Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Uncategorized’ Category

Het is al weer even geleden dat ik een artikel plaatste op mijn wegsite. Het laatste artikel was het Woww!!! moment over mijn aangeschafte Lexus IS300h.  Wij hebben werkelijk genoten van deze Lexus, maar toch kwam er een moment dat ik viel voor een mooie, elektrische Ioniq. Na drie Lexussen t.w. de IS250(nieuw in 2007), (even een Prius…..2011) CT200h 2012 en daarna de IS300h 2014-2017 kwam de Ioniq EV bij toeval als jong gebruikt op mijn pad.

Ik ben dus inmiddels vanaf februari dit jaar de trotse en zeer tevreden bezitter van een Hyundai Ioniq Premium EV. Ik kocht deze toen hij 10 weken jong was en net 10.000 op de teller had staan.. De vorige eigenaar, waarschijnlijk een vertegenwoordiger, had zich kennelijk verkeken op het aantal keren dat hij aan de stekker moest staan

IMG_1194

Voldoet het “openbare stekker netwerk” wel aan de (toekomstige) vraag ?

De actieradius die ik in februari klokte was ongeveer 170 km. Het eerste wat ik in de eerste week, na aankoop al aanschafte, was een eigen laadstation van 4,7 kw. Ik wilde natuurlijk niet verrast worden door steeds onderweg zenuwachtig op mijn dashboard te kijken hoeveel kilometer ik nog kon rijden voordat ik aan de paal, of erger nog, lang de weg stil kwam te staan. Ook de gedachte dat je niet zomaar bij elk benzinestation ff terecht kan om een paar litertjes te tanken, was toch even wennen voor mij en mijn vrouw.  Uiteraard werd het een uitdaging om zoveel mogelijk aan de  eigen stekker te hangen. Maar al snel kwamen wij erachter dat er een enorm netwerk met palen beschikbaar is en dat Fastned ook een uitkomst is om deze angst weg te nemen.

IMG_1198Alleen vraag ik mij wel af of dit netwerk ons allemaal kan gaan bedienen in de toekomst als iedereen elektrisch gaat rijden. Helaas zagen wij nu al regelmatig “openbare stekker plekken” bezet gehouden worden door meestal PHEV’s.  Dat is niet lekker als je snel ergens wil zijn en sterker nog, ook weer weg wilt rijden.

IMG_4658

waarom afscheid van mijn  mooie, luxe en superfijn rijdende Lexus ?

Het antwoord was simpel. In eerste instantie gewoon een rekensom. Ons doel is om zoveel mogelijk de onkosten te drukken. Wij willen namelijk in 2018 vervroeg met pensioen. Ik stopte alle onkosten van de Lexus en de “verwachte” gebruikerskosten van de Ioniq EV in een Excelletje.

Wat schetste mijn verbazing !!!!

Het verschil tussen de Lexus en de Ioniq EV bleek een “besparing” van € 250,- = €3000,- per maand/jaar op te leveren.  Dat is niet niks.  Dit werd direct een lekker spaarpotje voor de aanschaf van een eventueel toekomstige nieuwere elektrische auto !!!

Gebruikskosten Ioniq na 8000 km.

Wij hebben de Ioniq slecht 5 keer aan een “vreemde” laadpaal gehad, gewoon omdat wij grotere ritten maakten.(meer dan 170 km). Voor de rest hing de Ioniq EV gewoon aan onze eigen stekker, met daarachter een verbruiksmeter.

Deze meter laat nu na ruim 8000 km € 210,- aan verbruikte energiekosten zien (tarief 0,18 cent p/kwh). Dat voelt dus zeker niet verkeerd.

Daarnaast de houderschapsbelasting(wegenbelasting). Deze is € 0,- 

Enja, dan natuurlijk de 15.000 km beurt. Dat was ook een onkostendrukker. De Ioniq heeft met zijn elektromotor natuurlijk nauwelijks vloeistoffen.

Mijn eerste beurt was dan ook maar € 72,64. Dit was dan ook direct mijn voordeligste beurt ook !!!!

verbruik en actieradius

Ja, dat zijn nu volgens mij twee van de meest besproken discussiepunten. Mijn eigen ervaringen begonnen op 13 februari 2017 met nog sneeuw op de weg.  Bij een volle accu gaf mijn display 169km actieradius weer.  Het fijne van deze accurate aanduiding is dat dit dan ook in de praktijk gewoon klopt. Ik haalde meestal omgerekend 15/20 km meer door de regeneratie (standje 3). Naarmate het warmer werd(boven de 10 graden) klokte ik steeds meer actieradius na een lading. Nu…september… 17-20 C staat er regelmatig 215 km op de klok. Het meest zuinig ervaar ik de Ioniq bij korte ritjes in de stad. Elke korte afstand klokt met gemak 8km/1kwh. langere ritten gemiddeld 7.6 km/1kwh. Gemiddeld kom ik dus uit op € 0.02 per gereden km !!!!!

Comfort, luxe en uitrusting. 

Mijn review van de Lexus IS300h begon met Woww!!! V.w.b. de Ioniq Premium EV kan ik alleen maar zeggen, dat ik zeer aangenaam verrast was. Ik kwam uit de stilte en luxe van een special edition Lexus IS300h en had mij al ingesteld op het gegeven dat ik iets moest in gaan leveren op alles waar Lexus voor staat.

Maarrrr….Niets van dat en gewoon chapot. Alles zit er op en er aan. Nu heb ik natuurlijk wel een Premium uitvoering, want de standaard EV, waar ik eerst proef in had gereden, stelde mij teleur. Maar deze Ioniq EV is niets mis mee. Sterker nog. Wij waren beiden verwent, maar moeten na acht maanden Ioniq bekennen dat wij gewoon helemaal in onze nopjes zijn. De Ioniq is stil, pittig, mooi vormgegeven(na een aantal upgrades, zoals de extra optie “Blackpack voor en achter”  en nog een aantal extra’s.

Dan de slimme hulpjes, zoals adaptive cruise controle, active lane assist(stuurt zelf mee)  met prima radar t.b.v. afstand controle, rondom sensoren, die je steeds alert houden in je dode hoeken etc, prima DAB systeem, achteruitrijd camera, fijne navigatie, elektrisch schuifdag, verwarmde stoelen voor en achter, bestuurderstoet volledig elektrische met twee geheugen functies, draadloos laden van mijn telefoons(kleine aanpassing iPhones)  enz. enz.  Het enige irritante snufje is de VESS optie. Dit systeem waarschuwt voetgangers bij stapvoets rijden. Wat een “fake” oplossing is dit. Gelukkig kun je hem uitzetten met een knop op het dashboard(niet permanent).  Kortom, een diepe buiging voor de prestaties van Hyundai binnen dit segment en prijsklasse.

klein, maar niet onbelangrijk minpuntje.

Er is nog steeds geen trekhaak tbc een fietsendrager voor de Ioniq EV. Dit ervaar ik echt als een groot gemis. Tot op heden hadden alle hybride auto’s een voorziening. Bij de Hyundai Ioniq Hybrid wordt gewoon een Stella fiets aangeboden en kan gewoon een Brink trekhaak gemonteerd worden.

Trekhaakbouwers…..Kom met een oplossing. !!!!

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Read Full Post »

Het artikel volgt

Read Full Post »

Wat is er veel bereikt. Goed om te zien dat er toch zoveel initiatieven zijn. Er is dus duidelijk wel iets in beweging gekomen, de afgelopen jaren. Zelf neem ik al actief (vanaf 2002 OSOSS 1 en 2)deel aan dit veranderingsproces. Ga niet emotioneel doen, maar we gaan echt iets missen met het verdwijnen van het programma NOIV. Wat een actieve en gedreven enthousiatelingen. Stonden altijd met raad en daad bij en wisten mij in ieder geval te binden met andere voorlopers. Juist dit maakt het leuk. Niet zelf het wiel uitvinden, maar krachten en kennis bundelen. Voor mij zijn de laatste verdiende credits aan het adres van het team NOIV, die mij in verbinding brachten met de juiste mensen van KING. Mijn initiatief, de broodnodige “koningskoppeling”, had nooit gaan vliegen zonder de boost van NOIV en KING.

Vandaag stond ik samen met voorloper Bart Lindeboom hoofd I&A gemeente EDE en o.a. initiatiefnemer/geestelijke vader van Typo3gem. Samen deelden wij de vloer met onze passie voor mooie initiatieven m.b.t. Open Standaarden en Open Software. Juist nu worden er steeds meer toepassingen volwassen en kennen een echte stevige marketing en after sales.
Maar ja. “Open Standaarden”, vooral binnen koppelvlakspecificaties, blijven een aanhoudende zorg.

Neem nu de “koningskoppeling”. Deze koppeling, gebaseerd op de open standaarden Stuf 3.10 zaken en CMIS, wordt samen met vele grote en kleine leveranciers, gemeenten, samenwerkende organisaties als Dimpact etc. onder strakke regie van KING ontwikkeld tot een stevige “STANDAARD”. De koningskoppeling kreeg van mij de naam om reden dat de opleverdatum t.b.v. een pilot was gesteld op koninginendag. Dat gecombineerd met KING en de vorstelijke samenwerking tussen gemeenten en leveranciers, maakt deze koppeling speciaal.

