US 160,- werden de spullen toegezonden. Uiteraard had ik garantie, maar dan moest ik net zoveel kosten maken om de oude spullen retour te zenden. Ik koos dus voor nieuw.

Uiteindelijk was alles dik voor elkaar en hebben wij al ruim 2000 km afgelegd met de omgebouwde fietsen. De ervaring leert dat wij probleemloos 45 kilometer fietsen met 1 hele acculading in standje 2. Met 1 moet het mogelijk zijn om zeker 80 kilometer te halen. Verdubbel dit en 160 km is dan het eindresultaat. Bij volledige ondersteuning(standje 3) en een snelheid van gemiddeld 27 kilometer per uur gaat een accu probleemloos 35 km mee. En met tegenwind en bergje op en af zit het meer dan goed.   Wij merken dat die Chinese input zoveel power biedt dat wij menig fiets voorbij spurten, op momenten dat de ondersteuning meer dan gewenst is.

En ja,  heb je ff geen zin in een ondersteunde fiets, dan laat je gewoon je accu van 5 kg thuis.

En met het tillen van die fietsen zit het meer dan goed. De Batavus Jakima wegen inclusief motor en toebehoren 23 kg per stuk.

De uiteindelijke ombouwkosten inclusief fiets kwamen uit op € 1300,- per stuk. Hierin zat natuurlijk ook de kostprijs van de extra accu verwerkt. Op dit moment is er veel meer keuze in ombouwsets en zijn deze nog betaalbaar ook. Je hoeft ze ook niet meer vanuit China te importeren, omdat deze al gewoon via internet, met garantie, leverbaar zijn via Europese bedrijven tegen betaalbare prijzen. Gelukkig is er ook een groot aanbod voor klant en klaar betaalbare fietsen. Het ombouwen was voor mij zeker in 2009 een goede keuze qua prijs/prestatieverhouding. Of ik het nu weer zou doen, met de keuze van betaalbare elektrische fietsen, blijft voor u de vraag en voor mij een weet. Het blijft een avontuur.

Read Full Post »

    Het Nut en noodzaak van programma’s als NOIV en KING

Ruim een jaar geleden verscheen het laatste artikel waarin de ontwikkelingen tot dusver en de toekomstige verwachte toepassingen van open source en open standaarden binnen de gemeentelijke architectuur werden beschreven. Nu, ruim een jaar later, na het invullen van de NOIV monitor, werden wij positief verrast door de uitslag die ons de eerste plaats toekende in de klasse 10.000-50.000 inwoners en ons bovenaan de rankinglijst plaatste als voorhoede gemeenten. Het is natuurlijk goed om een bevestiging te krijgen van de wijze waarop binnen onze gemeente wordt omgegaan met het toepassen van open source en open standaarden. Toch ervaren wij dit niet als een doel op zich, maar geeft het je simpelweg de vrijheid in keuzes bij de aanschaf van toepassingen. Wat vaak onderschat wordt is dat het je ook wel dwingt om voor bepaalde oplossingen te kiezen, simpelweg omdat er in het verleden keuzes zijn gemaakt, waar de gehele bedrijfsinformatiearchitectuur op is door ontwikkeld. Zo heeft Woerden in 1998 als een keuze gemaakt om de toepassing van open source producten een serieuze kans te geven. Mede ingegeven door het feit dat Microsoft met de Software Assurance problematiek kwam, gaf het ons de drive om verder te kijken. In 2002 werd pas echt afscheid genomen van de Active Directory(AD) van Microsoft en deed Open Ldap haar intrede. In combinatie met Samba werd flink door ontwikkeld in scripts en het gebruikersbeheer kreeg een totaal nieuwe aanpak. Vanaf dat moment werd ook onze toekomst min of meer bepaald, omdat de Microsoft ontwikkelingen, met producten als SharePoint, BizTalk en de daarmee samenhangende AD, ons behoorlijk stuurde bij het maken van keuzes bij de inzet van nieuwe toepassingen.

    Ontwikkelingen vanuit Den Haag


Onze gemeente heeft al eerder de monitoren in de top aangevoerd, daar waar het ging om het toepassen van slimme ICT en informatievoorziening binnen de gemeentelijke bedrijfsinformatiearchitectuur.
Toch moest ik laatst ook weer veel herkenning vinden in een boek dan verscheen van de auteur Michiel Lauweret ”Met publiek Elan” die op voor mij heel herkenbare wijze de gemeentelijke organisatie en “diens adviseurs” verwoorde. Vaak geldt bij gemeentelijke organisaties dat “vreemde ogen dwingen” . Een externe adviseur heeft standaard meer ervaring en invalshoeken dan de interne specialist. Toch kun je dat in de meeste gevallen niet zomaar klakkeloos overnemen, omdat er vaak meer kennis in huis is dan vaak wordt aangenomen.

Iedereen heeft hier wel mee te maken, omdat de vele informatisering vraagstukken ons vaak ver boven de pet uit groeien. Is dit te wijten aan kennis en kunde zou je zeggen. Ik denk van niet. Wij als ICT professionals, in de breedste zin van het woord, weten vaak als geen ander hoe de wieken binnen de eigen organisatie draaien. Daarnaast spreek ik uit ervaring dat de ICT in 1994 een iets andere positie inneemt binnen de bedrijfsvoering als in 2011.

Waarom vraag je als gemeente dan toch af dat alles nog lang niet gaat zoals je dat in de gemeentelijke visie hebt uitgestippeld.
Waarom toch steeds die herkenning bij collega gemeenten, of het nu gaat om de vette 100.000 plussers als juist die kleine gemeente, dat die loodzware vraagstukken vanuit Den Haag zich steeds moeilijker laten vertalen in een goede, op de locale visie, missie, organisatie en bedrijfsvoering afgestemde blauwdruk. Programma’’s als Egem, KING, NOIV met instrumenten als Egem-I adviseurs met op gemeentelijke situatie toegespitste NUP trajecten geven zeker sturing en enige steun in de bedrijfsvoering. Ook hier geven vaak die “vreemde ogen die dwingen” net even dat duwtje in de rug om de zaak op de agenda te krijgen.