De doelstelling van het initiatief is dat deze koppeling de twee werelden van de zaaksystemen binnen een midofficeproces en een Document Management Systeem, met elkaar gaan verbinden op basis van webservices, ongeacht welk product en van welke leverancier. KING pakt hierin de regie en bouwt parallel een toetsinstrument dat het mogelijk maakt om de werking van zowel zaaksystemen als DMS te testen op een juiste werking conform de gestelde specificaties. De pilot tot het bouwen op basis van specificaties is inmiddels gestart. In het eerste kwartaal 2012, hopen wij de eerste fase mbt het in gebruiknemen van de koppeling, af te ronden. Ook dit zou een mooie doorbraak kunnen zijn die qua aanpak vraagt “om meer”.
Gelukkig kan een hybride omgeving een plezierige “lock in” geven die iedereen doet bewegen naar een standaard. Een goede, vastgestelde standaard kan veel ergenis voorkomen en bakken van geld en tijd opleveren. Zeker in de steeds verder uitgroeiende wereld die vraagt om steeds meer koppelvlakken. Interoperabiliteits problemen kunnen door deze aanpak zeker worden voorkomen. Laten wij, overheid(klant) en leveranciers vooral gezamenlijk voorbeeld nemen aan dit mooie proces.

Een laatste verslag via het NOIV door:

Hans Harskamp
senior specialist/teammanager ICT
Gemeente Woerden

Read Full Post »

De twee Batavus Jakima Lohas electrics

Ruim een jaar geleden had ik het helemaal gehad met het gesjouw van mijn Sparta ION fietsen. Elk weekend tilde ik mij een breuk aan de twee ION’s om deze met accu’s en al achter op mijn fietsendrager te zetten. Dat moet en kan anders. Realiseer je bij het lezen van dit artikel wel, dat er weinig keuze was op het gebied van elektrische fietsen in de bestaande markt. Daar kwam bij dat de fietsen die er waren een vermogen kostte en dat de goedkopere exemplaren “ niet om aan te zien waren”  of  een actieradius van lik mijn vestje hadden.

De goedkopere fietsen waren dan ook vaak echt stadsfietsen met een actieradius die aansloot bij het boodschappen lijstje. Voor mijn wensen schoot dit dus zeker tekort en ik was op zoek naar een betaalbare vervanging van mijn bestaande Sparta ION’s waar ik in juni 2006  € 1950,-, inclusief extra range extender, per  stuk voor betaalde.

Na de nodige kilometers en ervaring met deze Sparta ION’s vonden zij een weg, via marktplaats,  naar twee nieuwe eigenaren. De fietsen brachten na drie jaar trouwe dienst € 900,- stuk op(inclusief range extender en dat was direct het startkapitaal voor mijn nieuwe project.

Maart 2009 kocht ik via marktplaats een Batavus Jakima dames en herenfiets met 21 versnellingen. De fietsen kosten mij samen € 950,- en verkeerden in prima staat.


Met deze twee fietsen als uitgangspunt was mijn nieuwe projectje een feit. Ik speurde eerst in Nederland alle mogelijke websites af op zoek naar ombouwpakketten. Mijn idee was om deze twee fietsen om te bouwen tot volwaardige elektrische fietsen, met als doelstelling om de “standaard” Batavus Jakima nauwelijks in gewicht toe te laten nemen en toch de mogelijkheid te creëren om volwaardig te kunnen fietsen met een duwtje in de rug.

Het ombouwpakket moest aan de volgende voorwaarden voldoen. De motor mocht GEEN weerstand hebben bij normaal fietsgebruik. De remmen moesten de hogere snelheid en het gewicht aankunnen. De accu’s moesten uitneembaar en verwisselbaar zijn met een hoge actieradius. Dat laatste werd als snel een lastige, omdat de ION accu’s in 2009 nog zeer beperkt waren in Amperage en  ook nog behoorlijk aan de prijs en gewicht waren.

In Nederland ging het hem niet worden. De ombouwsets op de markt waren op één hand te tellen en een accu kostte als snel ruim € 500,- stuk. De rekensom leerde al snel dat ik dan alleen al € 1000,- per fiets aan accu’s in moest kopen om te voldoen aan mijn gestelde actieradius van minimaal 80 kilometer bij volledige ondersteuning (standje 3).

De twee fietsen met schijfremmen en motoren

Als servende over het web kwam ik uit bij een grote elektrische fiets en scooter fabriek in China.  Na vele mailtjes over en weer (ik zat immers boordevol met vragen en had bepaald niet de ervaring met de producten vanuit China) viel de keuze op twee ombouwset bestaande uit twee 28” voorwielen met schijfremmen en 36V kleine motoren, twee fietscomputers, controllers bagagedragers, acculaders en 4x 36V/12Ah LIPO accu’s.  Dit geheel kocht en importeerde ik voor US 1350,- .   Omgerekend, twee ombouwsets, nieuwe extra onderdelen,  invoerrechten etc. was ik uiteindelijk € 2550,- kwijt voor twee fietsen.

In oktober 2009(een half jaar later na verkoop ION’s) kon mijn projectje pas echt van start gaan, omdat toen pas alles geleverd werd. De Chinezen hadden in die tijd te kampen met de bekende Tsunamy, waardoor het transport vertraging opliep.  Dat mocht de pret niet drukken, want alles kwam keurig volgens afspraak binnen. Allen bleken er toch een paar hobbels te nemen.

De 28” wielen pasten niet in de bestaande Batavus voorvorken. Deze miste de bevestiging voor de schijfremklauw. Ook was het voorwiel zwart, terwijl de originele wielen aluminium van kleur waren. Voor wat betreft de bekabeling moest ook hevig worden geëxperimenteerd.

De accu’s waren zo geconstrueerd, dat zij eigenlijk niet handig te verwisselen waren onderweg. De constructie was duidelijk bedoeld voor een “vaste” opstelling en de motorcontroller zat in de behuizing van de bagagedrager.  Ook de aansluitkabels waren daarop ingesteld.

Ik besloot twee nieuwe voorvorken en achterwielen te kopen. Ook de originele versnellingshandels moesten plaatsmaken voor de extra’s op het stuur. De af fabriek geleverde remhandels waren voorzien van veiligheidsschakelaars, die de elektromotor ontkoppelt bij plotselinge remacties. Om die reden werden andere versnellingshandels gemonteerd.

Nagenoeg alle gestripte onderdelen vonden hun weg naar nieuwe eigenaars via marktplaats.

Ik besloot de controller onder het frame te monteren in een bidon met houder. Dat was de beste plaats gezien de bevestiging van de extra trapondersteuning en was verre weg de mooiste manier om een vrijwel onzichtbare elektrische fiets te ontwerpen.


De ingesealde controller pas in Bidon


Voor wat betreft de uitwisselbaarheid van de accu’s maakte ik een constructie van hout, waarbij de stekker keurig in de accu paste bij een accuwissel. Nu ruim anderhalf jaar verder lijkt deze oplossing geslaagd en hebben er al vele wissels plaatsgevonden.

De aansluiting van de accu

Helaas lieten de twee controllers en één van de computers het afweten. Gelukkig was de service goed voor elkaar en voor US 160,- werden de spullen toegezonden. Uiteraard had ik garantie, maar dan moest ik net zoveel kosten maken om de oude spullen retour te zenden. Ik koos dus voor nieuw.

Uiteindelijk was alles dik voor elkaar en hebben wij al ruim 2000 km afgelegd met de omgebouwde fietsen. De ervaring leert dat wij probleemloos 45 kilometer fietsen met 1 hele acculading in standje 2. Met 1 moet het mogelijk zijn om zeker 80 kilometer te halen. Verdubbel dit en 160 km is dan het eindresultaat. Bij volledige ondersteuning(standje 3) en een snelheid van gemiddeld 27 kilometer per uur gaat een accu probleemloos 35 km mee. En met tegenwind en bergje op en af zit het meer dan goed.   Wij merken dat die Chinese input zoveel power biedt dat wij menig fiets voorbij spurten, op momenten dat de ondersteuning meer dan gewenst is.

En ja,  heb je ff geen zin in een ondersteunde fiets, dan laat je gewoon je accu van 5 kg thuis.

En met het tillen van die fietsen zit het meer dan goed. De Batavus Jakima wegen inclusief motor en toebehoren 23 kg per stuk.

De uiteindelijke ombouwkosten inclusief fiets kwamen uit op € 1300,- per stuk. Hierin zat natuurlijk ook de kostprijs van de extra accu verwerkt. Op dit moment is er veel meer keuze in ombouwsets en zijn deze nog betaalbaar ook. Je hoeft ze ook niet meer vanuit China te importeren, omdat deze al gewoon via internet, met garantie, leverbaar zijn via Europese bedrijven tegen betaalbare prijzen. Gelukkig is er ook een groot aanbod voor klant en klaar betaalbare fietsen. Het ombouwen was voor mij zeker in 2009 een goede keuze qua prijs/prestatieverhouding. Of ik het nu weer zou doen, met de keuze van betaalbare elektrische fietsen, blijft voor u de vraag en voor mij een weet. Het blijft een avontuur.