Deze NUP handvatten helpen bij de bewustwording van noodzakelijke vernieuwingen en geven richting aan de locale politiek en colleges B&W. Als bijkomend voordeel hebben de beoogde projecten een label gekregen binnen de gemeentelijke begrotingen en helpt het, afhankelijk van de financiële situatie, om de beoogde doelstellingen te verwezenlijken.
Toch lijkt het erop dat op dit moment het NUP fundament begint te bezwijken onder de bezuinigingswoede. De keuze tussen “personeel op straat” of het snijden in budgetten die nog niet zijn verzilverd en waar het uiteindelijke resultaat moeilijk in te schatten valt, is vrij snel gemaakt. Komt tijd komt raad kan een van de gekozen richtingen zijn.
Juist dan zit ons vakgebied behoorlijk met de gebakken peren, omdat de ontwikkelingen nu eenmaal vaak wettelijk worden doorgevoerd en er geen keuze vrijheid bestaat. De invoering van BAG stopt nu eenmaal niet bij het op orde brengen van de informatie. Ook de “verplichte” koppelingen tussen de verschillende applicaties (lees bijv. GBA) moeten worden doorgevoerd. Een koppeling tussen twee applicaties kost als snel € 15.000,- initieel en levert ook structureel een blijvende last op ion de ICT begroting. Vakapplicaties houden hier vaak geen rekening mee in hun budgetbegroting dus ICT is dan vaak de sluitpost die er toch maar voor moet gaan zorgen dat het gaat werken.

    Open standaarden:


Ging het in 1994 (het moment dat ik mijn ICT loopbaan begon in het gemeentelijk domein als netwerk/-systeembeheerder) om vraagstukken zoals, hoek krijg ik WP 5.1 goed uitgerold op de 30 pc’s binnen de organisatie dan gaan het nu in 2011 om vraagstukken zoals: Hoe krijg ik alle ICT systemen en software aan elkaar geknoopt opdat deze voldoende beveiligd kunnen worden ingezet binnen de bedrijfsvoering en op een dusdanige wijze is ingericht dat d.m.v. virtualisatie en storage voldoende performance wordt gehaald om alle 450 werkplekken goed te bedienen. Daarnaast moet je natuurlijk ook de invulling kunnen geven aan het koppelen van systemen en applicaties aan mid- en frontoffice systemen, zonder dat daarbij de informatie op straat komt te liggen. En ja, vergeet ook even niet de “wettelijk verplichte” nummers als audits, aanbestedingen, koppelingen naar landelijke voorzieningen en ketenpartners niet en zorg voor goede ontsluiting naar de kanalen van het KCC. En ja, er moet natuurlijk ook nog even iemand in de organisatie zijn die het overzicht houd over de samenhang (architectuur hard-/en software) gegevensbeheer, privacy enz. enz.

Dan reist al snel de vraag, waar vindt je zo’n duizendpoot, die met een helikopterview over de gehele organisatie zweeft, visie neerlegt voor toekomstige ontwikkelingen en op de juiste momenten adviezen schrijft die toekomst bestendig zijn en de financiële ontwikkelingen, vroegtijdig binnen de meerjaren begroting vastlegt om de financiële klappen op te vangen die de continue ICT ontwikkelingen met zich meebrengen. Deze duizendpoot moet dan ook het liefst van huis uit verstand hebben van de vakgebieden als politiek, inkopers en financieel consulenten. Om deze vakgebieden te kunnen doorgronden moet je eigenlijk letterlijk in de huid kunnen kruipen om duidelijk over te kunnen brengen dat je zonder geld en de juiste spullen alle wettelijke verplichtingen en gewenste(noodzakelijke) ontwikkelingen niet waar kunt maken. Ook deze “specialisten” hebben gelijk en vragen eigenlijk het onmogelijke om aan te geven wanneer je wat nodig hebt.

    Hypes

Maar goed. Als dit allemaal lukt heb je ook nog eens te maken met de politieke golfbeweging van nieuwe raad en colleges B&W, die ook steeds nieuwe ideeën inbrengen. Had je net je visie en projecten in gang gezet. Geïnvesteerd in een stabiel en robuuste ICT infrastructuur, wordt je geacht om het roer eens flink om te gooien en te kijken naar ICT architecturen als: software as a service (SaaS), platform as a service (PaaS), infrastructure as a service (IaaS) en wifi as a service (WaaS) in combinatie met het nieuwe werken, zaakgericht werken en digitaliseren van de oude, vertrouwde, papieren documenten/dossiers.

Deze hypes schieten als paddenstoelen uit de grond en gaan in veel gevallen ten koste van eerdere investeringen. Helaas weet je ook dat deze “nieuwe” ontwikkelingen eigenlijk “oude wijn in nieuwe zakken” is. Hadden wij al geen ERP systemen, SAP, SCC’s enz. Uiteraard wil ik de ontwikkelingen niet op voorhand veroordelen, maar er zijn gewoon meer wegen die naar Rome leiden en de klok tikt door. Er is dus geen tijd om te experimenteren, want gemeenten moeten gewoon leveren en zijn steeds vaker het eindstation van de overheid die rechtstreeks zaken doet met de burgers, instellingen en ketenpartners. Sta je niet stevig in je schoenen, heb je geen goed verhaal, vergeet het dan maar !!!
Toch ervaar ik de laatste jaren dat de winst op andere vlakken te halen is. Niet alleen winst in klinkende munt, maar ook wint in de bedrijfsprocessen en “niet frustraties”.
Nieuwe implementatie open source (gerelateerde) toepassingen 2010/2011:

    Zarafa:


De meest in het oog springende wijziging is de migratie van Lotus Domino naar Zarafa. Er is in eerste instantie gekozen om de webclient beschikbaar te stellen voor alle werkplekken. In de praktijk bleek echter al snel dat wij hier van terug moesten komen. Met name de secretariaat functies schoten tekort. Op die plaatsten werd dus gekozen voor best of bread, oftewel de inzet van de Outlook client bleek hier het beste op z’n plaats. Na twee maanden gebruik werd duidelijk dat er nog wel een aantal verbeteringen noodzakelijk waren om de Zarafa oplossing volledig naar tevredenheid binnen de organisatie te laten functioneren. Zarafa en de implementatiepartner gaven prima ondersteuning en alles wat snel opgelost kon worden werd dan ook gedaan.