Read Full Post »

    Het Nut en noodzaak van programma’s als NOIV en KING

Ruim een jaar geleden verscheen het laatste artikel waarin de ontwikkelingen tot dusver en de toekomstige verwachte toepassingen van open source en open standaarden binnen de gemeentelijke architectuur werden beschreven. Nu, ruim een jaar later, na het invullen van de NOIV monitor, werden wij positief verrast door de uitslag die ons de eerste plaats toekende in de klasse 10.000-50.000 inwoners en ons bovenaan de rankinglijst plaatste als voorhoede gemeenten. Het is natuurlijk goed om een bevestiging te krijgen van de wijze waarop binnen onze gemeente wordt omgegaan met het toepassen van open source en open standaarden. Toch ervaren wij dit niet als een doel op zich, maar geeft het je simpelweg de vrijheid in keuzes bij de aanschaf van toepassingen. Wat vaak onderschat wordt is dat het je ook wel dwingt om voor bepaalde oplossingen te kiezen, simpelweg omdat er in het verleden keuzes zijn gemaakt, waar de gehele bedrijfsinformatiearchitectuur op is door ontwikkeld. Zo heeft Woerden in 1998 als een keuze gemaakt om de toepassing van open source producten een serieuze kans te geven. Mede ingegeven door het feit dat Microsoft met de Software Assurance problematiek kwam, gaf het ons de drive om verder te kijken. In 2002 werd pas echt afscheid genomen van de Active Directory(AD) van Microsoft en deed Open Ldap haar intrede. In combinatie met Samba werd flink door ontwikkeld in scripts en het gebruikersbeheer kreeg een totaal nieuwe aanpak. Vanaf dat moment werd ook onze toekomst min of meer bepaald, omdat de Microsoft ontwikkelingen, met producten als SharePoint, BizTalk en de daarmee samenhangende AD, ons behoorlijk stuurde bij het maken van keuzes bij de inzet van nieuwe toepassingen.

    Ontwikkelingen vanuit Den Haag


Onze gemeente heeft al eerder de monitoren in de top aangevoerd, daar waar het ging om het toepassen van slimme ICT en informatievoorziening binnen de gemeentelijke bedrijfsinformatiearchitectuur.
Toch moest ik laatst ook weer veel herkenning vinden in een boek dan verscheen van de auteur Michiel Lauweret ”Met publiek Elan” die op voor mij heel herkenbare wijze de gemeentelijke organisatie en “diens adviseurs” verwoorde. Vaak geldt bij gemeentelijke organisaties dat “vreemde ogen dwingen” . Een externe adviseur heeft standaard meer ervaring en invalshoeken dan de interne specialist. Toch kun je dat in de meeste gevallen niet zomaar klakkeloos overnemen, omdat er vaak meer kennis in huis is dan vaak wordt aangenomen.

Iedereen heeft hier wel mee te maken, omdat de vele informatisering vraagstukken ons vaak ver boven de pet uit groeien. Is dit te wijten aan kennis en kunde zou je zeggen. Ik denk van niet. Wij als ICT professionals, in de breedste zin van het woord, weten vaak als geen ander hoe de wieken binnen de eigen organisatie draaien. Daarnaast spreek ik uit ervaring dat de ICT in 1994 een iets andere positie inneemt binnen de bedrijfsvoering als in 2011.

Waarom vraag je als gemeente dan toch af dat alles nog lang niet gaat zoals je dat in de gemeentelijke visie hebt uitgestippeld.
Waarom toch steeds die herkenning bij collega gemeenten, of het nu gaat om de vette 100.000 plussers als juist die kleine gemeente, dat die loodzware vraagstukken vanuit Den Haag zich steeds moeilijker laten vertalen in een goede, op de locale visie, missie, organisatie en bedrijfsvoering afgestemde blauwdruk. Programma’’s als Egem, KING, NOIV met instrumenten als Egem-I adviseurs met op gemeentelijke situatie toegespitste NUP trajecten geven zeker sturing en enige steun in de bedrijfsvoering. Ook hier geven vaak die “vreemde ogen die dwingen” net even dat duwtje in de rug om de zaak op de agenda te krijgen.

Deze NUP handvatten helpen bij de bewustwording van noodzakelijke vernieuwingen en geven richting aan de locale politiek en colleges B&W. Als bijkomend voordeel hebben de beoogde projecten een label gekregen binnen de gemeentelijke begrotingen en helpt het, afhankelijk van de financiële situatie, om de beoogde doelstellingen te verwezenlijken.
Toch lijkt het erop dat op dit moment het NUP fundament begint te bezwijken onder de bezuinigingswoede. De keuze tussen “personeel op straat” of het snijden in budgetten die nog niet zijn verzilverd en waar het uiteindelijke resultaat moeilijk in te schatten valt, is vrij snel gemaakt. Komt tijd komt raad kan een van de gekozen richtingen zijn.
Juist dan zit ons vakgebied behoorlijk met de gebakken peren, omdat de ontwikkelingen nu eenmaal vaak wettelijk worden doorgevoerd en er geen keuze vrijheid bestaat. De invoering van BAG stopt nu eenmaal niet bij het op orde brengen van de informatie. Ook de “verplichte” koppelingen tussen de verschillende applicaties (lees bijv. GBA) moeten worden doorgevoerd. Een koppeling tussen twee applicaties kost als snel € 15.000,- initieel en levert ook structureel een blijvende last op ion de ICT begroting. Vakapplicaties houden hier vaak geen rekening mee in hun budgetbegroting dus ICT is dan vaak de sluitpost die er toch maar voor moet gaan zorgen dat het gaat werken.

    Open standaarden:


Ging het in 1994 (het moment dat ik mijn ICT loopbaan begon in het gemeentelijk domein als netwerk/-systeembeheerder) om vraagstukken zoals, hoek krijg ik WP 5.1 goed uitgerold op de 30 pc’s binnen de organisatie dan gaan het nu in 2011 om vraagstukken zoals: Hoe krijg ik alle ICT systemen en software aan elkaar geknoopt opdat deze voldoende beveiligd kunnen worden ingezet binnen de bedrijfsvoering en op een dusdanige wijze is ingericht dat d.m.v. virtualisatie en storage voldoende performance wordt gehaald om alle 450 werkplekken goed te bedienen. Daarnaast moet je natuurlijk ook de invulling kunnen geven aan het koppelen van systemen en applicaties aan mid- en frontoffice systemen, zonder dat daarbij de informatie op straat komt te liggen. En ja, vergeet ook even niet de “wettelijk verplichte” nummers als audits, aanbestedingen, koppelingen naar landelijke voorzieningen en ketenpartners niet en zorg voor goede ontsluiting naar de kanalen van het KCC. En ja, er moet natuurlijk ook nog even iemand in de organisatie zijn die het overzicht houd over de samenhang (architectuur hard-/en software) gegevensbeheer, privacy enz. enz.

Dan reist al snel de vraag, waar vindt je zo’n duizendpoot, die met een helikopterview over de gehele organisatie zweeft, visie neerlegt voor toekomstige ontwikkelingen en op de juiste momenten adviezen schrijft die toekomst bestendig zijn en de financiële ontwikkelingen, vroegtijdig binnen de meerjaren begroting vastlegt om de financiële klappen op te vangen die de continue ICT ontwikkelingen met zich meebrengen. Deze duizendpoot moet dan ook het liefst van huis uit verstand hebben van de vakgebieden als politiek, inkopers en financieel consulenten. Om deze vakgebieden te kunnen doorgronden moet je eigenlijk letterlijk in de huid kunnen kruipen om duidelijk over te kunnen brengen dat je zonder geld en de juiste spullen alle wettelijke verplichtingen en gewenste(noodzakelijke) ontwikkelingen niet waar kunt maken. Ook deze “specialisten” hebben gelijk en vragen eigenlijk het onmogelijke om aan te geven wanneer je wat nodig hebt.

    Hypes

Maar goed. Als dit allemaal lukt heb je ook nog eens te maken met de politieke golfbeweging van nieuwe raad en colleges B&W, die ook steeds nieuwe ideeën inbrengen. Had je net je visie en projecten in gang gezet. Geïnvesteerd in een stabiel en robuuste ICT infrastructuur, wordt je geacht om het roer eens flink om te gooien en te kijken naar ICT architecturen als: software as a service (SaaS), platform as a service (PaaS), infrastructure as a service (IaaS) en wifi as a service (WaaS) in combinatie met het nieuwe werken, zaakgericht werken en digitaliseren van de oude, vertrouwde, papieren documenten/dossiers.