    LPI certificering:


Naast de ondersteuning van de ontwikkelaars en implementatie partner bleek tevens de LPI certificering van onze Linux beheerders haar vruchten af te werpen. De LPI 3 certificering werd door 2 beheerders met succes afgerond met als bijkomend voordeel dat de opgedane kennis prima ingezet kon worden bij de reorganisatie van ons gehele ICT platform

Onze gemeente is per 1 januari 2011 gestart als geheel nieuwe, gekantelde, organisatie, waarbij 12 afdelingen bijna geheel werden ontrafeld en opnieuw werden samengesmolten tot 9 afdelingen, waarbij de kanteling naar het KCC (de klant) centraal stond. Zo werden twee nieuwe afdelingen Dienstverlening(KCC-vergunningverlening-Toezicht-Handhaving) en Informatievoorziening(Regiserende afdeling-basisregistraties-DIV-ICT-gegevens beheer) ingezet als partners in dienstverlening onze klant optimaal van dienst te kunnen zijn. Deze hele exercitie had nogal wat voeten in de aarde, maar liet in zeer korte tijd zien dat het toch mogelijk is om de verkokering van de organisatie te doorbreken en de OL2000 na ruim 12 jaar, eindelijk gestalte te geven. Door de kennis van scripting binnen het Linuxplatform werd het mogelijk om de gehele organisatie in zeer korte tijd vlekkeloos te migreren naar een totaal nieuwe organisatieopzet.

    OpenOffice vs MS Office 2000:

Eind 2010 begin 2011 werd door gemeente Woerden in nauwe samenwerking met Cor Nouws( eigenaar van “Nou&Off “) onderzoek gedaan naar de haalbaarheid van de gemeentebrede migratie van Microsoft Office 2000 naar OpenOffice.org. Tijdens het onderzoek rommelde het al iets in de markt m.b.t. de levensvatbaarheid van het “label” OpenOffice.org. Gelukkig werd al snel duidelijk dat de varianten, zoals LibreOffice en OpenOffice.org beiden gebruik maakten van dezelfde zes applicaties, die in beide gevallen Writer, Calc, Impress, Draw, Base en Math worden genoemd.
Binnen dit onderzoek werden alle, door gemeente Woerden gebruikte applicaties, geïnventariseerd en daar waar nodig getest op bruikbaarheid binnen de OpenOffice.org omgeving. Er werd tevens uitgebreid getest door middel van tooling, die het mogelijk maakte om binnen de bestaande documenten, spreadsheets etc. migratiehobbels te ontdekken.
Het eindresultaat leverde geen overkomelijke problemen en een migratie naar één van de “open” Office varianten stond niets in de weg. Wel werd het standpunt ingenomen dat bij problemen met bestaande toepassingen, zoals ingewikkelde Excel en Access bestanden, alsnog individueel uitgeweken kon worden naar een Microsoft Office variant.

    Migratie bestaande MSWord sjablonen naar Write:


Binnen het onderzoek werd tevens een pilot opgestart m.b.t. de migratie van de bestaande MS Word sjablonen naar de Write variant van OpenOffice.org. Er werd 3 maanden door twee applicatiebeheerders van GWS(sociale dienst) gewerkt aan het omzetten van bestaande Word sjablonen naar Write van OpenOffice.org. Ervaring leerde dat dit goed mogelijk was en de nieuwe MDU(Module DocumentUitvoer = vervanger van Doc4all) van Centric bleek het OpenOffice formaat te ondersteunen.

Naar verwachting zal in de 2e helft van 2011 worden overgestapt op één van de twee open Office varianten.

    xential documentcreatie:

Tijdens deze pilot werd tevens gekeken of het nieuwe, op basis van open source toepassingen ontwikkelde documentcreatiepakket “xential” ingezet kon worden als gemeentebreed documentcreatie voorziening. De nieuw ontwikkelde documentcreatie suite maakt het mogelijk om alle gebruikte e-sjablonen qua output, huisstijl en opslag, gecontroleerd en “centraal” te beheren en beheersen. Er werd opgeleid en de eerste “ bestaande Word sjablonen” zijn omgezet naar Write. Het voordeel van xential is dat het deze toepassing niet uitmaakt of je het einddocument naar Microsoft Office of Openoffice varianten wegschrijft. Het product is volledig “OPEN” en kan dus naar hartelust worden aangepast voor eigen organisatie.

    Implementatie Emaxx suite i.c.m. xential en Corsa:


Het aanpassen van software en de ICT infrastructuur als middels kan meehelpen aan het verwezelijken van de KCC gedachte. Gemeente Woerden liet eind 2009 haar keuze vallen op de totale Emaxx suite van Exxellence. Binnen deze suite zitten alle klantprocessen opgesloten en het “open karakter” maakt het mogelijk om met iedere andere, daarvoor openstaande, applicatie te koppellen. De interoperabiliteit gedachte is dus optimaal aanwezig zou je zeggen, dus wat staat ons verder nog in de weg naar het succes.

Helaas, niets is minder waar. Ook al willen de leveranciers. Individueel, het beste voor hun betalende klant, toch blijkt het in de praktijk in samenwerking niet te lukken. Het “bij elkaar in de keuken kijken” wordt tot op zekere hoogte toegestaan, maar een optimale samenwerking heeft nog wel wat voeten in de aarde. Ervaring leert dat leveranciers zich al snel verschuilen achter het feit dat zij immers gebruik maken van de “ open standaarden” zoals die van de Stuff familie. En juist hier zit hem de crux. De Stuff familie bestaat uit vele varianten en kan door iedere leverancier zelf worden ingevuld. Neem bijvoorbeeld Stuff 3.10 Zaken. Deze kent ruim 300 ingrediënten. Binnen de “eigen” software suite van de leverancier levert dit natuurlijk helemaal geen problemen op. De koppelvlak definities sluiten naadloos op elkaar aan en anders worden zij wel sluitend gemaakt. Bij het “ op elkaar” aansluiten van toepassingen van diverse leveranciers wordt het echter een stuk ingewikkelder. Op dat moment komt het aan op het uitwisselen van receptuur, dus komen de ingrediënten duidelijk op tafel.

    Open source en openstandaarden:


Juist hier blijkt in de praktijk veel minder moeite te bestaan tot samenwerking tussen “open” dan bij leveranciers met gesloten toepassingen. Het woordje “vendor lockin” heeft dan ineens betekenis en je bent geneigd om hier onbewust “veilige” keuzes te maken.
Helaas lukt dit nog niet in alle gevallen.