Deze hypes schieten als paddenstoelen uit de grond en gaan in veel gevallen ten koste van eerdere investeringen. Helaas weet je ook dat deze “nieuwe” ontwikkelingen eigenlijk “oude wijn in nieuwe zakken” is. Hadden wij al geen ERP systemen, SAP, SCC’s enz. Uiteraard wil ik de ontwikkelingen niet op voorhand veroordelen, maar er zijn gewoon meer wegen die naar Rome leiden en de klok tikt door. Er is dus geen tijd om te experimenteren, want gemeenten moeten gewoon leveren en zijn steeds vaker het eindstation van de overheid die rechtstreeks zaken doet met de burgers, instellingen en ketenpartners. Sta je niet stevig in je schoenen, heb je geen goed verhaal, vergeet het dan maar !!!
Toch ervaar ik de laatste jaren dat de winst op andere vlakken te halen is. Niet alleen winst in klinkende munt, maar ook wint in de bedrijfsprocessen en “niet frustraties”.
Nieuwe implementatie open source (gerelateerde) toepassingen 2010/2011:

    Zarafa:


De meest in het oog springende wijziging is de migratie van Lotus Domino naar Zarafa. Er is in eerste instantie gekozen om de webclient beschikbaar te stellen voor alle werkplekken. In de praktijk bleek echter al snel dat wij hier van terug moesten komen. Met name de secretariaat functies schoten tekort. Op die plaatsten werd dus gekozen voor best of bread, oftewel de inzet van de Outlook client bleek hier het beste op z’n plaats. Na twee maanden gebruik werd duidelijk dat er nog wel een aantal verbeteringen noodzakelijk waren om de Zarafa oplossing volledig naar tevredenheid binnen de organisatie te laten functioneren. Zarafa en de implementatiepartner gaven prima ondersteuning en alles wat snel opgelost kon worden werd dan ook gedaan.

    LPI certificering:


Naast de ondersteuning van de ontwikkelaars en implementatie partner bleek tevens de LPI certificering van onze Linux beheerders haar vruchten af te werpen. De LPI 3 certificering werd door 2 beheerders met succes afgerond met als bijkomend voordeel dat de opgedane kennis prima ingezet kon worden bij de reorganisatie van ons gehele ICT platform

Onze gemeente is per 1 januari 2011 gestart als geheel nieuwe, gekantelde, organisatie, waarbij 12 afdelingen bijna geheel werden ontrafeld en opnieuw werden samengesmolten tot 9 afdelingen, waarbij de kanteling naar het KCC (de klant) centraal stond. Zo werden twee nieuwe afdelingen Dienstverlening(KCC-vergunningverlening-Toezicht-Handhaving) en Informatievoorziening(Regiserende afdeling-basisregistraties-DIV-ICT-gegevens beheer) ingezet als partners in dienstverlening onze klant optimaal van dienst te kunnen zijn. Deze hele exercitie had nogal wat voeten in de aarde, maar liet in zeer korte tijd zien dat het toch mogelijk is om de verkokering van de organisatie te doorbreken en de OL2000 na ruim 12 jaar, eindelijk gestalte te geven. Door de kennis van scripting binnen het Linuxplatform werd het mogelijk om de gehele organisatie in zeer korte tijd vlekkeloos te migreren naar een totaal nieuwe organisatieopzet.

    OpenOffice vs MS Office 2000:

Eind 2010 begin 2011 werd door gemeente Woerden in nauwe samenwerking met Cor Nouws( eigenaar van “Nou&Off “) onderzoek gedaan naar de haalbaarheid van de gemeentebrede migratie van Microsoft Office 2000 naar OpenOffice.org. Tijdens het onderzoek rommelde het al iets in de markt m.b.t. de levensvatbaarheid van het “label” OpenOffice.org. Gelukkig werd al snel duidelijk dat de varianten, zoals LibreOffice en OpenOffice.org beiden gebruik maakten van dezelfde zes applicaties, die in beide gevallen Writer, Calc, Impress, Draw, Base en Math worden genoemd.
Binnen dit onderzoek werden alle, door gemeente Woerden gebruikte applicaties, geïnventariseerd en daar waar nodig getest op bruikbaarheid binnen de OpenOffice.org omgeving. Er werd tevens uitgebreid getest door middel van tooling, die het mogelijk maakte om binnen de bestaande documenten, spreadsheets etc. migratiehobbels te ontdekken.
Het eindresultaat leverde geen overkomelijke problemen en een migratie naar één van de “open” Office varianten stond niets in de weg. Wel werd het standpunt ingenomen dat bij problemen met bestaande toepassingen, zoals ingewikkelde Excel en Access bestanden, alsnog individueel uitgeweken kon worden naar een Microsoft Office variant.

    Migratie bestaande MSWord sjablonen naar Write:


Binnen het onderzoek werd tevens een pilot opgestart m.b.t. de migratie van de bestaande MS Word sjablonen naar de Write variant van OpenOffice.org. Er werd 3 maanden door twee applicatiebeheerders van GWS(sociale dienst) gewerkt aan het omzetten van bestaande Word sjablonen naar Write van OpenOffice.org. Ervaring leerde dat dit goed mogelijk was en de nieuwe MDU(Module DocumentUitvoer = vervanger van Doc4all) van Centric bleek het OpenOffice formaat te ondersteunen.

Naar verwachting zal in de 2e helft van 2011 worden overgestapt op één van de twee open Office varianten.

    xential documentcreatie:

Tijdens deze pilot werd tevens gekeken of het nieuwe, op basis van open source toepassingen ontwikkelde documentcreatiepakket “xential” ingezet kon worden als gemeentebreed documentcreatie voorziening. De nieuw ontwikkelde documentcreatie suite maakt het mogelijk om alle gebruikte e-sjablonen qua output, huisstijl en opslag, gecontroleerd en “centraal” te beheren en beheersen. Er werd opgeleid en de eerste “ bestaande Word sjablonen” zijn omgezet naar Write. Het voordeel van xential is dat het deze toepassing niet uitmaakt of je het einddocument naar Microsoft Office of Openoffice varianten wegschrijft. Het product is volledig “OPEN” en kan dus naar hartelust worden aangepast voor eigen organisatie.

    Implementatie Emaxx suite i.c.m. xential en Corsa:


Het aanpassen van software en de ICT infrastructuur als middels kan meehelpen aan het verwezelijken van de KCC gedachte. Gemeente Woerden liet eind 2009 haar keuze vallen op de totale Emaxx suite van Exxellence. Binnen deze suite zitten alle klantprocessen opgesloten en het “open karakter” maakt het mogelijk om met iedere andere, daarvoor openstaande, applicatie te koppellen. De interoperabiliteit gedachte is dus optimaal aanwezig zou je zeggen, dus wat staat ons verder nog in de weg naar het succes.

Helaas, niets is minder waar. Ook al willen de leveranciers. Individueel, het beste voor hun betalende klant, toch blijkt het in de praktijk in samenwerking niet te lukken. Het “bij elkaar in de keuken kijken” wordt tot op zekere hoogte toegestaan, maar een optimale samenwerking heeft nog wel wat voeten in de aarde. Ervaring leert dat leveranciers zich al snel verschuilen achter het feit dat zij immers gebruik maken van de “ open standaarden” zoals die van de Stuff familie. En juist hier zit hem de crux. De Stuff familie bestaat uit vele varianten en kan door iedere leverancier zelf worden ingevuld. Neem bijvoorbeeld Stuff 3.10 Zaken. Deze kent ruim 300 ingrediënten. Binnen de “eigen” software suite van de leverancier levert dit natuurlijk helemaal geen problemen op. De koppelvlak definities sluiten naadloos op elkaar aan en anders worden zij wel sluitend gemaakt. Bij het “ op elkaar” aansluiten van toepassingen van diverse leveranciers wordt het echter een stuk ingewikkelder. Op dat moment komt het aan op het uitwisselen van receptuur, dus komen de ingrediënten duidelijk op tafel.

    Open source en openstandaarden:


Juist hier blijkt in de praktijk veel minder moeite te bestaan tot samenwerking tussen “open” dan bij leveranciers met gesloten toepassingen. Het woordje “vendor lockin” heeft dan ineens betekenis en je bent geneigd om hier onbewust “veilige” keuzes te maken.
Helaas lukt dit nog niet in alle gevallen.

Zaakgericht werken Woerden = “standaard koppelvlak” tussen Zaaksysteem X DMS Y:
Na de implementatie van de Emaxx suite leek alles aardig op rolletjes te lopen.
De visie binnen de Woerdense bedrijfsinformatiearchitectuur was dat de GEMMA ZaakTypeCatalogus(ZTC 2.0) model stond voor het totale klantproces vanaf de intake via één van de kanalen tot aan het Documentmanagementsysteem toe(en vise versa). Naast de ZTC 2.0 werden tevens het DocumentStructuurPlan(DSP) en de Producten en Diensten Catalogus(PDC) geïntegreerd. Dit ideaalbeeld moest garant staan voor een optimale bedrijfsvoering, waarbij de éénmalige invoer en meervoudig gebruik gedachte centraal stond.
Toch bleek de uitvoering anders in elkaar te steken. Er was nog geen sprake van een “ standaard” koppelvlak, die het mogelijk maakte om een optimale uitwisseling van gegevens mogelijk te maken tussen onze Emaxx suite en ons DocumentManagementSysteem Corsa.
Zonder dit koppelvlak bleek het “zaakgericht werken” niet echt te gaan functioneren. Al informerend in het land werd al snel duidelijk dat erg veel gemeenten en leveranciers zaten te wachten op dit standaard koppelvlak.

    Een ritje naar Den Haag deed wonderen.


Het KwaliteitsInstituutNederlandseGemeente(KING) in persoon van Peter Klaver, gaf uitkomst.
KING had al het initiatief opgepakt om de benodigde specificaties verder uit te werken. Tijdens de bestuurstafel van het NOIV (met staatssecretaris van Heemskerk) was al duidelijk geworden dat dit gestandaardiseerde koppelvlak er moest komen. De doelstelling was om dit koppelvlak op inhoudelijke specificaties conform Stuff Zaken 3.10 uit te werken en parallel hieraan software te ontwikkelen die het mogelijk maakte om een juiste werking te kunnen testen. Er was al een expertgroep opgestart, maar vooralsnog was er geen concrete case.

    Doorbraak koppelvlak zaakgericht werken (standaard koppelvlak zaaksysteem-DMS)


De wens van gemeente Woerden, om te komen tot een conform “open standaarden” (liefst gecertificeerd) koppelvlak te komen om het zaakgericht werken optimaal te kunnen ondersteunen sloot naadloos aan bij het al gestarte initiatief van KING. Peter Klaver en Jan Brinkkemper boden hun expertise aan om gezamenlijk te komen tot een “werkende oplossing”. In november 2010 werden de participanten, t.w. leveranciers, gemeenten en andere instellingen, uitgenodigd voor de gezamenlijke “kick-off” in Woerden, om het initiatief handjes en voetjes te geven. Na een geslaagde opkomst werden nog twee vervolgsessies georganiseerd met als doel om medio juli 2011 de eerste blauwdruk van de “koningskoppeling” vast te stellen, zodat met de daadwerkelijke ontwikkeling van een werkende koppeling gestart kon worden. De doelstelling was om gezamenlijk te komen tot twee varianten, die zowel toepasbaar zijn voor kleine als grotere organisaties. Zowel gemeenten als leveranciers brachten expertise in om te komen tot een werkende totaaloplossing die voor elke leverancier, van zowel DMS als zaaksystemen gebouwd zal kunnen worden. De parallel hieraan gebouwde testsoftware moet het mogelijk gaan maken om de gebouwde koppeling tussen het Zaaksysteem van leverancier X en het DocumentManagementSysteem van leverancier Y op juiste werking en functionaliteiten te kunnen testen. Een certificering van een werkend koppelvlak zou het “kroontje” kunnen zijn van deze doorbraak , waarbij KING samen met de gemeenten en de leveranciers tot standaard afspraken komen.

    Lessons learned tot nu toe:

Ervaring leert dat het pas echt aan komt op standaardisatie en interoperabiliteit. Juist hier loopt het spaak. Neem het eenvoudige voorbeeld van de verplichting tot het gebruik van de BAG gegevens binnen de gemeentelijke systemen, zoals bijv. het GBA. Het meest ideale plaatste binnen je gemeentelijke bedrijfsinformatiearchitectuur zou een totale softwaresuite zijn, waar 1 leverancier verantwoordelijk is voor de interoperabiliteit van de TOTALE bedrijfsinformatiearchitectuur. Helaas moet hier de eerste leverancier nog opstaan die dit binnen het gemeentelijk domein GEHEEL voor rekening kan nemen. En ja…. Dan hebben wij natuurlijk als gemeenten ook te maken met de erfenis van de oude ICT hard- en software infrastructuur, waar vaak voor heel veel geld in is geïnvesteerd. Dan even niet te vergeten dat gebruiker ook vaak nog heel erg verknocht zijn aan hun specifieke applicatie, die toevallig niet past binnen het gewenste aan elkaar gekoppelde applicatielandschap, dan nog maar niet te spreken over de benodigde investeringen om die te vervangen. Rest dus roeien met de riemen die je hebt en KOPPELEN. Het afgelopen half jaar heb ik vele collega gemeenten, leveranciers en adviseurs mogen ontvangen, die belangstelling toonden voor onze aanpak. Het mooie van deze bijeenkomsten is dat je enorm veel “gerichte” informatie uitwisselt. Qua organisatiewijziging bleek dit bijna in alle gevallen een van de moeilijkste hobbels die genomen zouden moeten worden. Er zijn altijd wel managers, of niet goed georganiseerde taakgebieden, die de gewenste en noodzakelijke ontwikkeling in de weg staan. Daarnaast is de veel gehoorde bottleneck de interoperabiliteit. Juist vraagstukken m.b.t. standaardisatie van koppelvlakken tussen de verschillende applicaties van verschillende leveranciers leveren enorme frustraties op in geld, tijd en bij de beide partrijen (klant en leverancier). Met name de interpretatie van de standaarden blijkt een groot misverstand en veroorzaakt enorme frustraties. Daarbij komt dat leveranciers vaak vele, eenduidige, problemen tegenkomen en voor de uitdaging staan om “vreemde” applicaties van concollega’s te koppelen, waarbij beide partijen niet echt scheutig zijn in samenwerking en verstrekken van de benodigde informatie. Helaas is de afhankelijke klant, de gemeente, de pineut en loopt enorme vertragingen, frustraties en financiële stroppen op. Juist deze financiële, vaak niet ingecalculeerde budgettaire tegenslagen, zijn slecht uit te leggen aan de betreffende vakafdelingen en financiële consulenten. Dit heeft dan vaak direct tot gevolg dat de afdeling ICT moet bemiddelen en het maar op moet lossen. Dan nog het feit als twee leveranciers aangeven dat zij de Stuf standaarden volgen en hun koppelvlak conform deze standaard hebben gebouwd.

De opdrachtgever, de gemeente, nodigt beide leveranciers uit om elkaars applicaties te koppelen, conform de afspraak. En wat nu als dit misgaat. Nu, dit gaat gewoon mis. Zo zegt leverancier A dan zijn applicatie Stuff 3.xx compliënt is en zegt leverancier B dat deze de applicatie conform Stuff 2.xx kan koppelen. Na de koppeling blijkt het toch niet te werken en geven beiden aan dat zij juist handelen. Leverancier B weet dan wel, uiteraard tegen flinke betaling, een andere koppeling te realiseren, waardoor de gemeente voldoet aan de wettelijk gestelde eis. Wie heeft nu gelijk ??

Read Full Post »


>Zaakgericht werken:
Het is even wennen, maar is slechts een kwestie van woordkeuze: zaaksgewijs of zaakgericht. Het vertalen van deze woorden en manier van werken in de praktijk is echter een geheel ander verhaal. Zaakgericht werken vergt discipline over de gehele organisatie en het goed inregelen van de werkprocessen en daarop aansluitend de ICT-infrastructuur en bedrijfsinformatie architectuur. Continue schakelen en aanpassen van de wijze waarop de zaak door de hele organisatie gaat en zorgen dat de deze snel en kwalitatief wordt behandeld en geregistreerd. Naast het behandelen en registreren is het evenzo belangrijk dat er voortdurend wordt teruggekoppeld naar de klant.

Statusinformatie:
Statusinformatie is daarbij een adequaat middel Op die manier blijft de klant gedurende de hele afhandeling geïnformeerd. Dit geeft transparantie en bevorderd onrust in de communicatie. De grote uitdaging waar wij als gemeenten voor staan is om deze terugkoppeling van statusinformatie te genereren, zonder dat het steeds noodzakelijk is om daar bij na te denken. Dit lijkt een bijna onmogelijke opdracht, omdat gemeenten over een grote diversiteit aan applicaties beschikt, die eigenlijk niet of nauwelijks met elkaar gegevens uitwisselen. Ook al wil een gemeente gaan voor een geïntegreerde totaaloplossing blijkt het niet of nauwelijks mogelijk om dit automatisch te regelen. De crux zit hem met name is de “open standaarden”. Voor het automatisch uitwisselen is het noodzakelijk om koppelingen te leggen tussen de verschillende vakapplicaties. Denk daarbij aan de strategische applicaties, zoals die van de Sociale dienst, Omgevingsloket, Burgerzaken, Belastingen en vooral niet de vergeten het documentaire informatiesysteem.