Zaakgericht werken Woerden = “standaard koppelvlak” tussen Zaaksysteem X DMS Y:
Na de implementatie van de Emaxx suite leek alles aardig op rolletjes te lopen.
De visie binnen de Woerdense bedrijfsinformatiearchitectuur was dat de GEMMA ZaakTypeCatalogus(ZTC 2.0) model stond voor het totale klantproces vanaf de intake via één van de kanalen tot aan het Documentmanagementsysteem toe(en vise versa). Naast de ZTC 2.0 werden tevens het DocumentStructuurPlan(DSP) en de Producten en Diensten Catalogus(PDC) geïntegreerd. Dit ideaalbeeld moest garant staan voor een optimale bedrijfsvoering, waarbij de éénmalige invoer en meervoudig gebruik gedachte centraal stond.
Toch bleek de uitvoering anders in elkaar te steken. Er was nog geen sprake van een “ standaard” koppelvlak, die het mogelijk maakte om een optimale uitwisseling van gegevens mogelijk te maken tussen onze Emaxx suite en ons DocumentManagementSysteem Corsa.
Zonder dit koppelvlak bleek het “zaakgericht werken” niet echt te gaan functioneren. Al informerend in het land werd al snel duidelijk dat erg veel gemeenten en leveranciers zaten te wachten op dit standaard koppelvlak.

    Een ritje naar Den Haag deed wonderen.


Het KwaliteitsInstituutNederlandseGemeente(KING) in persoon van Peter Klaver, gaf uitkomst.
KING had al het initiatief opgepakt om de benodigde specificaties verder uit te werken. Tijdens de bestuurstafel van het NOIV (met staatssecretaris van Heemskerk) was al duidelijk geworden dat dit gestandaardiseerde koppelvlak er moest komen. De doelstelling was om dit koppelvlak op inhoudelijke specificaties conform Stuff Zaken 3.10 uit te werken en parallel hieraan software te ontwikkelen die het mogelijk maakte om een juiste werking te kunnen testen. Er was al een expertgroep opgestart, maar vooralsnog was er geen concrete case.

    Doorbraak koppelvlak zaakgericht werken (standaard koppelvlak zaaksysteem-DMS)


De wens van gemeente Woerden, om te komen tot een conform “open standaarden” (liefst gecertificeerd) koppelvlak te komen om het zaakgericht werken optimaal te kunnen ondersteunen sloot naadloos aan bij het al gestarte initiatief van KING. Peter Klaver en Jan Brinkkemper boden hun expertise aan om gezamenlijk te komen tot een “werkende oplossing”. In november 2010 werden de participanten, t.w. leveranciers, gemeenten en andere instellingen, uitgenodigd voor de gezamenlijke “kick-off” in Woerden, om het initiatief handjes en voetjes te geven. Na een geslaagde opkomst werden nog twee vervolgsessies georganiseerd met als doel om medio juli 2011 de eerste blauwdruk van de “koningskoppeling” vast te stellen, zodat met de daadwerkelijke ontwikkeling van een werkende koppeling gestart kon worden. De doelstelling was om gezamenlijk te komen tot twee varianten, die zowel toepasbaar zijn voor kleine als grotere organisaties. Zowel gemeenten als leveranciers brachten expertise in om te komen tot een werkende totaaloplossing die voor elke leverancier, van zowel DMS als zaaksystemen gebouwd zal kunnen worden. De parallel hieraan gebouwde testsoftware moet het mogelijk gaan maken om de gebouwde koppeling tussen het Zaaksysteem van leverancier X en het DocumentManagementSysteem van leverancier Y op juiste werking en functionaliteiten te kunnen testen. Een certificering van een werkend koppelvlak zou het “kroontje” kunnen zijn van deze doorbraak , waarbij KING samen met de gemeenten en de leveranciers tot standaard afspraken komen.

    Lessons learned tot nu toe:

Ervaring leert dat het pas echt aan komt op standaardisatie en interoperabiliteit. Juist hier loopt het spaak. Neem het eenvoudige voorbeeld van de verplichting tot het gebruik van de BAG gegevens binnen de gemeentelijke systemen, zoals bijv. het GBA. Het meest ideale plaatste binnen je gemeentelijke bedrijfsinformatiearchitectuur zou een totale softwaresuite zijn, waar 1 leverancier verantwoordelijk is voor de interoperabiliteit van de TOTALE bedrijfsinformatiearchitectuur. Helaas moet hier de eerste leverancier nog opstaan die dit binnen het gemeentelijk domein GEHEEL voor rekening kan nemen. En ja…. Dan hebben wij natuurlijk als gemeenten ook te maken met de erfenis van de oude ICT hard- en software infrastructuur, waar vaak voor heel veel geld in is geïnvesteerd. Dan even niet te vergeten dat gebruiker ook vaak nog heel erg verknocht zijn aan hun specifieke applicatie, die toevallig niet past binnen het gewenste aan elkaar gekoppelde applicatielandschap, dan nog maar niet te spreken over de benodigde investeringen om die te vervangen. Rest dus roeien met de riemen die je hebt en KOPPELEN. Het afgelopen half jaar heb ik vele collega gemeenten, leveranciers en adviseurs mogen ontvangen, die belangstelling toonden voor onze aanpak. Het mooie van deze bijeenkomsten is dat je enorm veel “gerichte” informatie uitwisselt. Qua organisatiewijziging bleek dit bijna in alle gevallen een van de moeilijkste hobbels die genomen zouden moeten worden. Er zijn altijd wel managers, of niet goed georganiseerde taakgebieden, die de gewenste en noodzakelijke ontwikkeling in de weg staan. Daarnaast is de veel gehoorde bottleneck de interoperabiliteit. Juist vraagstukken m.b.t. standaardisatie van koppelvlakken tussen de verschillende applicaties van verschillende leveranciers leveren enorme frustraties op in geld, tijd en bij de beide partrijen (klant en leverancier). Met name de interpretatie van de standaarden blijkt een groot misverstand en veroorzaakt enorme frustraties. Daarbij komt dat leveranciers vaak vele, eenduidige, problemen tegenkomen en voor de uitdaging staan om “vreemde” applicaties van concollega’s te koppelen, waarbij beide partijen niet echt scheutig zijn in samenwerking en verstrekken van de benodigde informatie. Helaas is de afhankelijke klant, de gemeente, de pineut en loopt enorme vertragingen, frustraties en financiële stroppen op. Juist deze financiële, vaak niet ingecalculeerde budgettaire tegenslagen, zijn slecht uit te leggen aan de betreffende vakafdelingen en financiële consulenten. Dit heeft dan vaak direct tot gevolg dat de afdeling ICT moet bemiddelen en het maar op moet lossen. Dan nog het feit als twee leveranciers aangeven dat zij de Stuf standaarden volgen en hun koppelvlak conform deze standaard hebben gebouwd.