Leverancier en klanten zien noodzaak tot samenwerking:
Op dit moment staat het gesternte gelukkig beter dan in het verleden en waait de wind vanuit de goede richting. Daar waar in het verleden leveranciers hun best deze om zich te onderscheiden van anderen en driftig aan het bouwen gingen van een “eigen” en “closed” applicatielandschap wordt het steeds duidelijker dat zij op die manier de plank volledig mis gaan slaan. Dit “buiten spel” gevoel en die “afhankelijkheid” gaat steeds meer wringen en leid ook op showstoppers bij aanbestedingen. De tij is dus wat dat betreft gekeerd en eigenlijk is iedereen er het wel over eens dat de applicaties “open” met elkaar moeten communiceren volgens Standaard Uitwisselings Formaten(STUF). Opzichzelf niets mis mee, maar Stuf bleek “stoffig” te zijn en iedereen kon er een eigen interpretatie aangeven. Daar waar de ene leverancier zich keurig aan de “volledige” Stuf beschrijving/inhoud van het aangeboden koppelvlak hield, gaf de andere leverancier er een andere inhoud aan. Het is immers lastig om al de aangeboden informatie binnen zo’n koppelvlak te onderhouden. Nu het blijkt dat leveranciers daar ZELF ook veel last van ondervinden is de tijd eindelijk rijp om deze Stuf koppelvlakken eindelijk een te certificeren.


compabiliteitslijst Stuf koppelvlakken:

Wat zou het toch mooi zijn als je als klant gewoon kunt zien welke leveranciers gecertificeerde koppelvlakken hebben, die naadloos op elkaar aansluiten. Maar anderzijds. Wat zou het toch mooi zijn als leveranciers hetzelfde kunnen zien. In de praktijk blijkt dat het één groot drama is om een eenvoudig koppelvlak werkend te krijgen, omdat leveranciers “hun” koppelvlak gewoon op een eigen manier invullen en “onderhouden”. Op het moment dat de leverancier het nodig vind om het geboden koppelvlak aan te passen voor het eigen applicatie landschap vallen de aangesloten applicaties van “derden” vaak gewoon om en is er weer veel spanning en druk op de ketel om alsnog de informatiestroom weer op gang te krijgen.
Dit kan gewoon niet langer meer en mag niet worden getollereerd. Ons klantproces en het gemeenschapsgeld wordt op deze manier onnodig verspilt Het kost dan ook vaak bakken met geld (moet immers snel worden opgelost dus extra vaak onvoorziene kosten) en ergenis van klanten en gemeenten, om de zaak weer in de lucht te krijgen.

KING (KwaliteitsInstituut Nederlandse Gemeenten)
Gelukkig keert het tij en heeft KING deze koppel problematiek opgepakt. Dit onafhankelijke instituut is gestart om samen met gemeenten en leveranciers in de praktijk te werken aan deze koppelvlakken, met als doel om te komen tot een gecertificeerde reeks aan koppelingen voor binnen de gemeentelijke bedrijfsinformatiearchitectuur gebruikte en benodigde koppelingen. Door samen met diverse gemeenten, die deels dezelfde, maar ook vaak verschillende applicaties gebruiken voor hun bedrijfsproces en in nauwe samenwerking met de verschillende leveranciers, wordt gewerkt aan “open standaard” koppelvlakken. Tijdens deze praktijktest wordt parallel “testsoftware” ontwikkeld, die het mogelijk maakt om de koppelvlakken in de praktijk te testen, opdat deze ook volledig conform de specificatie wordt gebouwd en opgeleverd. Pas wanneer het door de leverancier aangeboden koppelvlak aan de STUF certificering voldoet kan deze zijn naam toevoegen aan de compabiliteitslijst.

Koppelvlakken tussen de midoffice en documentmanagement systemen:
De grootste bottleneck blijkt op dit moment te zitten tussen de aansluiting van de diverse Midoffice toepassingen en de Document Management Systemen. Juist dit koppelvlak is crusiaal voor het klantproces. Wat zijn immers gegevens zonder de daarbij behorende documenten .

Gelukkig zien vrijwel alle leveranciers in dat zij elkaar nodig hebben in deze. Het bouwen van een compleet archivering, postregistratie en document management systeem is nu eenmaal een specialisme apart, wat vaak bij leveranciers als enige procesapplicatie wordt doorontwikkeld. Op dat vlak hebben alle leveranciers elkaar hard nodig en zijn “standaard koppelvlakken” een must.

WABO en OLO
Helaas worden wij als gemeenten en leveranciers ongelukkig van de ontwikkelingen die vanuit de “rijksoverheid” goedbedoeld worden opgelegd. Met de ingebruikname van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo) was het loffelijke streven om de vergunningverlening o.a. bij gemeenten drastisch te verbeteren door dit centraal op te pakken. Wij als gemeenten juichten dit natuurlijk toe, omdat het vrijwel onmogelijk was voor “alle” gemeenten om dit op een dusdanige manier te structureren dat onze klanten daar gelukkig van werden. Helaas blijkt de visie en het project dat door de rijksoverheid werd opgeschreven tijdens het voorbereidingsproces naar de “life”invoering steeds minder uitvoerbaar. Tijdens het bouwen van de OLO kwam steeds meer vast te staan dat er teruggekomen moet worden op de ideaal beelden die waren ontstaan op te tekentafel van de bedenkers van de OLO. Erger nog. De uitvoerbaarheid blijkt totaal niet te stroken met de onderliggende wetgeving. Er werd een OLO en samengevoegd vergunningspakket gebouwd, waarbij totaal voorbij werd gegaan aan de Archiefwet, die verschillende vernietigingstermijnen voorschrijft voor de verschillende vergunningprocessen. Wat nog veel erger is dat het OLO totaal NIET aansluit bij de interne bedrijfsinformatiearchitectuur. Daar waar wij net onze bedrijfsprocessen intern op orde krijgen, blijkt dat wij dubbel moeten gaan boekhouden. Op het OLO onstaat het vergunningsproces naar onze klant en deze wordt vervolgens qua workflow en documentaire informatievoorziening binnen de gemeentelijke informatiearchitectuur weer ingeracht. Immers…. Ons KCC moet in staat zijn om via alle kanalen de juiste informatie te verstrekken. Zo is de praktijk bij gemeente Woerden dat het vergunningsproces opstart via het OLO, dat er handmatig binnen onze bedrijfsapplicaties BWT4all, het zakenmagazijn van Emaxx en ons Document Managementsysteem Corsa een zaak wordt aangemaakt.

Onwerkbare situaties door meerdere zaaknummers voor één zaak door onsamenhangende applicaties:
Door deze werkwijze is het vrijwel onmogelijk om deze vier systemen aan elkaar gekoppeld te krijgen. Onze klant krijgt immers een zaaknummer vanuit het OLO, intern wordt de workflow opgestart binnen het BWT4all proces, met daarbij een zaaknummer, uiteraard moet ook het DMS Corsa parallel meelopen(hier wordt immers uiteindelijk dossier van het totale vergunningverleningsproces gearchiveerd), dus OOK een zaaknummer en ja, onze klant heeft nog steeds de vrijheid tot kanaalkeuze en gaat zeker een keer informatie inwinnen via één van onze KCC kanalen, dus ook hier moet de “zaak” geregistreerd staan, met de daarbij behorende informatie, zoals “statussen” en “behandelaar”. VIER zaaknummers dus (OLO,BWT4ALL,Emaxxzakenmagazijn en Corsa DMS) die op één of andere manier moeten worden gecommuniceerd met “onze klant”. Voor de uitvoering bijna een onmogelijke zaak en veel frustraties m.b.t. de extra “kloppel werkzaamheden” (handmatig muteren in de verschillende systemen).
Frustraties bij de OLO implementatie:
Daar waar wij denken eindelijk de zaak op orde te krijgen wordt het ons vrijwel onmogelijk gemaakt om ons klantproces goed in te vullen. Het OmgevingsLoketOnline(OLO), dat door de overheid is ingericht sluit totaal niet aan bij de interne gemeentelijke processen, waardoor heel veel kostbare tijd verloren gaat door het afstemmen van de externe en interne processen hetgeen veel frustraties geeft. Deze manier van werken is totaal niet efficiënt en ondoordacht. 1 oktober 2010 ging jet OLO “life” en drie dagen voordat de OLO in bedrijf werd genomen werd nog even snel een nieuwe toepassing geïnstalleerd.
Het is toch niet te begrijpen dat er speciale voorlichtingssessies werden gegeven, waarbij gemeentelijke behandelaar meerdere scenario’s kregen voorgelegd hoe zij het vergunningverleningsproces af moesten handelen binnen hun eigen gemeente. “De keuze is aan U” was het advies met een mapje met scenario’s en peptalk en toytoy’s .

Read Full Post »

|Jammer die negatieve ophef m.b.t. mislukte OS projecten als Heerenveen en Open Amsterdam

    Wat mij steekt is de hoeveelheid aan negativiteit die er, qua communicatie in de media, vanuit gaat op het moment als een “open standaard” , “open source” project mislukt.
    Wat ik nog minder vind is dat juist NOIV “onzorgvuldig” omgaat met een tegen publicatie en daarbij close source leveranciers met naam en toenaam noemt als één van de oorzaken van het mislukken van een implementatie project, zonder echt “alle” feiten af te zetten tegen de doorlooptijd van het gehele project.
    Ja, er gaat helaas nog best wel eens wat verkeerd, maar moet dit dan afgemeten worden op de afloop aan het einde van het project, terugkijkend op een implementatie periode van 2 jaar.
    De afgelopen 2 jaar is er veel doorontwikkeld en wordt zowel “open” als “closed” software steeds meer verbeterd. Beide omgevingen groeien enorm naar elkaar toe.

    Juist hier zou NOIV een onafhankelijke en cruciale rol kunnen spelen om te helpen bij het voortraject( risico analyse, financieel en bestuurlijk), maar ook m.b.t. de juiste communicatie naar buiten. Het gebruik van “open source” toepassingen ligt enorm onder een vergrootglas. De geslaagde “best practices” zijn nog met een kaarsje te vinden en een transparante, vooral TIJDIGE communicatie naar buiten is dan ook essentieel.

    Zo weet ik uit ervaring van twee jaar geleden de toepassingen “Open Office.org” en “Zarafa” nog lang niet waren op het punt waar zij nu zijn. Durf vooral naar buiten te brengen waar deze producten nog te kort in schieten en schuif de schuld van het falen van een implementatie niet af op het niet meewerken van “closed source” leveranciers. De case “Heerenveen” waarbij “Open Office.org” niet goed communiceerde met de Doc4all toepassing van Centric, is een slechte raadgever voor iedere partij. Ook een “closed source” leverancier moet kunnen beschikken over juiste specificaties, waaraan een koppelvlak of andere toepassing moet voldoen. Juist transparantie is hierbij essentieel. Een negatieve publiciteit in de pers levert dan al snel niet het beoogde resultaat. Zowel de gemeente in kwestie als de leverancier komen daar geen steek mee verder

    Woerden als early adapter(2002):

    Woerden is als early adapter al actief bij het promoten van “open standaarden” en het gebruik van “open source” software binnen de gemeentelijke ICT infrastructuur. In 2002 werden de eerste servers al met succes over gezet en in 2004 hadden wij 80% van de werkplekken gemigreerd naar server based computing. Daar waar anderen volop Citrix implementeerden plaatsten wij in 2003, in samenwerking met Wyse, ruim 250 thin clients, die uitgerust met een Open BSD variant OS via RDP communiceerde met de terminal servers van Microsoft. Achter deze Microsoft server 2000 omving stopte echter de invloed van Bill Gates en werd de Security Account Manager van Microsoft volledig vervangen door OpenLDAP i.c.m. Samba. Doormiddel van scripting tools en menu’s werd het vanaf dat moment mogelijk om op eenvoudige wijze gebruikers en rechten toe te wijzen. Deze opzet wordt tot de dag van vandaag met succes gebruikt en ingezet t.b.v. het beheer van 600 gebruikers verdeeld over twee gemeentelijke organisaties. OpenLDAP maakte het tevens de interoperabilteit mogelijk tussen vele randsystemen opdat eenmalige invoer en meervoudig gebruik als standaard eenvoudig binnen handbereik kwam, zonder extra kosten of ingewikkelde implementaties.

    Ja, in die tijd al (2002-2004) moesten al vele hobbels en kuilen worden gladgestreken met onze strategische “close source” software leveranciers. Dat ging vaak niet zonder horten en stoten, maar een juiste communicatie en doorzettingsvermogen leverde meestal toch het beoogde resultaat. Het was erg lastig om deze mee te krijgen in ons denk- en migratie traject. Wij voelden ons roependen in de woestijn en hadden weinig bijval van ander collega gemeenten, die het risico niet wilden(durfden) te nemen.

    Samen met Bart Knubben werd jaren terug al het eerste artikel op de website van OSOSS geplaatst en knokten wij met vele andere enthousiaste collega’s om het gebruik van open standaarden en opens source software te stimuleren. Daar waar anderen afhaakten gingen wij door, ondanks tegenslagen. Met Jan van de Straat mocht ik deelgenoot zijn van het Haarlemse project op het gebied van implementatie van Open office binnen de gemeentelijke kantoorautomatisering. Helaas wilde dat nog niet echt slagen o.a. vanwege de nog niet voldoende doorontwikkelde Open Office software en de complexheid van gebruikte toepassingen en macro’s op de werkvloer. Dit omvangrijke project mocht dan wel niet slagen, maar kwam niet met veel tamtam negatief in de media.

    Woerden ontwikkelde in de back-office stevig door en slaagde er in alle stilte in om de ingezette koers te handhaven. (zie de hybride aanpak omschreven op jullie site). In die tussen tijd werd onze aanpak regelmatig tegen het licht gehouden en mocht ik presentaties geven tijdens bijeenkomsten en congressen, zoals het VID congres(open source toepasbaar?), waar ik zij aan zij met Microsoft(Raul Pech), SUN etc. mocht sparren in een “open discussie” om te onderzoeken of de toepassing van Open source haalbaar was binnen Defensie.

    Later werd ik als gastspreker uitgenodigd door Stephan Wildeboer, waarbij ik de Woerdense aanpak mocht presenteren. Helaas is ook dit project geheel anders gelopen. Ik sprak toen al mijn twijfels uit m.b.t. de wijze waarop de greenfield methode werd uitgerold, maar dat terzijde.

    Jammer, de ophef m.b.t. de ontstane situatie van Heerenveen. Het is jammer om dan te zien dat deze netelige situatie zo uit het verband getrokken in de media komt waarbij het NOIV stelt dat “Centric” mede verantwoordelijk was voor het falen van het project, omdat deze alleen een ouder Open Office versie zou ondersteunen. Uiteraard lopen wij vaker als gemeenten tegen dit soort problemen aan. Leveranciers als Centric hebben net hun software aangepast op het werken met bijv. Oracle versie 10 en Oracle komt al weer uit met 11. Ook hier kennen wij als gemeenten een “lock-in” tussen closed vendors. Alleen in het geval Heerenveen had naar mijn mening ook gekozen kunnen worden voor het in stand houden van een Microsoft licentie op de Doc4all documenten server, zonder dat dit direct de noodzaak tot beieindiging implementatie Open Office.org had teweeg gebracht. Soms moet je ook kunnen uitwijken naar een “tussenoplossing”, waarbij een hybride oplossing tussen closed en open naast elkaar kunnen functioneren. Op dit moment wordt de Doc4all versie 4 uitgebracht. Deze zal de huidige versie OpenOffice 3.2 gewoon ondersteunen.

    Ik deel dan ook totaal deze aanpak qua communicatie niet en mag dit met voldoende onderbouwing en ervaringen uitspreken. Mijn ervaring leert dat je best kunt sparren met een leverancier als Centric. Dit is de afgelopen 8 jaar al meerdere malen voorgekomen. Het gaat niet vanzelf, maar met een goede onderbouwing kom je al heel ver.
    Juist anno 2010 merk ik dat de tijd er rijp voor is om als gemeente samen door te bouwen aan de ICT bedrijfsinformatie architectuur waarbij closed en open source leveranciers samen werken conform uitwisseling op basis van “open standaarden”. Op die manier kunnen leveranciers elkaar goed vinden, of het nu gaat om software ontwikkeld binnen close source dan wel op basis van open source toepassingen.

    Juist het “netwerken” met collega gemeenten en leveranciers levert wederzijds enorm veel belangrijke informatie op. Dit voorkomt frustraties achteraf en juist in deze tijd waarin de ontwikkelingen m.b.t. de ICT bedrijfsinformatiearchitectuur(KCC’s met front-mid en back-office) erg snel gaan, is het van essentieel belang om ervaringsinformatie snel te delen.
    Iedereen is erbij gebaat om mee te dansen in deze ICT keten, die juist bij gratie van samenwerking tussen verschillende leveranciers en toepassingen, tot een succes kan uitgroeien. Daar waar de GOVunited’s, Velda’s ANDESsen en DIMpacts hard knokken om deze samenhang te creëren en bewaken, draait onze dagelijkse toko gewoon door. Ervaring leert helaas dat het wachten op het succes vaak veel te laat komt en veel geld kost.

    Ik het afgelopen anderhalf jaar een aardig netwerk opgebouwd met collega’s en leveranciers waarbij wij steeds in goede communicatie en samenwerking proberen te komen tot die moeilijke opgave om het woordje “interoperabiliteit” echt in de praktijk te laten werken. Mijn ervaring leert, dat leveranciers die gebruik maken van “open source” ontwikkel omgevingen elkaar snel begrijpen en het licht in elkaars ogen gunnen. Gelukkig merk ik nu ook dat “closed source” leveranciers steeds meer laten zien dat zij willen samen werken met leveranciers die “open source” producten vermarkten. Zo zal het toch gewoon moeten zijn. Alleen zal het erg moeilijk zijn voor die leveranciers om gezamenlijk het initiatief te nemen tot het schrijven van “open standaard” koppelvlakken. Deze taal ligt wat mij betreft besloten bij de overheid en kan naar mijn mening heel goed worden ingevuld door instituten als KING, VNG etc.

    Snelheid van ontwikkelen binnen Open Source:
    Wat mij nog meer gerust stelt is de snelheid waarmee “open source” leveranciers woord bij daad voegen. In het afgelopen half jaar mocht ik deelgenoot zijn van het ontwikkelen van het geheel nieuwe, webbased(o.a. Glowfish) documentcreatie product: Xential van Interaction|Next en de doorontwikkeling van de eMAXX suite van Exxellence naar zaakgericht werken. Beide producten werden in een zeer korte doorlooptijd productierijp ontwikkeld, conform “open standaarden” en kunnen met elk platform integreren.