De opdrachtgever, de gemeente, nodigt beide leveranciers uit om elkaars applicaties te koppelen, conform de afspraak. En wat nu als dit misgaat. Nu, dit gaat gewoon mis. Zo zegt leverancier A dan zijn applicatie Stuff 3.xx compliënt is en zegt leverancier B dat deze de applicatie conform Stuff 2.xx kan koppelen. Na de koppeling blijkt het toch niet te werken en geven beiden aan dat zij juist handelen. Leverancier B weet dan wel, uiteraard tegen flinke betaling, een andere koppeling te realiseren, waardoor de gemeente voldoet aan de wettelijk gestelde eis. Wie heeft nu gelijk ??

Read Full Post »


>Zaakgericht werken:
Het is even wennen, maar is slechts een kwestie van woordkeuze: zaaksgewijs of zaakgericht. Het vertalen van deze woorden en manier van werken in de praktijk is echter een geheel ander verhaal. Zaakgericht werken vergt discipline over de gehele organisatie en het goed inregelen van de werkprocessen en daarop aansluitend de ICT-infrastructuur en bedrijfsinformatie architectuur. Continue schakelen en aanpassen van de wijze waarop de zaak door de hele organisatie gaat en zorgen dat de deze snel en kwalitatief wordt behandeld en geregistreerd. Naast het behandelen en registreren is het evenzo belangrijk dat er voortdurend wordt teruggekoppeld naar de klant.

Statusinformatie:
Statusinformatie is daarbij een adequaat middel Op die manier blijft de klant gedurende de hele afhandeling geïnformeerd. Dit geeft transparantie en bevorderd onrust in de communicatie. De grote uitdaging waar wij als gemeenten voor staan is om deze terugkoppeling van statusinformatie te genereren, zonder dat het steeds noodzakelijk is om daar bij na te denken. Dit lijkt een bijna onmogelijke opdracht, omdat gemeenten over een grote diversiteit aan applicaties beschikt, die eigenlijk niet of nauwelijks met elkaar gegevens uitwisselen. Ook al wil een gemeente gaan voor een geïntegreerde totaaloplossing blijkt het niet of nauwelijks mogelijk om dit automatisch te regelen. De crux zit hem met name is de “open standaarden”. Voor het automatisch uitwisselen is het noodzakelijk om koppelingen te leggen tussen de verschillende vakapplicaties. Denk daarbij aan de strategische applicaties, zoals die van de Sociale dienst, Omgevingsloket, Burgerzaken, Belastingen en vooral niet de vergeten het documentaire informatiesysteem.

Leverancier en klanten zien noodzaak tot samenwerking:
Op dit moment staat het gesternte gelukkig beter dan in het verleden en waait de wind vanuit de goede richting. Daar waar in het verleden leveranciers hun best deze om zich te onderscheiden van anderen en driftig aan het bouwen gingen van een “eigen” en “closed” applicatielandschap wordt het steeds duidelijker dat zij op die manier de plank volledig mis gaan slaan. Dit “buiten spel” gevoel en die “afhankelijkheid” gaat steeds meer wringen en leid ook op showstoppers bij aanbestedingen. De tij is dus wat dat betreft gekeerd en eigenlijk is iedereen er het wel over eens dat de applicaties “open” met elkaar moeten communiceren volgens Standaard Uitwisselings Formaten(STUF). Opzichzelf niets mis mee, maar Stuf bleek “stoffig” te zijn en iedereen kon er een eigen interpretatie aangeven. Daar waar de ene leverancier zich keurig aan de “volledige” Stuf beschrijving/inhoud van het aangeboden koppelvlak hield, gaf de andere leverancier er een andere inhoud aan. Het is immers lastig om al de aangeboden informatie binnen zo’n koppelvlak te onderhouden. Nu het blijkt dat leveranciers daar ZELF ook veel last van ondervinden is de tijd eindelijk rijp om deze Stuf koppelvlakken eindelijk een te certificeren.


compabiliteitslijst Stuf koppelvlakken:

Wat zou het toch mooi zijn als je als klant gewoon kunt zien welke leveranciers gecertificeerde koppelvlakken hebben, die naadloos op elkaar aansluiten. Maar anderzijds. Wat zou het toch mooi zijn als leveranciers hetzelfde kunnen zien. In de praktijk blijkt dat het één groot drama is om een eenvoudig koppelvlak werkend te krijgen, omdat leveranciers “hun” koppelvlak gewoon op een eigen manier invullen en “onderhouden”. Op het moment dat de leverancier het nodig vind om het geboden koppelvlak aan te passen voor het eigen applicatie landschap vallen de aangesloten applicaties van “derden” vaak gewoon om en is er weer veel spanning en druk op de ketel om alsnog de informatiestroom weer op gang te krijgen.
Dit kan gewoon niet langer meer en mag niet worden getollereerd. Ons klantproces en het gemeenschapsgeld wordt op deze manier onnodig verspilt Het kost dan ook vaak bakken met geld (moet immers snel worden opgelost dus extra vaak onvoorziene kosten) en ergenis van klanten en gemeenten, om de zaak weer in de lucht te krijgen.

KING (KwaliteitsInstituut Nederlandse Gemeenten)
Gelukkig keert het tij en heeft KING deze koppel problematiek opgepakt. Dit onafhankelijke instituut is gestart om samen met gemeenten en leveranciers in de praktijk te werken aan deze koppelvlakken, met als doel om te komen tot een gecertificeerde reeks aan koppelingen voor binnen de gemeentelijke bedrijfsinformatiearchitectuur gebruikte en benodigde koppelingen. Door samen met diverse gemeenten, die deels dezelfde, maar ook vaak verschillende applicaties gebruiken voor hun bedrijfsproces en in nauwe samenwerking met de verschillende leveranciers, wordt gewerkt aan “open standaard” koppelvlakken. Tijdens deze praktijktest wordt parallel “testsoftware” ontwikkeld, die het mogelijk maakt om de koppelvlakken in de praktijk te testen, opdat deze ook volledig conform de specificatie wordt gebouwd en opgeleverd. Pas wanneer het door de leverancier aangeboden koppelvlak aan de STUF certificering voldoet kan deze zijn naam toevoegen aan de compabiliteitslijst.

Koppelvlakken tussen de midoffice en documentmanagement systemen:
De grootste bottleneck blijkt op dit moment te zitten tussen de aansluiting van de diverse Midoffice toepassingen en de Document Management Systemen. Juist dit koppelvlak is crusiaal voor het klantproces. Wat zijn immers gegevens zonder de daarbij behorende documenten .

Gelukkig zien vrijwel alle leveranciers in dat zij elkaar nodig hebben in deze. Het bouwen van een compleet archivering, postregistratie en document management systeem is nu eenmaal een specialisme apart, wat vaak bij leveranciers als enige procesapplicatie wordt doorontwikkeld. Op dat vlak hebben alle leveranciers elkaar hard nodig en zijn “standaard koppelvlakken” een must.

WABO en OLO
Helaas worden wij als gemeenten en leveranciers ongelukkig van de ontwikkelingen die vanuit de “rijksoverheid” goedbedoeld worden opgelegd. Met de ingebruikname van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo) was het loffelijke streven om de vergunningverlening o.a. bij gemeenten drastisch te verbeteren door dit centraal op te pakken. Wij als gemeenten juichten dit natuurlijk toe, omdat het vrijwel onmogelijk was voor “alle” gemeenten om dit op een dusdanige manier te structureren dat onze klanten daar gelukkig van werden. Helaas blijkt de visie en het project dat door de rijksoverheid werd opgeschreven tijdens het voorbereidingsproces naar de “life”invoering steeds minder uitvoerbaar. Tijdens het bouwen van de OLO kwam steeds meer vast te staan dat er teruggekomen moet worden op de ideaal beelden die waren ontstaan op te tekentafel van de bedenkers van de OLO. Erger nog. De uitvoerbaarheid blijkt totaal niet te stroken met de onderliggende wetgeving. Er werd een OLO en samengevoegd vergunningspakket gebouwd, waarbij totaal voorbij werd gegaan aan de Archiefwet, die verschillende vernietigingstermijnen voorschrijft voor de verschillende vergunningprocessen. Wat nog veel erger is dat het OLO totaal NIET aansluit bij de interne bedrijfsinformatiearchitectuur. Daar waar wij net onze bedrijfsprocessen intern op orde krijgen, blijkt dat wij dubbel moeten gaan boekhouden. Op het OLO onstaat het vergunningsproces naar onze klant en deze wordt vervolgens qua workflow en documentaire informatievoorziening binnen de gemeentelijke informatiearchitectuur weer ingeracht. Immers…. Ons KCC moet in staat zijn om via alle kanalen de juiste informatie te verstrekken. Zo is de praktijk bij gemeente Woerden dat het vergunningsproces opstart via het OLO, dat er handmatig binnen onze bedrijfsapplicaties BWT4all, het zakenmagazijn van Emaxx en ons Document Managementsysteem Corsa een zaak wordt aangemaakt.

Onwerkbare situaties door meerdere zaaknummers voor één zaak door onsamenhangende applicaties:
Door deze werkwijze is het vrijwel onmogelijk om deze vier systemen aan elkaar gekoppeld te krijgen. Onze klant krijgt immers een zaaknummer vanuit het OLO, intern wordt de workflow opgestart binnen het BWT4all proces, met daarbij een zaaknummer, uiteraard moet ook het DMS Corsa parallel meelopen(hier wordt immers uiteindelijk dossier van het totale vergunningverleningsproces gearchiveerd), dus OOK een zaaknummer en ja, onze klant heeft nog steeds de vrijheid tot kanaalkeuze en gaat zeker een keer informatie inwinnen via één van onze KCC kanalen, dus ook hier moet de “zaak” geregistreerd staan, met de daarbij behorende informatie, zoals “statussen” en “behandelaar”. VIER zaaknummers dus (OLO,BWT4ALL,Emaxxzakenmagazijn en Corsa DMS) die op één of andere manier moeten worden gecommuniceerd met “onze klant”. Voor de uitvoering bijna een onmogelijke zaak en veel frustraties m.b.t. de extra “kloppel werkzaamheden” (handmatig muteren in de verschillende systemen).
Frustraties bij de OLO implementatie:
Daar waar wij denken eindelijk de zaak op orde te krijgen wordt het ons vrijwel onmogelijk gemaakt om ons klantproces goed in te vullen. Het OmgevingsLoketOnline(OLO), dat door de overheid is ingericht sluit totaal niet aan bij de interne gemeentelijke processen, waardoor heel veel kostbare tijd verloren gaat door het afstemmen van de externe en interne processen hetgeen veel frustraties geeft. Deze manier van werken is totaal niet efficiënt en ondoordacht. 1 oktober 2010 ging jet OLO “life” en drie dagen voordat de OLO in bedrijf werd genomen werd nog even snel een nieuwe toepassing geïnstalleerd.
Het is toch niet te begrijpen dat er speciale voorlichtingssessies werden gegeven, waarbij gemeentelijke behandelaar meerdere scenario’s kregen voorgelegd hoe zij het vergunningverleningsproces af moesten handelen binnen hun eigen gemeente. “De keuze is aan U” was het advies met een mapje met scenario’s en peptalk en toytoy’s .

Read Full Post »

1 Algemeen

Terugkijkend op mijn ervaringen van de afgelopen 6 jaar kwam ik tot de conclusie dat er maar weinig systemen en software in de markt bestaand die de wensen van de fietsende (en wandelende) hobbyisten volledig invullen. Uiteraard zijn er perfecte navigatiesystemen te koop van fabrikanten als Garmin etc. Dit zijn dan ook specifiek voor het “open veld” ontwikkelde systemen die zondermeer in staat zijn om op een voortreffelijke wijze je al navigerend door het landschap te loodsen. Zelf begon ik in 2002 met zo’n echte Garmin E-map. Ik wilde echter meer. Mijn wens was een “universeel apparaat” die zowel in het dagelijks leven, in de auto als recreatief in het weekend te gebruiken is. En dat alles ok nog eens tegen een betaalbare prijs, zodat deze oplossing binnen “ieders” portemonnee past. Hier zit hem nu net de kneep. Je koopt dan GEEN “standalone” apparaat, maar komt al snel uit op een universele keuze als: een PDA, smartfone of mobiele telefoon. Deze drie werelden gaan steeds meer in elkaar over. Kleur, toutchscreen en besturingssystemen zijn (nagenoeg) open standaard en iedere softwarebouwer kan naar hartelust ontwikkelen. Nog leuker is als zij dit doen voor een betaalbare prijs en volgen een “super gebruikersvriendelijk” protocol. Om die reden schreef ik mijn ervaringen eens op in een soort programma van eisen, in de hoop dat de software ontwikkelaars van deze wereld er oren naar hebben en ook een voor fietsend en wandelend Nederland gaan ontwikkelen. Op dit moment vinden wij de TomToms’s, Navigon’s en Igo’s, Mio’s etc. van deze wereld al heel normaal. Ook bedrijven als VDO Dayton buigen hun markt om vanut de auto naar mobiele systemen. Helaas is het kaartmteriaal en de begeleiding nog steeds veel te veel afgestemd op de automobilist en “vallen” de B.wegen en de fietspaden door de vrije natuur nog steeds van de kaart.