    Het deed mij dan ook goed dat ook BCT automatisering open stond om haar toepassing door te ontwikkelen naar een berichtenbox conform “open standaarden”, opdat deze “closed source” toepassing aangesloten kon worden op het eMAXX zakenmagazijn van Exxellence.
    (Deze oplossing wordt op dit moment verder uitgewerkt)

    Als alle leveranciers zich daadwerkelijk zouden conformeren aan deze manier van samenwerken binnen open standaarden, dan gaat de wereld van interoperabiliteit er stukken beter uit zien.

    Certificeren “standaard koppelvlakken”:
    Een certificering van deze aangeboden koppelvlakken vanuit bureau standaardisatie zou het dan vele malen transparanter maken bij de keuze van toepassingen en leveranciers. http://www.open-standaarden.nl/organisatie/bureau-forum-standaardisatie/

    Ervaring leert dat het op dit moment nog slecht gesteld is met deze standaardisatie. Gelukkig kan ik uit ervaring spreken dat ik zelf getuige was dat het anders kan.

    De afgelopen 4 jaar heb ik deelgenomen in de productgroep ICT van de gebruikersvereniging Oranjewoud m.b.t. het doorontwikkelen van hun productlijn GBI t.b.v. het beheer van de openbare ruimte. Juist hier heb ik aan de lijve ondervonden dat het vaak niet alleen aan de leverancier ligt om de ontwikkeling door te zetten naar de nieuwe open standaarden. Juist wij, als gemeenten, houden vast aan de traditionele software. Het zijn juist de vakspecialisten die vaak niet verder kijken dan de mogelijkheden binnen hun eigen vakafdeling. Zij hebben moeite met het loslaten van een vertrouwde manier van werken en stellen de functionaliteiten binnen hun vertrouwde pakket boven de interoperabiliteit. Het zijn dus niet de systeem- en informatie architecten die tijdens gebruikersdagen hun “roadmap tot integratie” inbrengen maar de eindgebruikers. Zij bepalen hoe de ontwikkel muntjes rollen en vervolgens wegvloeien in het in standhouden van de traditionele “gesloten” softwarelijnen. De vaak verouderde producten, waarbij de user interfaces, business intelligence en databases volledig zijn geïntegreerd in één geschreven toepassing, zijn erg gesloten en laten zich moeilijk inpassen in de moderne ICT infrastructuur. De inbreng van de productgroep ICT, leverde een essentiële bijdrage aan bij de ontwikkeling van een nieuwe toepassing van Oranjewoud, die volledig is gebaseerd op open standaarden. Op die manier wordt integratie binnen de huidige gemeentelijke hybride ICT architectuur een stuk eenvoudiger wat goed is voor zowel de software leverancier als de gemeente als klant, die een vrijheid in keuze van aangeboden producten van derden heeft.

    Standaardisatie koppelvlakken DocumentManagementSystemen:
    Juist in de nieuwe manier van werken, waarbij de rijksoverheid gemeenten dwingt om de burger, bedrijven en instellingen de mogelijkheid moet bieden om via vrije kanaalkeuze contact te leggen met de gemeente is het belangrijk om een volledige integratie van systemen en informatiebronnen mogelijk te maken. Uitdagingen zijn met name de samenwerking tussen ICT infrastructuur, softwaretoepassingen en leveranciers en de beveiliging van deze informatie en ICT infrastructuur.
    Daar waar wij het jaren geleden hadden over het “stoomlijnen van de basisgegevens” blijkt nu des te meer dat deze gegevens niet alleen bestaan uit “platte data”. Juist het zaakgericht werken, dat ook als “mode woord” binnen gemeenteland is geïntroduceerd, zet ons direct voor het gedwongen feit dat documenten en dossiers naast deze data beschikbaar moeten komen. Deze documenten, dossiers, afbeeldingen etc. zit vaak veilig opgeborgen in onze DocumentManagementSystemen, zoals de veel voorkomende toepassingen als Corsa, Docman, Decos en vele andere toepassingen. Daarnaast is een verschuiving naar open source toepassingen, zoals bijv. Alfresco (http://www.alfresco.com/ )zeker niet meer uniek te noemen.

    Wat zou het toch een verademing zijn als hier ook een DMS STUF standaard wordt vastgesteld, opdat de verschillende leveranciers van DocumentManagementSystemen en Midoffice toepassingen op transparante wijze kunnen koppelen.
    Juist hier is de nood hoog en kunnen torenhoge kosten worden voorkomen aan individuele investeringen om de zaak aan elkaar gekoppeld te krijgen.

    Gesprekken met de Woerdense software leveranciers Exxellence(eMAXX zakenmagazijn) en BCT automatisering (Corsa DMS) leerde dat zij zich graag willen conformeren aan een standaard met certificering. Maar ook Centric, bij monde van Lidwien Meijers en Noor Ferket betreuren het feit dat die open standaard maar niet van de grond wil komen. Juist hier zit misschien ook wel de kern van de frustraties die een project als Heerenveen doet mislukken. Het gebrek aan informatie op het gebied van uitwisseling van gegevens tussen de closed en open source toepassingen frustreert enorm. Nog wranger is als de communicatie tussen de leverancier en de gemeente als klant en opdrachtgever hapert, waardoor vaak onnodige frustratie ontstaat. Naar mijn mening moet er meer duidelijkheid komen van wat WEL en wat NIET tot de benodigde standaard hoort, opdat alle leveranciers kunnen doorontwikkelen naar een “gecertificeerde” open standaard koppelvlak.

    Uiteraard zullen er gemeente specifieke wensen blijven bestaan. Dit is dan een feestje tussen de betrokken leverancier en de gemeente als opdrachtgever. Ook zal het naar mijn mening een stuk eenvoudiger worden om tot een juiste prijsindicatie te komen bij het leveren van deze koppelvlakken, immers:”de specificaties zijn bekend”.

    Informatiebeveiliging:
    Dan nog niet te vergeten het informatiebeveiligings issue. Ook dit moet niet onderschat worden in deze. Het standaard koppelvlak zal ook hierin moeten voorzien.

    Kortom. Er ligt volgens mij een grote uitdaging voor het NOIV, daar waar het gaat om het juist inschatten van de toepasbaarheid van Best Practices binnen overheidsland. Nabellen leert al snel dat iedereen bezig is in de overweging, afweging tot de aanschaf en implementatie van “open source”. Een goede implementatie van open source toepassingen zal alleen maar kunnen slagen als zowel gemeenten, maar ook andere “profit” en “non profit” instanties hun ervaringen delen.

    Helaas is de spoeling van de “open source” leveranciers die als “ervaren implementators” aan de slag kunnen gaan nog dun. Wel doet mij goed dat deze leveranciers elkaar het licht in de ogen gunnen, om schouder aan schouder te werken naar een geslaagde implementatie van “open source” toepassingen. Een lastige bijkomstigheid is het opdrachtgeverschap van gemeenten in deze moeilijke aanbestedingsprocessen. Goed opdrachtgeverschap, waarbij alle risico’s van te voren worden onderkent, is nauwelijks te volbrengen. De vele facetten zijn zo nieuwe dat een duidelijke afbakening van zo’n complex totaalproject een nagenoeg onhaalbare zaak is. Je moet als gemeente in staat zijn om een gedegen Programma Van Eisen(PVE) neer te leggen, waarin de gewenste eindsituatie duidelijke uitgeschreven is goed onderbouwde financiële paragraaf. Met één leverancier als implementatiepartner valt dat vaak nog wel te realiseren, maar met een veelvoud aan gespecialiseerde spelers, waarbij iedereen een expertise heeft op het gebied van: “vooronderzoek” , inhoudelijke kennis op het gebied van een toepassing(denk daarbij aan bijv. Zarafa, Open Office.org, Alfresco etc),“technische implementatie en nazorg” en opleiding, blijft een hel of a job.

    Naar mijn mening(gedeeld door andere OSS sympathisanten) kan het NOIV in de toekomst beter helpen bij het oplossen van implementatie problemen van OS toepassingen en actief meehelpen tot het oplossen van de problemen. Op die manier is elke vorm van negatieve publiciteit en gezichtsverlies al bij voorbaat in de kiem gesmoord.

    Rol VNG:
    Het is jammer dat wij in deze zo weinig horen van het VNG. Ook zij zouden met een “kundig” iemand op de proppen moeten komen. Juist in deze tijd van bezuiniging ligt er een uitdaging op het gebied van het vaststellen van open standaarden en het gebruiken van “open source” toepassingen. Door dit te stimuleren kunnen gemeenten geld besparen, wat direct weer ten gunste komt van het besteedbaar inkomen van burger en bedrijf. Juist “kennis” bij het VNG kan weer substantieel bijdragen bij de verdere doorontwikkeling van een hybride ICT infrastructuur binnen de gemeentemarkt. Dit heeft dan direct zijn weerslag op de “kennis” bij de specialisten die wij nodig hebben m.b.t. een goed implementatie project binnen deze omgeving. Laten wij eerlijk zijn. Het is toch niet interessant om een bedrijf op te richten met “open source” toepassingen als hiervoor geen afzetmarkt is.

    Read Full Post »

Older Posts »