Er bestaat dus een sterke vraag naar navigatiesystemen die ook werken buiten de wegen. Er is op dit moment een groeiende markt van navigatiesystemen die als uitgangspunt een passieve gebruiker van navigatie voorziet. De gebruiker hoeft alleen het vertrek en bestemmingspunt in te voeren en de navigatiesoftware berekent de route. Voorafgaande aan die routeberekening wordt de gebruiker nog in de gelegenheid gesteld om extra randvoorwaarden toe te voegen aan het reisplan zoals:

  • snelste en kortste route;
  • voetganger, fiets, auto;
  • Points Of Interest (POI’s)
  • tussenstops(via)
  • vastleggen van nieuwe- en inlezen van bestaande routes;

De software berekent hierna volledig automatisch de route, zonder dat de gebruiker hier verder nog invloed op heeft. Standaard gaat de genoemde software uit van gemotoriseerd verkeer, waardoor bij voorkeur gebruik wordt gemaakt van auto(snel)wegen. Onverharde wegen worden hierdoor bij voorbaat uitgesloten als mogelijkheden tenzij je de software dusdanig voorinstalleert dat de snelheden tot minimale waarden worden teruggebracht. Zo “denkt”de software dat het om een “niet” gemotoriseerde gebruiker gaat, waardoor deze automatisch de auto(snel)wegen vermijdt bij de berekening van het te volgen reisplan.

Tot op heden blijken al deze navigatie systemen, zoals de Tomtom’s, Navigon’s, Medion’s etc. niet is staat om de meer eisende gebruiker van dienst te zijn als deze buiten de autowegen wil navigeren. Deze recreatieve gebruikers moeten naast hun autonavigatiesysteem uitwijken naar een extra GPS navigatiesysteem van producenten als: Magellan en Garmin. Daar komt nog bij dat de bestaande “auto georiënteerde” navigatiesystemen vaak niet geschikt zijn om in combinatie met een fiets te gebruiken. De apparatuur kan gewoon niet blootgesteld worden aan bizarre weersomstandigheden en is vaak niet bestand tegen schokken.

Wat de recreatieve GPS navigatiegebruiker zoekt is eigenlijk een klein en handzaam navigatiesysteem dat op eenvoudige manier te (de)monteren is op de fiets en eventueel in de auto. Deze recreant wil GPS tochten in kunnen lezen of zelf vast kunnen leggen,

midden in de natuur, ver weg van de bewoonde wereld zonder dat hij/zij bordjes hoeft te volgen die de weg wijzen.

2 Doelgroep

Met de wetenschap van bovenstaande uitkomst kan worden gesteld dat er een grote groep van potentiële navigerende recreanten bestaat die nog niet kunnen beschikken over de juiste navigatie apparatuur en software. Op dit moment kan worden gesteld dat er wel navigatie systemen beschikbar zijn voor “outdoor recreëren” maar dat de gebruiker dan vaak uit moet wijken naar “speciale navigatieapparatuur” waarbij een gezonde dosis van kennis vereist is. Ook lokt de prijsstelling vaak deze doelgroep niet tot aanschaf, omdat deze navigatie apparatuur vaak prijzig is. De tijd is dus rijp om op zoek te gaan naar een eenvoudig alternatief waarbij de wereld die GPS navigatie heet opengaat voor iedereen. Jong en oud moet zich kunnen vinden in een simpel apparaat met weinig toetsers en bellen, waarbij het uitwisselen van informatie, zoals gereden bijv. via internet beschikbaar gestelde fiets en wandel routes op simpele wijze ingelezen kan worden. Na het aanzetten van het GPS recreatie navigatiesysteem, moet de gebruiker op eenvoudige wijze een keuze kunnen maken uit de beschikbare routes. Vervolgens moet het GPS recreatie navigatie systeem de gebruiker, vanuit welke plaats dan ook, automatisch naar het dichts bijzijnde startpunt loodsen. Op de plaats aangekomen hoeft de gebruiker alleen nog maar de aanwijzingen, gesproken of via het display, te volgen om de route uit te rijden.

3 Software

De software zal in eerste instantie uit moeten gaan van een passief gebruik van navigatiemogelijkheden en de eenvoud van bediening moet daarbij “centraal” staan.

Passief wil in deze zeggen dat de gebruiker bepaald welke route hij of zij gaat volgen en niet de software. Uitgangspunt moet zijn dat de gebruiker zelf kan bepalen welk weggetje deze uitstippelt over de heide, zonder dat de navigatie software probeert een “bekende” weg te zoeken. Deze “automatische, magnetische” mogelijkheid moet aan en uit gezet kunnen worden opdat de gebruiker in geval van nood wel terug gebracht kan worden naar “bekende locaties”.

Zo is de “kortste weg” terug naar het startpunt een absolute must om af te kunnen wijken van de vooringestelde route. Zo kan de gebruiker in geval van een noodsituatie binnen “no time” terug keren naar bijv. de auto zonder dat deze verdwaald.

3.1 Waar zal de software aan moeten voldoen:

  • eenvoudige menustructuur;
  • eenvoudig instellen van plaats auto (vertrekpunt);
  • aanduiding met behulp van pijlen en kaartweergave met realistische beelden van knooppunten of
  • navigatie via pijlen en/of gesproken tekst;
  • eenvoudige mogelijkheid tot invoeren achteraf van route wijziging dmv bijv. sneltoetsen en woordaanvulling.
  • veel mogelijkheden voor het instellen van persoonlijke voorkeur (bijv. 3-D weergave, snelheidsweergave, kompas, hoogte enz.).
  • routeplanning met mogelijkheid voor onbeperkt aantal tussenstops.
  • mogelijkheid tot zelf samenstellen van toeristische routes;
  • routes op kunnen slaan her(haald )gebruik.
  • exacte positiebepaling om bij afwijken van uitgestippelde route automatisch weer terug te keren op de oorspronkelijke route;
  • tussentijdse afstand/tijd berekening geschatte aankomst.
  • mogelijkheid tot weergave POI (Points Of Interest)
  • opslag en inlezen van Open standaard formaten zoals: XML, ASCI, WGS-84, Grauβ-Krűger.
  • directe ondersteuning voor het downloaden van waypoints en events voor de meest gangbare GPS-ontvangers
  • simulatiescherm voor het geven van het beeld dat zichtbaar zal zijn na het uploaden van de waypoints en de events
  • het markeren van speciale plaatsen op de kaart en deze vervolgens voorzien van commentaar.
  • het aanmaken van eigen tracks en deze vervolgens uploaden naar de ontvanger
  • beschikbaar voor zowel PDA, smartphone als laptop;
  • nederlands gesproken routebegeleiding;

4 Hardware

De behuizing van het GPS recreatie navigatiesysteem zal zo klein mogelijk moeten zijn, opdat deze op eenvoudige manier op een stuur van een (brom)fiets kan worden gemonteerd of in de hand kan worden meegenomen tijdens een wandeling.

4.1 De volgende criteria zijn van belang:

  • (spat)water dicht;
  • goed bereikbare knoppen die eenvoudige bediening toelaat;
  • stevige behuizing;
  • goed zichtbaar display (ook bij sterk zonlicht);
  • mogelijkheid tot achtergrondverlichting;
  • SD slot of andere opslag mogelijkheid;
  • externe communicatie poort t.b.v. uitwisseling met computer;
  • snelsluiting t.b.v. op en afnemen van de behuizing vanaf een fietsstuur;
  • instelbaar volume voor luidspreker;
  • verwisselbare, duurzame oplaadbare accu c.q. batterij;
  • standaard diverse bevestigingsaccessoires voor zowel motor-, brom-, snor-, race-, tour- c.q standaard fiets en uiteraard voor in de auto.

Read Full Post »

Naast de navigatie op mijn fiets heb ik er ook een sport van gemaakt om in mijn nieuw aangeschafte Lexus IS 250 op zoek te gaan naar een “Lexus exotische” Navigatieoplossing. Lexus Nederland leverde voor mij nieuwe aanwinst alleen een optie pakket. Een optie pakket is opzichzelf niet verkeerd, maar wel als je diep in je buidel moet tasten. Bij Lexus moest je helaas ruim € 5000,- meer neertellen om in je auto te kunnen navigeren.
Helaas kon bruin dat niet trekken.
Een TomTom op de voorruit was geen optie voor mij en gaten boren in het nieuwe dashboard nog minder. Dus was er weer een creatieve uitdaging.

De zoektocht bracht mij bij de VDO oplossing. Een professioneel navigatiesysteem, dat standaard vaak alleen te vinden is in Duitse automerken.
Ik besloot marktplaats af te speuren en vond eerst een PC5500. Na enige ervaring ZONDER TMS besloot ik verder te zoeken en vond de VDO PC 5700 PRO. Grafisch niet de Tomtom, Navigon of Igo, maar verder OK!.


File informatie, Flitsinfo en POI’s werken als de beste en mijn hele gezin kan met dit hoogstandje van bedieningsgemak omgaan.

Nu nog het boor en voorruit “plak” probleem oplossen. Ik ging op zoek op internet en vond vele oplossingen via een externe spiegelmonitor. Had echter wel een VDO monitor interface nodig om mijn externe monitor te verwezelijken.

Via marktplaats en de VDO navigatie site “www.navigatiehelpsite.nl” vond ik de oplossing. De Conexx IF-5500 (www.conexx.de) vulde mijn missende schakel passend in. Deze interface vervulde de rol als intermediair tussen de VDO PC5700PRO en een externe spiegel monitor met standaard composite (cinch) ingang perfect en maakte het plaatje compleet.

Via Ebay slaagde ik er in om probleemloos aan diverse samples te komen. In mijn nieuwe Lexus heb ik een mooie spiegel gemonteerd met een 5,2″ TFT die tevens is voorzien van een tweede AV kanaal t.b.v. mijn achteruitrij camera. In de spiegel is tevens een superkwaliteit BT handsfree voorziening aanwezig, die probleemloos connect met verschillende telefoons. Het belangrijkste is natuurlijk het beeld. De beeldkwaliteit is gewoon top en super rustig. In mijn dashboardkastje heb ik de PC5700PRO gebouwd. De rest is kinderspel 1 enkele kabel gaat naar de composite uitgang van de Connexx IF5500 met een superstrak beeld als gevolg. Niks mis mee en tegen een super betaalbare prijs nl: De spiegel kost niet meer dan een kale parrot handsfree set.
Nog geen 100 euro. Helaas wel eigen import, dus niet te koop in de winkel om de hoek. 3 knoppen op de spiegel verzorgen de totale telefoonbediening. Netjes bovenop de spiegel is de bediening t.b.v. aan en uit, kanaalselectie, volume, contrast, Tint en kleur. De spiegel heeft een geheugen en komt altijd terug in de laatste stand. Dus ik hoef alleen maar even OK in te drukken via de AB op mijn stuur om netjes de VDO op te starten. De spiegel, spiegelt verder zoals het hoort en heeft antiverblinden glas. Het display is mooi groot. Iedereen die in mij auto stapt gaat er standaard vanuit dat het navigatiesysteem af fabriek is geleverd. De afmetingen zijn net zo groot als mijn standaard Lexus spiegel en wordt er gewoon overheen geklikt. Al met al een prima vervanger voor de dure MM2100, die een prijskaartje van € 420,- kent en slechts een schermpje van 4,2″ levert.

1: Eerst importeerde ik een 5,3″ dashboard spiegel. Geen schroeven, maar toch geen succes. Beeldkwaliteit was top.
2: Hierna een 4,2″ Pyle. Deze had inderdaad een trillend schermpje en zag er niet uit. Ik stuurde deze terug naar USA en vernam dat de leverancier failliet was gegaan.
3: Vervolgens een 7″ BT spiegel. Perfect beel, maar bleek na twee maanden gebruik toch wel aan de grote kant. Ontnam teveel zicht.
4: Als laatste de bovengenoemde 5,3″. Deze is top, Mooi beeld, goede instelmogelijkheden en een mooie uitstraling.

5: Ik heb nu nog een 4,2″ spiegel in de pipeline. Heb hoge verwachtingen, omdat deze ook een BT installatie aan board heeft met nummerweergave en twee AV kanalen. Het mooiste is dat deze de standaard spiegel geheel vervangt en universeel in vele auto’s pas.

Als er prijs op wordt gesteld kom ik op deze ervaringen terug.

Uiteraard heb ik de foto’s bijgevoegd.

Read Full Post »

Older Posts »